Archives for april 2011

Debat en de waarheid

Telt de waarheid in een debat? Het voor de hand liggende antwoord is “ja”. Als een debater de jury vertelt dat de Taliban volledig verslagen zijn neemt de jury hem niet serieus en verliest hij het debat. Maar als dezelfde debater claims maakt over de kosten van een kerncentrale houdt de jury zich afzijdig en vertrouwt men op de onjuiste “analyse” van het kostenplaatje. Gevolg: onterechte uitslagen en liegende debaters. De manier om dit te voorkomen is om van te voren fact sheets waarop de belangrijkste feiten staan opgesomd aan juryleden uit te delen. Juryleden moet geïnstrueerd worden om feiten die in strijd zijn met de inhoud van het fact sheet af te straffen in de jurering om de jurering beter en eerlijker te maken.

Bonapartiaanse casus
Op het Bonapartiaans Debattoernooi vond onlangs een debat plaats over het doden van Joseph Kony, een Afrikaanse rebellenleider. Eén van de teams gaf een feitelijk juiste weergave van de passieve rol van Kony binnen zijn “Lord’s Resistance Army”. Het andere team hield zich niet aan de feiten en won het debat. Had de stelling dan niet gekozen moeten worden? Nee. Natuurlijke vergde de stelling specialistische kennis, maar dat is onvermijdelijk omdat belangrijke kwesties nou eenmaal op de agenda moeten komen en er in ieder debat kennisverschillen tussen debaters zijn. Bovendien is één van de doelen van de debatsport om algemene kennis uit te breiden. Het zou onterecht zijn om Afrikaanse crises niet te bespreken omdat de gemiddelde debater er toevallig niet zoveel van af weet. Wel is oneerlijk dat juryleden met weinig kennis over het onderwerp beslissingen nemen over de uitslag.

Gemiddelde krantenlezer
In het bepalen van wat een jurylid wel en niet als waarheid mag meewegen wordt uitgegaan van de kennis van de “gemiddelde krantenlezer”: als die zou weten dat iets niet waar was zou de jury het niet mee mogen meetellen, maar in alle andere gevallen wel. Zelfs wanneer het jurylid weet dat iets gelogen is mag hij die informatie niet laten meewegen in de jurering. Tegenstrijdige informatie van twee teams wordt in dergelijke gevallen tegen elkaar afgestreept. De reden dat een jurylid dat onjuistheden herkent alsnog credits voor die punten geeft is dat een ander jurylid in een andere kamer die onjuistheden misschien niet zou herkennen en er niet te grote verschillen mogen bestaan in de jurering tussen verschillende kamers. Als iedereen uitgaat van de gemiddelde krantenlezer blijven de juryverschillen beperkt, is de gedachte. Die gedachtegang is onlogisch.

Falen van huidig beleid
Het huidige beleid faalt op drie vlakken. Ten eerste is het ineffectief: de gemiddelde krantenlezer bestaat niet en verschillende juryleden accepteren verschillende niveaus van onjuistheden. Een jurylid met meer kennis van zaken zal in veel gevallen de juistheid van gegevens toch laten meewegen en een ander jurylid niet. Ten tweede stimuleert de policy toekomstige decision makers om door middel van leugens hun gelijk te halen. Debaters zijn rationeel en zullen liegen (middel) om te winnen (doel), wanneer ze daar geen nadelen aan ondervinden. Het toestaan van onjuistheden is dus een gedragsprikkel. Ten derde maakt het huidige beleid mensen dommer . Wanneer teams niet afgestraft worden op feitelijke onjuistheden vertrekt men na een debat dommer dan toen men binnenkwam, omdat men onwaarheden voor waar aanneemt. Dat is niet in lijn met het doel van debat om een “market place of ideas” te zijn en beter geïnformeerde beslissingen te stimuleren. Met een vertekent beeld van feiten lukt dat niet.

Info Slides
Een voor de hand liggende optie is een  “info-slide-presentatie”, waarin wordt aangekaart waar het debat om draait. Het problematische daarvan is dat niet alleen juryleden maar ook de debaters op die manier geïnformeerd worden. Dat neemt het competitieve voordeel van algemene kennis weg, terwijl het nieuws bijhouden een deugd is en mechanistische kennis wel beloond wordt. Info slides over de Amerikaanse vloot in Bahrein zijn even kwalijk als info slides over basisfilosofie in een debat over het recht op leven. Daarnaast stuurt het verschaffen van informatie aan debaters het debat een bepaalde richting op en wordt de inhoud van debatten teveel geleid door het CA-team.

Hoe het ook kan
Gelukkig is een betere oplossing voorhanden: geef juryleden de tools om de juiste beslissingen mee te nemen en verplicht ze om die kennis te gebruiken in de jurering. Laat de CA A4tjes uitdelen aan juryleden tijdens de voorbereidingstijd waar bijvoorbeeld staat opgesomd hoeveel het bouwen van een nucleaire reactor in het verleden gekost heeft of hoeveel vluchtelingen er in Kongo in kampen zitten. Juryleden instrueren om de kennis in de jurering te laten gebruiken zorgt voor eerlijkere uitslagen en voor consistentie in jurering tussen verschillende kamers. Bovendien worden de debatten beter. Gewapend met fact sheets zullen juryleden niet langer belaagd worden door feitelijke onjuistheden. Debaters weten namelijk dat ze er niet langer mee weg komen. Debatten zullen gestoeld zijn op feiten, in plaats van op onzin. Natuurlijk zullen er nog steeds gevallen zijn waarin debaters met leugens wegkomen, maar de kans daarop wordt aanzienlijk kleiner en de kans op betere debatten neemt behoorlijk toe.

NK nabeschouwing

Zaterdag 16 april vond in Rotterdam het NK debatteren plaats. Lars Duursma en Daniel Springer wonnen het toernooi en werden uitgeroepen tot nieuwe Nederlands Kampioenen. Hoe zag het toernooi eruit? Een reconstructie.

In alle vroegte van de zaterdagochtend verzamelden zich meer dan 56 teams om deel te nemen aan het jaarlijkse NK. De voorrondes vonden dit jaar plaats in het Wolfert van Borsselen, een middelbare school nabij Rotterdam Centraal Station. Iets rondom 9:30 opende Chief Adjudicator van het toernooi, Jeroen Heun, de dag door middel van een deelnemersbriefing. Bijgestaan door Deputy Chief Adjudicators Fleur Praal, Julien Spliet en Salar al-Khafaji was Jeroen verantwoordelijk voor de stellingen, het rangschikken van juryleden en de inhoudelijke kant van het toernooi. Het NK was dit jaar, net als vorig jaar, in de ‘brits parlementaire’ debatvorm. Dat wil zeggen, 4 teams per debat (2 voorstander teams en 2 tegenstander teams), die de jury proberen te overtuigen. In ieder debat krijgt iedere team een uitslag in de vorm van een ranking (plaats 1, 2, 3 of 4), en aan de hand daar van punten (3 punten voor de 1e plaats, 2 punten voor de 2e plaats en 1 punt voor de 3e plaats). Degene die genoeg punten scoort kan aan het einde van de dag door naar de halve-finales.

Spannend begin van de dag

Spoedig werd de eerste stelling aangekondigd:“DK vindt dat landen hun energiemaatschappijen moeten nationaliseren.” In veel kamers werd het een debat over duurzaamheid, verantwoordelijkheid en (hoe kan het ook anders) economie. Door middel van een enorme ‘timer’ geprojecteerd door een beamer konden debaters in de centrale hal de 15 minuten voorbereidingstijd nauwlettend in de gaten houden, terwijl de juryleden van het CA-team nog een paar laatste mededelingen meekregen. Na alle zenuwen en spanningen van de eerste ronde volgde de tweede, met als stelling “DK legaliseert virtuele en getekende kinderporno.” Dit leverde aardig wat levendige debatten op over de psyche van pedofielen, en of deze ook het recht zouden moeten hebben om dit te kunnen zien.

De bepalende rondes

Na de eerste twee rondes waren er inmiddels 6 punten te verdienen, en werd het spannend welke teams in ronde 3 en 4 nog genoeg punten zouden kunnen halen om te ‘breken’ naar de halve-finales. De voorspellingen waren dat je als team ten minste 8 punten nodig had, en dan hoge individuele sprekerspunten. Na een heerlijke lunch mochten de debaters verder met de 3e ronde, met als stelling: “DK vindt het gebruik van landmijnen geoorloofd.” Vooral een praktisch debat, over de nut en noodzaak van landmijnen, en de effectiviteit daarvan. In de allerlaatste voorronde van het toernooi werd er door de jury geen uitslag en feedback gegeven, om het spannend te houden welke teams naar de halve-finales doorgingen. Er kwam dan ook een uitdagende stelling: “DK geeft mensen die een kostbare medische behandeling moeten ondergaan een keuze tussen het ondergaan van de operatie of een vergoeding van 80% van de kosten.”

De halve-finales

Na vier voorrondes was het tijd om de brekende teams bekend te maken. Vanwege de BP vorm konden zich 8 teams plaatsen (4 per debat, en 2 halve-finales). In de centrale hal maakte Jeroen Heun de teams bekend. Dit waren:

1. Rob Honig en Ali al Khatib (Leiden, 12 punten)
2. Tomas Beerthuis en Chrissie Brierley (UDS, 10)
3. Rogier Baart en Wieger Kop (Leiden, 10)
4. Reinier de Adelhart Toorop en Sarie Muijs (Bonaparte, 9)
5. Adriaan Andringa en Danique van Koppenhagen (UDS, 9)
6. Heleen van ’t Spijker en Sander Kupers (UDS, 9)
7. Alies Uilen en Thomas de Haan (Bonaparte, 9)
8. Lars Duursma en Daniël Springer (EDS, 8.)

Door de grote hoeveelheid teams zijn veel teams op 8 punten geeindigd, en heeft het aantal sprekerspunten dat je als team totaal verdient hebt voor het 8e brekende team het verschil gemaakt dat zij de 8e plaats in het klassement kregen. In de twee halve-finales werd vervolgens gedebatteerd over de stelling “DK voert een maximuminkomen in.” De juryleden die de halve-finales mochten jureren haalden de zogenaamde ‘jurybreak’ en kregen de eer om een oordeel te vellen over twee moeilijke debatten.

De finale

Na afloop van de halve-finales verplaatste het toernooi zich naar de bovenste verdieping van Cafe Engels (nabij Centraal Station), waar op het dakterras (met uitzicht op Rotterdam) de uitslag van de halve-finales werd gegeven. Naar de finale mochten door: Rob Honig & Ali Al Khatib, Lars Duursma & Daniël Springer, Rogier Baart & Wieger Kop en Alies Uilen & Thomas de Haan. Zij mochten in de finale debatteren over de stelling “DK introduceert het concept ‘hate crime’ in de Nederlandse wetgeving.”

Na een goed debat gaf Jeroen Heun in een nabij gelegen feestlocatie de uitslag van de finale. Lars Duursma en Daniël Springer (tweede oppositie), wonnen het debat en daarmee het Nederlands Kampioenschap. Op de individuele sprekerstab werd Reinier de Adelhart Toorop beste spreker.

Al met al was het een zeer geslaagd en goed georganiseerd toernooi!

Nog meer weten?

De finale is te bekijken op YouTube. Klik hier voor de eerste speech van het debat.

Voor foto’s van de dag klik hier en hier.

Volledige uitslag van het NK

Rotterdammers Nederlands Kampioen Debatteren

Rotterdammers Lars Duursma en Daniël Springer hebben zaterdagavond het Nederlands Kampioenschap debatteren gewonnen na een zinderende finale. Ze versloegen professionals, studenten en scholieren die meededen aan deze vijftiende editie van het toernooi dat werd georganiseerd in Rotterdam. Reinier de Adelhart Toorop werd beste individuele spreker van het toernooi.

Sterk deelnemersveld

Aan het toernooi mochten de 56 beste teams van Nederland meedoen. En onder die deelnemers waren veel kanshebbers. Niet alleen deden talentvolle scholieren in groten getale mee, ook kwamen veel ervaren student debaters en professionals op het toernooi af om mee te dingen naar de landstitel. Na vier voorrondes en halve-finales werd in de finale gedebatteerd over de vraag of zogenaamde hatecrimes extra bestraft moeten worden.

Een toernooi van niveau

Op het toernooi zijn tientallen debatten gevoerd om te beoordelen wie er in aanmerking kwam voor de halve-finales. De debatten waren van hoog niveau. Er werd gedebatteerd over maatschappelijk relevante en prikkelende stellingen. Onderwerpen zoals ziektekostenverzekeringen, het gebruik van landmijnen en het nationaliseren van energiemaatschappijen kwamen aan bod.

Debatteren begint enorm populair te worden

Binnen Nederland wordt het wedstrijddebat steeds groter. Niet alleen komt het steeds meer terug in het onderwijs, scholieren gaan al op jonge leeftijd naar internationale debattoernooien. Debatverenigingen in Nederland worden daarnaast steeds groter en met de komst van de Nederlandse Debatbond is de competitie zich in grote mate aan het professionaliseren.

Meer informatie en achtergrondinformatie over de winst en debatteren in het algemeen is te vinden op www.debatbond.nl

NK Debatteren 2011 Tab

Live Update NK Debatteren

De teams die de halve finale hebben gehaald zijn als volgt:

– op 12 punten: Huisje, boompje, moslim (Ali al Khatib + Rob Honig)

– op 10 punten: UDS Just because we’re pretty, doesn’t mean we’re stupid (Chrissie Brierley + Tomas Beerthuis)

– op 10 punten: Born with Sway (Rogier Baart + Wieger Kop)

– op 9 punten: Bonaparte A (Reinier de Adelhart Toorop + Sarie Muijs)

– op 9 punten: UDS Sheldon en Penny (Adriaan Andringa + Danique van Koppenhagen)

– op 9 punten: UDS A (Heleen + Sander Kupers)

– op 9 punten: Bonaparte B (Alies Uilen en Thomas de Haan)

– op 8 punten en speaks: Erasmus A (Lars Duursma en Daniël Springer)

Voorbeschouwing: wie wint het NK?

Morgen is het zo ver: het Nederlands Kampioenschap Debatteren 2011. Na morgen zal een nieuw team zich een jaar lang ‘regerend Nederlands Kampioen Debatteren’ mogen noemen. Titelverdedigers Thom Wetzer en Elisabeth van Lieshout, die vorig jaar in Leiden de titel na een zinderende finale pakte, jureren op dit NK. Daarmee zal er dit jaar sowieso een nieuw team kampioen worden.

Terug in Rotterdam

Het NK keert dit jaar terug naar Rotterdam, waar de Erasmus Debating Society het toernooi zal organiseren. Juryvoorzitter, ofwel Chief Adjudicator van het toernooi is Jeroen Heun (beste ESL spreker EK Debatteren 2010). Met maanden voorbereidingen door een team van zowel Nederlandse als internationale studenten zullen morgen de voorrondes in het Wolfert van Borselen plaatsvinden, en de finale in Cafe Engels (nabij Centraal Station).

Sterke bezetting

Als we de signalen van de organisatie mogen geloven, hebben zich al bijna 60 teams gemeld die meedingen in de strijd naar Nederlands Kampioen. Onder hen zijn een heel aantal favorieten en ervaren debaters. Dat zegt echter niets. Immers, bij het NK van vorig jaar was dit ook het geval, en toen gingen twee scholieren (Thom en Elisabeth) er met de winst vandoor. Wat voor verassingen er dit jaar op het NK weer zullen plaatsvinden, zullen we morgen weten.

720 berichtgeving

Hoe zal SevenTwenty dan verslag doen van dit geweldige evenement? Natuurlijk zijn we ter plaatse om alles in de gaten te houden. We zullen live updates publiceren, een nabeschouwing schrijven met onder meer uiteraard de stellingen en de uitslag, en de Debatbond zal een persbericht uitsturen naar honderden journalisten met een verslag van het toernooi en de nieuwe Nederlands Kampioenen. Hou 720 dus morgen in de gaten!

En va Paris: Paris IV 2011

Hoe vrij ben je nu eigenlijk als de samenleving je dwingt om hoge hakken te dragen? Een team uit Cork en een Nederlands team uit Utrecht verdedigden op 2 april overtuigend dat het dragen van hakken in de westerse samenleving gelijk staat aan het dragen van een boerka. Het juryteam van het Paris IV was echter nog meer overtuigd van de speeches van de London School of Economics, die succesvol aantoonden dat vrouwen deze hakken konden gebruiken om mannen rondom hun vinger te winden, en het zo voor vrouwen een middel was om hun economische en sociale status te verbeteren. Na 5 voorrondes, een halve en een hele finale, waaraan 56 teams uit heel Europa streden om het kampioenschap van de Paris IV, gingen zij er dan ook met de uiteindelijke titel mee van door.

De Nederlanders deden zoals vanouds weer erg goed mee om de prijzen, maar wisten helaas geen eremetaal naar huis te nemen. Zo had de Erasmus Debating Society (EDS) uit Rotterdam veel talentvolle teams gestuurd; helaas sneuvelden veel teams na knappe prestaties tegen goede debaters uit Engeland en Ierland in de laatste ronde op enkele punten van de ESL-finale vandaan. Het eerste team van EDS, bestaande uit Setry Rabejoana en Milen Petkov, wist echter wél de halve finale te bereiken. Utrecht A (Danique van Koppenhagen en Arielle Dundas) kwamen nog een ronde verder en moesten, zoals gezegd, pas in de finale hun meerdere erkennen aan de London School of Economics. Op de tab moesten Setry en Danique genoegen nemen met een gedeelde 2e plaats als ESL-spreker, de prijs werd deze keer gegund aan de Berlijnse Desisslava Kirova. Arielle Dundas, van origine Amerikaanse, sloop de top-10 van beste sprekers van het toernooi binnen; dit klassement werd gewonnen door Harish Natarajan uit Cambridge.

Gelukkig valt er in Parijs nog wel wat meer te doen dan te debatteren, en Nederlanders lenen zich natuurlijk uitstekend voor nachtelijke activiteiten. Buiten de knappe prestaties in de debatzaal ontwikkelde de Nederlandse delegatie zich tot de kroegtijgers van het toernooi, en keek niemand verbaasd op dat zij de laatste taxi’s naar huis pakten. Het waren avonden die in de wandelgangen nog lang zullen naleven.

De Paris IV werd georganiseerd door een samenwerkingsverband van vier universiteiten: Science Po, TELECOM ParisTech, Ecole Centrale Paris en Université Pantheon Assas. CAs van deze editie waren Ben Woolgar (Oxford University, WK en EK-finalist) en Maja Cimmerman (Ljubljana University, regerend Europees Kampioen ESL).

Stellingen:

Ronde 1: This House Would deny the public sector the right to strike in times of economic crisis.
Ronde 2: This House Believes That France should open its borders for all immigrants of former French colonies.
Ronde 3: This House Would support the establishment of Harvey Milk Schools across Europe.
Ronde 4: This House Would partition a country in the wake of a civil war.
Ronde 5: This House Believes That it is immoral to give money to animal charities as long as there are still people starving in the world.

ESL finale: TH, being the editor of the Jyllands-Posten in 2005, Would have refrained from publishing the Mohammed cartoons.

Halve finale: This House Believes That Israel should abolish conscription.

Finale: This House Believes that women wearing high heels are no more free then women wearing a burka.

Vergeet Eloquentia. Het is tijd voor Argumental Dutch Edition

Sommige debaters kennen het al; sommige debaters staan op het punt om iets fantastisch te ontdekken op YouTube. Argumental. Wat is het en waarom moet er een Nederlandse versie komen?

Wat is het?

Argumental is een Brits tv-concept waarbij twee comedians samen met twee gasten debatteren over uiteenlopende onderwerpen onder leiding van een presentator met het publiek als jury.

In verschillende rondes moeten de debaters/comedians stellingen verdedigen en aanvallen, een speech improviseren aan de hand van getoonde foto’s, en U-bochten maken in hun speech als er een bel gaat. Het format van een debat is hier rechts schematisch weergegeven.

Vaste spreektijden zijn er niet, al duurt een individuele bijdrage zelden langer dan drie minuten. De tweede sprekers van ieder team maken meestal slechts één a twee korte opmerkingen. Er wordt gedebatteerd over een mengeling van serieuze en leuke onderwerpen: verdienen ouderen meer respect, ijsberen zijn het niet waard om gered te worden, Duitsland is beter dan Frankrijk enzovoort.

Om een impressie te geven van Argumental een paar links naar bijzonder grappige fragmenten:

Hoe verschilt een ‘Argumental’ debat van een ‘gewoon’ eloquentia-debat?

Veel.

Het eloquentia-format is een problematisch format. Daar waar het format tot doel heeft om welsprekendheid te belonen in plaats van doorwrochte argumentatie – en hiermee werd oorspronkelijk bedoeld welsprekendheid in de meest brede zin van het woord – is eloquentia in de praktijk vaak behoorlijk slechte comedy. In Amsterdam wordt sinds jaar en dag het officieuze “NK” eloquentia-toernooi georganiseerd als afsluiter van het debatseizoen. Maar gezien de problemen met het format is de vraag meer dan gerechtvaardigd waar de winnaar van dit toernooi nu precies in uitblinkt. Deelnemers blijven vaak behoorlijk strikt binnen de mores van het parlementair debat.

Dat betekent in de praktijk:

  • Vaste spreektijden 3-3-2 (voor stand-up comedy begrippen behoorlijk lange spreektijden)
  • 15 minuten voorbereidingstijd
  • Debaters die gebruik (blijven) maken van parlementaire spreekstructuur (‘’Ik ga het in deze speech hebben over drie punten..’’)
  • Debaters die behoorlijk blijven hangen in serieuze argumentatiemodus (is eloquentia nu wel of niet een format waarin deelnemers grappig moeten zijn?) en successtrategieën die werken in parlementaire debatten (‘’Maar laat ik eerst uitleggen hoe ik de stelling definieer…’’)

Argumental onderscheidt zich daarvan qua stijl:

  • Debaters in dit format kondigen zelden aan ‘’I’ve got ten jokes in this speech..’’
  • Debaters doen geen concessies of gebruiken definitietrucs; ‘commitment & determination’ staan op hun voorhoofd getatoeëerd.
  • Geen vaste spreektijden.

En Argumental onderscheidt zich daarvan qua aanpak:

  • De meeste optredens (behoudens de fotorondes en de U-bocht ronden) zijn aanzienlijk minder ‘stand-up’ dan het zich laat aanzien. Het publiek hoort het onderwerp weliswaar voor het eerst maar de sprekers in kwestie kennen hun positie en hebben een team van schrijvers achter zich staan.
  • Geen vaste spreektijden
  • Stellingen worden vaak niet ingestoken vanuit een soort ‘governing actor’ maar vanuit persoonlijke beleving. Geen gedebatteer dus over effectiviteit van beleid.

Waarom Argumental debatteren leuker is dan eloquentia

  1. Argumental is duidelijker in de verwachtingen die het publiek heeft van een debat.
  2. Er is geen – ik herhaal geen – reden om vast te houden aan (heel) strikte spreektijden in een format dat draait om comedy en welsprekendheid. Het equal arms-principe van gelijke spreektijden is bedacht voor het inhoudelijke debat waarbij inhoudelijke argumentatie centraal staat. Waarom sprekers die on fire zijn afbreken na drie minuten? Of debaters die door hun (sterke) materiaal heen zijn dwingen om hun spreektijd vol te maken?
  3. Het publiek beslist. Een publiek met duidelijke verwachtingen is de beste jury die er is.
  4. Verschillende formats benadrukken verschillende debat- of spreekvaardigheden. Argumental is echt anders dan parlementair debat zodat deelnemers ook echt anders te werk moeten gaan.
  5. Meedoen aan Argumental is waarschijnlijk gemakkelijker dan ‘pure’ stand-up comedy maar moelijker dan meedoen aan een eloquentia-debat.
  6. In veel steden is er een matig aanbod om jezelf te bekwamen in public speaking en comedy. Er zijn erg weinig comedyclubs in Nederland. Ze zijn of heel erg incrowd of ze leiden een zieltogend bestaan. Dit voegt echt wat toe.

Hoe moet zo’n Argumental Dutch Edition eruit zien?

Zou het niet leuk zijn om iets dergelijk in Nederland te organiseren? Er zijn verschillende mogelijkheden om een dergelijk evenement in te steken. Een Argumental kan beginnen als intermezzo binnen een bestaand evenement, of direct als een zelfstandig evenement. Het kan gecombineerd worden met een of meerdere comedy-workshops verzorgd door (bekende) comedians & debattrainers.

In dat laatste zie ik persoonlijk veel potentieel. Toegegeven: er is lef voor nodig, maar wie wil er nou niet een goed én grappig debater zijn?