Archives for februari 2011

Nadine Hofstede

Met veel verdriet heeft de Nederlandse Debatbond kennis genomen van het overlijden van een van haar leden, Nadine Hofstede. Ze was slechts 20 jaar oud. Behalve een talentvol debater was Nadine boven alles een aanwinst voor de debatwereld vanwege haar lieve, gezellige en betrokken karakter. Onze gedachten zijn bij haar familie, vrienden en verenigingsgenoten bij A.S.D.V. Bonaparte.

Voorlopig zullen de Nederlandse Debatbond en SevenTwenty een periode van rouw in acht nemen.

Namens het bondsbestuur,

Victor Vlam
Jelle Lössbroek
Ruud Evers
Tomas Beerthuis
Adriaan Andringa

Registratie Euros Galway geopend

Het is alweer bijna tijd voor de aanmeldingen voor hét Europese debatevenement van het jaar. Aanstaande woensdag, 23 februari, opent de registratie voor het European Universities Debating Championship (EUDC), dat dit jaar in Galway, Ierland zal worden gehouden. Registraties in voorgaande jaren waren soms wel binnen 80 seconden gesloten, dus de secretarissen van de Nederlandse debatverenigingen mogen zich opmaken voor een heet minuutje om 13.00 Nederlandse tijd. Aan deze EUDC kunnen 200 teams vanuit universiteiten in heel Europa meedoen. Het CA-team bestaat uit hoofdjurylid Ruth Faller, met daarnaast internationale topdebaters als Shengwu Li, Steven Nolan, Yoni Cohen-Idov en Simone van Elk.

De registratie zal als volgt verlopen: op 23 februari moeten de debatverenigingen de naam van de universiteit, het land waar men vandaan komt, de contactpersoon van de teams en zijn/haar e-mailadres en het aantal teams en juryleden doorgeven. De registratie gebeurt op de basis van ‘wie het eerst komt, die het eerst maalt’. Daarna kan men zich nog tot 9 maart op een wachtlijst plaatsen. Het toernooi zelf vindt plaats van 7 tot 12 augustus. Deelnamekosten zijn 265 euro per team; hiervoor krijgt men 6 dagen debatteren, eten, slaapplekken en, niet geheel onbelangrijk, feesten voor terug.

Het EUDC is in zijn huidige vorm voor het eerst gehouden in 1999, toen de Erasmus Debating Society het evenement in Rotterdam nieuw leven in blies. Het toernooi bestond toen nog uit slechts 32 teams. Vorig jaar organiseerde ASDV Bonaparte het toernooi in Amsterdam, waar maar liefst 192 teams uit heel Europa op afkwamen.

De debatstijl is al sinds jaar en dag Brits Parlementair, waarbij vier teams het tegen elkaar opnemen over uitdagende stellingen. Teams uit heel Europa en Israël mogen meedingen naar de titel in twee categorieën: iedereen doet mee aan het hoofdtoernooi, en daarnaast is er een speciale eindronde voor “English as a Second Language” (ESL) sprekers. Vorig jaar werd het hoofdtoernooi gewonnen door Patrick Rooney en Eoghan Casey van de Kings Inns Society uit Dublin. De ESL-trofee werd door Maja Cimerman en Filip Dobranic meegenomen naar Ljubljana.

Nederland is al geruime tijd zeer succesvol op dit toernooi. Viermaal won een Nederlands team de ESL-finale (voor debaters waarbij Engels niet de moedertaal is), en in 2004 wonnen Jan Rosing en Klaas Schelven namens de Universiteit Utrecht zelfs het hoofdtoernooi, iets wat daarna of daarvoor door geen enkel niet-Brits of Iers team gelukt is.

Het Brabants Debat Toernooi

Over regeltjes, eloquentia en champignons

De afgelopen jaren zijn de regels omtrent het wedstrijddebat steeds meer vastgelegd. Het is duidelijk aan welke rollen alle sprekers zich moeten houden, de criteria voor sprekerspunten liggen steeds duidelijker vast en de call wordt (meestal) gemaakt op basis van dergelijke regels.

Een van de toernooien waar dat in mindere mate zo lijkt te zijn, is het Brabants Debat Toernooi. Ondanks een lang regelement, wordt er hier vaak veel gelet op presentatie. Veel van de juryleden zijn niet actief binnen het studentendebat en daardoor sneller geneigd andere criteria te hanteren. Vraag een willekeurige debater die eens op “het Brabants” is geweest om zijn of haar mening, en veel zullen reageren dat de jurering onduidelijk is, waarbij sommigen zelfs het woord willekeurig in de mond durven te nemen.

Op 29 januari is mij het tegendeel bewezen. Daar waar Tomas Beerthuis en ik vorig jaar teveel aan de regeltjes van het Amerikaans Parlementair debat vasthielden, gingen we er nu met een andere strategie heen. En wonderbaarlijk genoeg, het werkte.

Regeltjes

Regeltjes zijn, zeker in de soms wat technocratische debatwereld met vele debaters die overtuigd zijn van hun eigen gelijk, noodzakelijk en zeker ook nuttig. Zonder regels is een opzet als het BP debat, waar diepgaande analyse inzit, lastig. Zonder regels is het moeilijk de 15 minuten voorbereidingstijd optimaal te gebruiken, omdat je niet weet wat je te wachten staat. Als niet duidelijk zou zijn wat eenieder moest doen, zouden de meeste debatten een zooitje worden. Van die kant uit bezien, is de steeds grotere invloed van regeltjes dan ook behoorlijk positief.

Mijn vermoeden is echter dat er steeds minder aandacht is aan dat aspect wat debatteren nou uiteindelijk zou moeten zijn: overtuigen. Ik betrap mezelf er steeds vaker op dat ik snel praat, heel snel, en dat ik meer bezig ben met de argumenten dan met de manier waarop ik die argumenten breng. Ik zie dat bij meer debaters gebeuren. Regelmatig denk ik tijdens een debat, of het nou op een oefenavond is of tijdens een toernooi, “Praat eens wat rustiger” of iets in die trant. Ook al wordt dat vaak wel meegegeven als feedback, over het algemeen verliezen mensen geen debat op eloquentia. Dat is waar het naar mijn gevoel misgaat.

Eloquentia

Rooj heeft in zijn artikel over het BP-debat al uitgelegd dat het soms lastig is om beginners duidelijk te maken waarom een eloquente spreker verliest van een analystische spreker in een BP-debat. Voor de duidelijkheid, ik pleit er niet voor om welsprekendheid leidend te laten zijn, analyse zou wat mij betreft altijd de focus moeten zijn van het debat. Ik ben echter wel van mening dat het eloquentie is wat een debat naar buiten interessant maakt. Een analyse van een bepaalde situatie kan ik ook in een krant lezen. Het onderscheidende van debat is juist dat het gesproken woord en de snelle reacties boeiende interacties met zich meebrengen. Als het debat dan teruggebracht wordt naar een spelletje wie de meest diepgravende analyse kan brengen, mis je een belangrijk component.

Champignons

In een van de halve finales van het Brabants Debat Toernooi was er een stelling over champignons. De tegenstanders voelden met de voorstanders mee, want “ zo’n stelling is nou eenmaal lastig te proppen”. In eerste instantie ging ik daarin mee.

Echter, achteraf bekeken is dat precies waar het mis is gegaan in dat debat. In een stelling die overduidelijk als satire is bedoeld, is de kunst juist om er dan een retorisch debat van te maken in plaats van een “ probleem, plan, oplossing” standaard debat te voeren. Naast mij zat een debater die in mijn oren fluisterde “Ik hoop zo dat ze het gaan hebben over de noodzaak om als overheid te voorzien in het kweken van psychedelische champignons” . Dat soort insteken, buiten de normale kaders, zijn degene waar de organisatie naar op zoek was. De beste debaters zijn volgens mij diegene, die ook in een setting met andere regeltjes dan “ normaal” uit de voeten kunnen. Die bereid zijn zich aan te passen aan het publiek, om zo een grotere overtuigingskracht te hebben. Vanuit dat oogpunt was het Brabants Debat Toernooi dan ook een groot succes. Natuurlijk is het makkelijk om met een positief gevoel terug te kijken op een toernooi wat je gewonnen hebt. Wat er echter uit het weekend te halen was, is vooral dat welsprekendheid altijd een relevant onderdeel van het wedstrijddebat moet blijven. Deelname in Brabant is voor sommige debaters misschien een ontnuchterende ervaring, maar zeker ook een nuttige.

Eerste AP-toernooi van het kalenderjaar een succes


44 teams, meer dan 50 juryleden en overige vrijwilligers en geïnteresseerden waren zaterdag 11 januari getuige van een zeer sterk Bonapartiaans debattoernooi in het collegegebouw van Amsterdam University College. Na een lange dag met vijf debatten, gevolgd door een break naar de halve finale, wonnen Floor de Koning en Senna Maatoug (team Selma & Fatima) in een spannende finale nipt van Adriaan Andringa en Tomas Beerthuis (team The inadequate former partners of Victor Vlam). De stelling van het finaledebat in de Mozes en Aäronkerk was dat Deze Kamer vindt dat de overheid een religieuze levensstijl actief moet aanmoedigen. Beste spreker van de dag werd Jeroen Heun. De novice-finale (voor teams waarvan de debaters nog op de middelbare school zitten of dit jaar begonnen zijn bij een debatvereniging) werd gewonnen door team ‘UDS Ergo’, bestaande uit Valerie Schulte Nordholdt en Jan-Willem van Putten.

Buiten de sterke en messcherpe debatten die de hele dag gevoerd zijn om verliep het toernooi  ook erg soepel, dankzij een goede gecombineerde organisatie van ASDV Bonaparte en de AUC Debating society.

Break
1. MC Wetzer and Support Act (Thom Wetzer & Rob Honig);
2. EDS B (Abulhassan al Jaberi & Daniël Springer);
3. The inadequate former partners of Victor Vlam (Adriaan Andringa & Tomas Beerthuis);
4. Selma & Fatima (Floor de Koning & Senna Maatoug).

Stellingen

Ronde 1: Deze Kamer verbiedt waarzeggers en astrologen om geld te verdienen aan hun voorspellingen
Ronde 2: Deze Kamer laat kinderen die onder twee bij hun ouders worden weggehaald meteen adopteren
Ronde 3: Deze Kamer vindt dat er geen (verder) contact moet worden gelegd met afgezonderd levende volkeren
Ronde 4: Deze Kamer geeft asielzoekers direct na hun aankomst in Nederland een tijdelijke werkvergunning
Ronde 5: Deze Kamer geeft uit in tijden van crisis in plaats van te bezuinigen

Novice finale: Deze Kamer laat onrechtmatig verkregen bewijs toe in alle rechtszaken, hoewel het verkrijgen van dit bewijs nog steeds strafbaar is
Halve finale: Deze Kamer zet een prijs op het hoofd van Joseph Kony
Finale: Deze Kamer vindt dat de staat zijn burgers moet aanmoedigen om religieus te worden

De tab staat hier. Foto’s zijn hier te vinden.
Voor meer informatie over het Bonapartiaans Debattoernooi en eerdere edities kun je hier kijken.

Brits Parlementair: echt het ideale format voor beginners?

In de afgelopen jaren is het aantal Nederlandse studenten dat debatteert flink toegenomen. Deze ontwikkeling vond plaats in dezelfde tijd als de verschuiving van simpelere debatvormen naar de Brits-Parlementaire-vorm als huisstijl van de meeste debatverenigingen. Maar is BP wel het juiste format om beginnende debaters te enthousiasmeren? Of schrikt de stijl beginners af vanwege de complexe regels, de daaruit volgende onbegrijpelijke jurering en de lange duur?

De voordelen van het Brits-Parlementaire format zijn helder: met twee propositie- en twee oppositieteams is BP het format waarin de meest heterogene argumentatie kan worden gebracht. Daarnaast biedt de extra dimensie van “extensies” een intellectuele uitdaging waar de meeste ervaren debaters van smullen. Maar juist die extra uitdaging is vaak behoorlijk contraproductief als het op het aantrekken van beginners aankomt.

Wanneer debatverenigingen hun nieuwelingen in september welkom heten ligt de nadruk vanaf het begin op de ingewikkelde wedstrijdvorm. In plaats van een middel wordt Brits Parlementair een doel. Debatverenigingen hebben veel potentie vanwege de aard van hun activiteiten: het bijbrengen van retorische en analytische vaardigheden. Dat BP daaraan bijdraagt is moeilijk te ontkennen. Het is echter nogal een omschakeling van de praktijk of debat op tv naar Brits-Parlementair. Dat verschil zelf is niet slecht. Als universitair debater is het je plicht om de retoriek van opiniemakers en politici te overstijgen. Maar de plotse omschakeling jaagt veel debatfans weg en maakt het spel teveel een bezigheid voor een incrowd.

BP versus Beginners

Een mooi voorbeeld is de beginnersworkshop-cyclus van de Erasmus Debating Society, die afgelopen september begon. Ruim 100 studenten woonden de workshops bij die vooral in het teken stonden van public speaking. Na afloop was men razend enthousiast en tientallen studenten schreven zich spontaan in bij de EDS. Des te harder was de klap toen direct na de cyclus overgegaan werd op de orde van de dag: BP-debat. In plaats van de beginners op te warmen met tussenvormen, die weliswaar meer formele argumentatie van hen eisen dan ze gewend zijn, maar veel simpeler zijn dan BP, ging het bij EDS van de ene op de andere dag van public speaking over naar een uiterst complexe debatvorm.

De complexiteit van de regels is dan ook het eerste probleem van BP vs. Beginners. Een beginnend debater weet nog niet goed hoe hij een argument op moet zetten voordat hem gevraagd wordt om een extension speech te geven. De overgrote meerderheid heeft geen flauw benul van wat van hen wordt verwacht. Zij willen leren spreken en argumenteren en dat is al lastig genoeg, ook zonder alle moeilijke nieuwe regels. Vergelijk het met nieuwkomers bij een atletiekvereniging. Je zult toch echt eerst moeten leren lopen voordat je later ooit een meerkamp kunt winnen.

Ingewikkelde jureringen

Het tweede probleem bestaat uit de onbegrijpelijkheid van jury-uitslagen. Hoewel er bij veel verenigingen, zoals bij EDS, genoeg goede juryleden zijn die hun uitslagen relatief helder toelichten, is het voor veel beginners toch moeilijk te bevatten waarom één team wint en het andere team verliest terwijl dat volledig indruist tegen hun verwachtingen. Beginners moet überhaupt al worden uitgelegd waarom geboren public speakers het vaak afleggen tegen minder eloquente sprekers en dat is aleen behoorlijke taak. Waarom zou je dat willen compliceren met de BP-regels, waarin het ook nog eens een kwestie van de eerst helft tegen de tweede helft is, terwijl bijvoorbeeld AP al die bezwaren wegneemt?

De laatste reden waarom de BP-vorm niet geschikt is voor beginners is de lange duur. Eén heel uur, zolang duurt een BP-debat. Dat betekent dat debaters maximaal 2 keer op een avond kunnen debatteren. Gezien de vaak ongelukkig gekozen stellingen die beginners wordt voorgeschoteld (“DK straft de gemeenschappen van eerwraak”) komen ze meestal ook in hun eigen ogen niet lekker uit de verf. Twee stellingen op één avond betekent nou eenmaal geen heterogeniteit van onderwerpen. En dat stelt mensen teleur.

Pleidooi voor slow love

Dus, hoe moet het dan wel? Begin in de Lagerhuis-vorm en schakel na korte tijd over op Amerikaans-Parlementair. Leg eerst de essentie van formeel debat (analyse) uit en begin pas veel later aan Brits-Parlementair. Zo maak je mensen eerst enthousiast over debat en dan komt enthousiasme voor BP later wel, wanneer de nieuwigheid van AP voorbij is en de debaters op zoek zijn naar een nieuwe uitdaging. Misschien zal een groter deel van de 100 mensen die volgend jaar bij EDS op de stoep staan er dan voor kiezen om vaker langs te komen…

Nederlandse scholieren naar eindronde Oxford Schools

Vier teams van Nederlandse scholieren zijn afgelopen zaterdag geselecteerd voor de finaleronde van het prestigieuze Oxford Schools aanstaande Maart. Het eerste team van Utrechts Stedelijk Gymnasium, bestaande uit Menno Schellekens en Gigi Gill, won de beste teamprijs. Menno mocht ook de beker voor beste spreker mee naar huis nemen. Ook het Stedelijk Gymnasium Nijmegen (Maike Uijen en Azer Aras), het Erasmiaans Gymnasium (Annelieke Brouwer en Florine Oosterloo) en het tweede team van USG, bestaande uit Johan Lammers en Tim Rovers, mogen een vlucht naar Oxford boeken. Deze vier teams behaalden deze prestatie na een lange dag debatteren op het Wolfert van Borselen in Rotterdam.

Oxford Schools is een van de grootste en meest vooraanstaande scholierentoernooien in Engeland. Aan de voorrondes doen meer dan zevenhonderd scholen mee. Sinds drie jaar nemen ook Nederlandse scholieren mee aan de finaledag van dit verder Britse evenement. Nederland is dus het enige land dat meedoet waarin Engels niet de voertaal is. Men debatteert op Oxford Schools in de Brits-Parlementaire stijl, waarin vier teams van twee het tegen elkaar opnemen in debatten met diverse stellingen, zoals bijvoorbeeld het verspreiden van democratie door oorlogsvoering, en het verplicht huisvesten van immigranten in verschillende wijken. Deelnemers krijgen pas vijftien minuten voordat het debat begint de stelling en hun positie in het debat te horen.

Met vierentwintig teams uit heel Nederland was dit de grootste Oxford Schools tot nu toe. Het Nederlandse scholierendebat wordt dan ook steeds populairder, ook wanneer het om Engelstalig debatteren gaat. Ook internationaal laat Nederland zich steeds vaker gelden. Zo won vorig jaar het Nederlandse team het World Schools Debating Championship in de categorie English as a Foreign Language, en werden ze het elfde team in het algemene klassement. Hiermee versloegen ze gerenommeerde teams uit onder andere Amerika en Duitsland. Twee van de scholieren in dit team wonnen later dat jaar ook de finale van het Nederlands Kampioenschap debatteren. Voor het WSDC dit jaar in Schotland is enkele weken geleden een voorselectie van dertien getalenteerde debaters gemaakt. Uiteindelijk zullen drie tot vijf  debaters dit jaar Nederland vertegenwoordigen.

Meer informatie over Oxford Schools valt hier te vinden: http://www.oxfordschools.org.uk/ .
Voor informatie over Dutch Schools en de voorbereiding op het WSDC, kijk op http://www.dutchschools.nl/ .

Wie vertegenwoordigt Nederland dit jaar in China?

Debatteren in China: het is minder gek dan het lijkt. Van 7-14 mei vindt in Beijing de 15de editie plaats van de FLTRP Cup; de officieuze Chinese nationale debatkampioenschappen georganiseerd door de Foreign Languages Teaching and Research Press. De organisatie is druk op zoek naar gekwalificeerde juryleden.

Het zijn spannende tijden voor debatteren in China. Het aantal intervarsity toernooien is groeiende en ook aan de FLTRP Cup zal dit jaar weer een recordaantal van 120 teams van verschillende universiteiten meedoen. Het toernooi hanteert de Brits Parlementaire vorm zoals die ook wordt gebruikt op de Worlds Universities Debating Championships.

De organisatie van de FLTRP Cup nodigt gekwalificeerde juryleden uit alle hoeken van de wereld uit om deel te nemen aan het toernooi dit jaar. Vorig jaar bestond de jurypoule bijvoorbeeld uit namen als Jess Prince (Canada), Sam Greenland (Australië), Josh Martin (VS), Stephen Boyle (Ierland), Uri Merhav (Israel), Loke Wing Fatt (Singapore), Filip Doranic (Slovenië), Justice Motlhabani (Botswana) en Lars Duursma (Nederland). Gekwalificeerde juryleden komen in aanmerking voor subsidie. Afhankelijk van het niveau komen juryleden in aanmerking voor een reiskostensubsidie. De organisatie biedt juryleden sowieso transfer vanaf de luchthaven, verblijf, maaltijden en een tour naar onder andere de Verboden Stad en de Chinese Muur. Meer informatie over dit toernooi vind je hier.

Anne Valkering Chief Adjudicator in Moskou

Anne Valkering is benoemd tot Chief Adjudicator op de HSE Open 2011. De organisatie van dit toernooi dat jaarlijks in Moskou wordt georganiseerd heeft dat eerder deze week bekend gemaakt.

De inschrijving voor teams is inmiddels ook geopend. De HSE Open (Higher School of Economics) vindt dit jaar plaats op 9-10 april. Veertig teams zullen in zes voorrondes strijden om een plaats in de halve finale en finale. Er zal worden gedebatteerd in de Brits Parlementaire vorm. De debatten vinden plaats in een van de mooiste wijken van Moskou, op een steenworp afstand van de Drie Heilige Hierarchs en de kerk van Sint Vladimir. Meer informatie over deelname vind je hier.

Het is niet de eerste keer dat Anne Valkering Chief Adjudicator is op een internationaal toernooi. Ze was dat vorig jaar ook in Le Havre, Frankrijk. Als wedstrijddebater boekte Anne Valkering in 2008 haar grootste succes toen ze in Thailand wereldkampioen werd in de categorie Engels als tweede taal. Ook was ze als convenor verantwoordelijk voor het binnenhalen en organiseren van het Europees Kampioenschap debatteren vorig jaar in Amsterdam.

Official sponsor HSE 2011

Durf eens buiten de Kamer te kijken


Debatstellingen die niet beginnen met “Deze Kamer” zijn heel goed mogelijk.

Één van de leukste dingen aan studeren op een internationale opleiding, en wonen op een internationaal campus, is de contacten die je maakt met veel andere culturen en daarbij behorende gewoontes. Debatgewoontes zijn daar geen uitzondering op. Bij ons op het Leiden University College zijn er bijvoorbeeld veel mensen die de middelbare school in Australië hebben afgerond. Daar kennen zij een andere debatvorm, Australs geheten. Dit lijkt een beetje op het Amerikaans Parlementair met een extra spreker na de twee opbouwende beurten, wiens taak het is om heel diep uit te weiden over de kernpunten binnen het gevoerde debat. Ook apart aan deze vorm is dat de stellingen daar niet beginnen met “Deze Kamer” of “This House”, maar kortweg met “That”. Toen ik met een vriendin sprak over het eerste debat dat zij ooit voerde, vertelde ze me dat deze ging over de stelling “That chivalry is dead”. Een interessant debat, dat andere thema’s aansnijdt dan waar wij het gewoonlijk over hebben. En een debat dat heel anders gevoerd zou zijn als de stelling “This House would declare chivalry to be dead” zou zijn.

De beperkingen van Deze Kamer

Als debaters proberen wij goed onderlegd te zijn over zo veel mogelijk verschillende onderwerpen, omdat heel veel zaken voorbij kunnen komen op een toernooi. Op mijn eerste toernooi (het Amsterdam Open 2009) waren er stellingen over het toestaan van experimentele behandelingen, immigranten toegang verlenen tot sociale voorzieningen, de casus Al Bashir tegen het Internationaal Strafhof, of het wenselijk was om families junks in afkickklinieken te laten zetten en de morele rechtvaardiging van oorlogvoeren voor energiezekerheid. Al deze uiteenlopende thema’s hebben echter één gemene deler: ze veronderstellen een actie van de overheid. Hierdoor blijft de rechtvaardiging van overheidsingrijpen een terugkerend thema in elk debat. En hoewel overheden heel vaak een belangrijke rol hebben, zien we dat ook heel veel andere actoren unieke visies of interessante belangen hebben bij een bepaald onderwerp. Deze blijven echter vaak onderbelicht, omdat het punt van overheidsbemoeienis zo’n belangrijk punt is in dit soort debatten. Bovendien veronderstellen stellingen met “Deze Kamer” vaak een wijziging van de status quo, terwijl sommige morele debatten helemaal niet zo’n positieve actie hoeven te erkennen om de moeite waard te zijn.

Op het afgelopen BP-toernooi in Rotterdam ging het daarom ook in veel kamers mis. De stelling “DK vindt kunstmatige conceptie immoreel, zolang er nog kinderen op adoptie wachten” werd – ondanks hints van het juryteam – door veel propositieteams als een overheidsactie geïnterpreteerd: daarom hadden zij het vaak over het verbieden van IVF-behandelingen zolang er nog adoptiekinderen waren. Hierdoor konden veel oppositieteams met succes aantonen dat dit een zeer basale aantasting is van het recht op vrije keuze voor de ouders. Wanneer de stelling gevoerd zou worden in de een vorm als “Dat ouders niet voor kunstmatige conceptie zouden moeten kiezen, zolang er nog adoptiekinderen zijn” gaat het veel meer over de keuzes die ouders maken wanneer zij een kind willen opvoeden. Een heel ander, en verfrissend debat!

Een andere vorm is gekozen als finale van het Bristol Intervarsity: “This House, which is you, as a catholic, would, confronted with evidence that the Vatican was involved with and tried to cover up evidence of child abuse, renounce your faith”. Door als juryteam “de Kamer” voor de debaters te definiëren voorkom je opnieuw een hele hoop argumenten over overheidsinmenging, en kun je het hebben over andere interessante onderwerpen: in dit geval, wat geloof voor een persoon kan betekenen.

Vergeet als laatste niet dat “Deze Kamer” weglaten niet betekent dat debatteren a-politiek word. Immers, een stelling als “Dat dierentuinen verboden moeten worden” veronderstelt nog steeds een actie van een overheid.

Conclusie

Hoewel het thema ‘rol van de overheid’ een heel interessant en belangrijk thema is bij veel politieke onderwerpen, kan ze soms bepaalde argumentenlijnen overheersen, waardoor het lastig is om het als team over andere zaken te hebben in een debat. Daarom zouden juryteams bij het vormen van hun stellingen rekening kunnen houden met welk debat ze zouden willen voeren. Een optie voor juryteams die nieuwe invalshoeken willen onderzoeken met hun stellingen zou kunnen zijn om “Deze Kamer” strikt te definiëren, of zelfs helemaal weg te laten. In Australië kunnen ze er al jaren inventieve debatten mee voeren en wereldkampioenen mee opleiden. Nu Europa nog!

Nieuw informatiekanaal: SevenTwenty

Vanaf vandaag, 1 februari, heeft de Debatbond een geheel vernieuwde website inclusief een nieuw informatiekanaal: SevenTwenty. Het is een van de nieuwe onderdelen die we hebben toegevoegd om de site extra functioneel te maken. We hebben een voltallige redactie om aan de slag te gaan met het publiceren van nieuws, achtergronden, verslagen en opinie over het wedstrijddebat. Maar ook bijdragen van gastauteurs worden op dit nieuwe platform SevenTwenty zeer gewaardeerd. Ons doel: een nieuw thuis bieden voor iedereen die in Nederland debatteert, wil debatteren of interesse heeft in debat.

Toegankelijke informatie

Met SevenTwenty en onze andere features (een bibliotheek en real-time debatranglijst) hopen we in een groeiende behoefte aan toegankelijke informatie en opinie te voorzien, relevant voor alle wedstrijddebaters:  beginnende debaters en ervaren kampioenen van alle verenigingen. Veel debaters hebben een enorme behoefte aan antwoorden op vragen als: naar welke toernooien te gaan, welke workshops te volgen en welke literatuur te lezen om optimaal voorbereid naar een Europees Kampioenschap of Wereldkampioenschap te gaan? Actief in het bestuur van een vereniging of in de organisatiecommissie van een toernooi? Ook dan moeten belangrijke knopen worden doorgehakt. Welke debatvorm past het beste bij de doelgroep van je toernooi? Kiest een organisatie vooral voor spanning en competitie op een toernooi of is inhoudelijke feedback na de rondes ook belangrijk? Welke keuzes moeten er gemaakt worden in de tabroom van een groot toernooi?

Een centrale plaats

De afgelopen jaren is het wedstrijddebat in Nederland enorm gegroeid in populariteit. Toen ik begon met debatteren in 2003 waren er drie grote verenigingen (EDS, UDS en Bonaparte) die de dienst uitmaakten in Nederland en een paar kleinere verenigingen zoals Cicero en het Hoogste Woord. Inmiddels zijn er veel verenigingen bijgekomen. Verenigingen die in 2003 nog niet bestonden (GDS Kalliope, NSDV Trivium, UCU) of in de kinderschoenen stonden (Leiden Debating Union) hebben inmiddels al een grote (inter)nationale successen geboekt. Er bestaan geen kleintjes meer: op internationale toernooien wordt tegenwoordig met teams van alle Nederlandse verenigingen rekening gehouden.

Dit succes van de laatste jaren is natuurlijk alleen maar mogelijk geweest dankzij het delen van kennis met beginnende debaters en nieuwe verenigingen.  Maar bij een groeiende en bloeiende debatgemeenschap past ook professionalisering van nieuws, achtergronden, verslagen en opinies over al die aspecten van het wedstrijddebat: de debatten zelf, de wijze van jurering, de dilemma’s waar organisaties  voor staan enzovoort. Op een centrale plaats, gemakkelijk toegankelijk voor iedereen. Meer uitwisseling van informatie en kritische opinie houdt verenigingen en organisaties scherp en draagt bij aan een hoger niveau van wedstrijddebatteren in Nederland.

Nieuwe features

Natuurlijk hebben verenigingen ook hun eigen informatiekanalen zoals nieuwsbrieven en internetfora.  Met name het forum van ASDV Bonaparte geldt als een belangrijke nieuwsbron voor de meest actieve debaters en verenigingsbesturen. Je zou het een vorm van parasiteren op de serverruimte van Bonaparte kunnen noemen. Maar met onze nieuwe features – SevenTwenty, de bibliotheek en de real life debatranglijst – hopen we vooral een nog breder publiek beter te bedienen.  We hopen dat mensen zich hier snel thuis zullen voelen.