Nederland is wereldkampioen!

doorBionda Merckens

Nederland is wereldkampioen!

Begin januari 2008 wonnen Anne Valkering en Reinier de Adelhart Toorop van debatvereniging Bonaparte tijdens het Wereldkampioenen Debatteren in Thailand de finale in de categorie Engels als Tweede Taal. Een fantastisch Nederlands succes!

Toch is het misschien goed, voor de minder ingevoerde lezer, om nog eens naar de geschiedenis van debatteren in Nederland te kijken, en te zien dat wij Nederlander eigenlijk best goed zijn in deze sport – internationaal gooien wij al jaren zeer hoge ogen.

Wat dacht u bijvoorbeeld van het succes van Jan Rosing en Klaas van Schelven, die in 2004 het Europees Kampioenschap in de categorie Engels als EERSTE taal wonnen? Of Sharon Kroes en Lars Duursma, die in 2006 Reinier en Anne voorgingen als Wereldkampioenen in de categorie Engels als tweede taal? Marc Roels die op de negende plaats op het EK komt in het individuele klassement – daarmee vele Oxbridge-spreker achter zich latend, Guido Camps en Daniel Schut die Yale verslaan op een finale in Oxford, et cetera, et cetera…

Deze voorbeelden laten zien dat Nederland al jarenlang een geduchte en gevreesde tegenstander is. Maar wat verklaart nu dat buitensporige succes? Wat is er de oorzaak van dat Nederlandse debaters internationaal zulke toppers zijn?

Één oorzaak is direct duidelijk: ons Engels is gewoon goed. De schrijver van dit stuk is regelmatig verweten dat het eigenlijk oneerlijk is dat hij meedoet in de categorie Engels als Tweede Taal – en ik ben echt niet de meest vloeiende van alle debaters. Doordat we al van jongs af aan Engelse les krijgen én doordat we al als kleine kids Amerikaanse series ondertiteld te zien krijgen, is het Engels van deze generatie nauwelijks te onderscheiden van dat van native speakers.

Een tweede oorzaak is de serieuze aanpak die Nederlandse debaters kiezen. Die aanpak is geheel en al te danken aan de Erasmus Debating Society, één van de eerste debatverenigingen in Nederland. Al vanaf het eerste begin besteedde deze vereniging aandacht aan het trainen en opleiden van nieuwe leden. Presentatietechniek, argumentatieleer, politieke kennis bijspijkeren, dat werd allemaal vanaf het eerste begin intern overgedragen – een model dat gekopieerd is door alle andere debatverenigingen in Nederland.

Dat staat in scherp contrast met zoals het gaat bij de meeste Engelse debatverenigingen. Daar worden nieuwe leden vaak nog (niet altijd) aan hun lot overgelaten. Waarom dit is, is nog onduidelijk – óf de oudere leden zien de nieuwelingen als concurrentie, en willen hun kansen op prijzen behouden door niet te trainen, óf men gelooft aldaar niet dat goed, overtuigend kunnen spreken iets onderwijsbaars is. Hoe het ook zij, het soort geïnstitutionaliseerde en gerichte trainen zoals dat plaatsvindt in Nederland, zien we daar nauwelijks.

Toch dient ons eigen enthousiasme nog enigszins getemperd te worden. We zijn goed – zeker voor een klein land als Nederland. maar er schitteren nieuwe sterren aan het firmament. Israel is al jaren een oude concurrent, maar daarnaast is de afgelopen jaren Duitsland een volwaardig debatland geworden. Ook uit Oost- en Centraal-Europa komen steeds meer topdebaters, evenals uit Turkije. Daarbij staan Nederlandse debaters voor één groot probleem: in Nederland vindt deze denksport nauwelijks ondersteuning. Waar debaters uit het buitenland vaak steun vinden van universiteiten of van overheden die inzien dat het goed is de eigen topstudenten deze intellectuele uitdaging te bieden, staan Nederlandse universiteiten en overheden niet echt te jubelen van enthousiasme met hun ondersteuning.

In dat licht bezien is ons Nederlands succes misschien juist des te groter – ondanks gebrek aan ondersteuning slagen debaters er tóch in zo ver te komen. Daarom: driewerf hulde aan ál onze huidige en aankomende kampioenen!

Facebook Twitter Linkedin Email

Over de auteur

Bionda Merckens contributor