Wat is waar?

doorBionda Merckens

Wat is waar?

Roel Becker, een vierdeklasser op het Stedelijk Gymnasium Nijmegen die actief is binnen hun debatclub Spatha Rhetoricae,  vraagt zich af hoe waarheid in het debat gezien moet worden, en of CA-teams de “waarheid” niet vaker vantevoren vast moeten stellen.

De manier waarop de analyse van een ingewikkeld argument gebracht moet worden is redelijk simpel: je begint met een axioma, een algemeen aanvaarde stelling, en gaat vervolgens in logische denkstappen naar de conclusie, die in het voordeel van je case werkt. Aangezien het doorsnee publiek van SevenTwenty volgens mij zeer goed in staat is zijn of haar argument op een fatsoenlijke manier uit te leggen, zal ik daar verder geen woorden aan wijden. In dit stuk zal ik echter wel bespreken hoe ver je terug moet analyseren voordat je daadwerkelijk bij een axioma uitkomt, met andere woorden: voordat je een claim niet langer hoeft te verantwoorden, en het probleem dat er op dit moment in de status quo is met de kwestie. Daarna zal ik drie mogelijke oplossingen geven.

Het is immoreel!
In de afgelopen finale van Op weg naar het Lagerhuis kwam er tijdens een niet bijster inspirerend debat over het gebruik van invalidenkarretjes door jongeren de claim voorbij dat het immoreel was om als niet-gehandicapte in zo’n karretje te rijden. Het bleef hier bij een claim, maar kennelijk was dit genoeg voor de finalejury van OWNHL, deze jongen won namelijk mede door dit ‘argument’ het debat. In een parlementair debat is dit natuurlijk ondenkbaar, je kunt er nooit van uitgaan dat de gemiddelde kwaliteitskrantenlezer die elk debat jureert ook vindt iets zomaar immoreel is, sterker nog: in sommige gevallen win je een debat puur door uit te leggen waarom iets immoreel is.

Democratieën zijn toch gewoon goed?

In één van mijn eerste debatten, op het afgelopen DTU over de een stuk inspirerender stelling: Deze Kamer biedt Turkije en Egypte lidmaatschap aan van de EEG als beloning voor verregaande democratische hervormingen was ik erg verbaasd toen de tweede propostie tweede werd in het debat door simpelweg uit te leggen waarom een democratie de beste staatsvorm is. Voor mij, als niet-debater, had dit altijd vastgestaan.

Probleem binnen jury’s
In de status-quo wordt dus over het algemeen aan een jury overgelaten te bepalen wat als axioma aangemerkt mag worden, en welke claims onderbouwd moeten worden. Het spreekt uiteraard voor zich dat dit zeer belangrijk is in de uitslag. Als de chair van het debat uit mijn tweede voorbeeld het ook vanzelfsprekend vond dat democratie de beste staatsvorm is, is de extensie van de tweede propositie totaal irrelevant en verliezen zij het debat. Als je echter stelt dat dit wel degelijk relevant is, zou je deze lijn eigenlijk dus moeten doortrekken, en zeggen dat de eerste propositie zeer relevant materiaal heeft gemist, en dus het debat in principe zou moeten verliezen.

Hetzelfde geldt voor debatten waar de teams een bepaalde aanname doen. Een voorbeeld hiervan is een debat over milieu. Warmt CO2 de aarde nou wel of niet op? De gemiddelde wetenschapper is er nog niet uit, laat staan de kwaliteitskrantenlezer.

Aangezien ik me goed kan voorstellen dat meningen van juryleden hierover dus ook verschillen lijkt er wel degelijk sprake te zijn van een probleem.

Probleem tussen debaters
Een ander probleem kan zijn dat debaters van mening verschillen over wat voor waar aangenomen mag worden; als de eerste propositie in het DTU-debat er ook van uitging dat een democratie gewoon de beste staatsvorm is, hebben zij ronduit pech, terwijl mij dit toch, zeker voor minder ervaren debaters, geen hele rare zienswijze lijkt. Ook de uitspraak: ‘dan onderbouw je maar alles’ lijkt onzin, dan zou namelijk de eerste spreker van de propositie zijn hele speech kwijt zijn aan uitleggen dat het debat plaatsvindt, en dat elke term die in het debat gebruikt word ook daadwerkelijk bestaat: zonder axioma wordt het lastig argumenten brengen.

Naar mijn mening zijn er voor het probleem dat er zowel tussen debaters als juryleden, en debaters onderling verschillen kunnen bestaan over wat een axioma is drie mogelijke oplossingen.

Oplossing 1: het overlaten aan de juryleden (de status quo)

In het geval van deze oplossing laat je de jury bepalen wat een gemiddelde krantenlezer nog als ‘waar’ aan zou nemen, en ga je ervan uit dat debaters dit goed kunnen inschatten, onderling overeenstemming bereiken, en dat de jury het er uiteraard ook binnen verschillende kamers over eens is wat een axioma is, mij lijkt dit ronduit irreëel.

Oplossing 2: het overlaten aan de debaters

Deze oplossing wordt volgens mij onbewust ook nog wel eens toegepast, en kan volgens mij zeker ook werken: je gaat ervan uit dat alles dat niet door de tegenstander succesvol is aangevochten en onderuitgehaald waar is, en debaters doen hetzelfde. Je kan dit ook vastleggen in juryvoorschriften, dit lijkt een fijne oplossing maar kan, zeker in een BP-debat problemen opleveren:

Bij bijvoorbeeld de stelling: Deze Kamer bestraft iedereen die op enigerlei wijze medeplichtig is aan genocide is het helemaal niet gek als de eerste propositie er vanuit gaat dat genocide slecht is, het is zelfs zo dat ‘genocide is slecht’ als squirrel wordt benoemd. De eerste oppositie zou hier dus zomaar in mee kunnen gaan. Als nou echter de tweede oppositie aanvecht dat genocide slecht is, gebeuren er twee negatieve dingen: allereerst heeft de eerste propositie geen eerlijke kans zijn eigen claims uit te leggen, ervan uitgaande dat dit niet in één POI te doen is. Ten tweede moet de tweede propositie dan misschien als weerlegging een claim gaan uitleggen die totaal niet relevant is voor hun case. Hierdoor zijn zij dus eigenlijk tijd kwijt aan het verdedigen van een argument van hun concurrent.

Deze oplossing lijkt mij dus ook niet geheel ideaal. Verder is er natuurlijk het risico dat het hele debat gaat over de rechtvaardigheid van één claim, het lijkt mij ook niet al te leuk om in zo’n kamer terecht te komen.

Oplossing 3: het overlaten aan het CA-team

Deze oplossing is behoorlijk revolutionair, maar wat mij betreft redelijk simpel, en een goede oplossing voor de problemen. Naast de infosheets die je nog wel eens achter stellingen ziet, kan je onder elke stelling een lijstje maken van dingen die verplicht aangenomen moeten worden.

In bijvoorbeeld het debat over de stelling: This House Would use war to spread democracy (Oxford Schools) kunnen bijvoorbeeld twee aannames verplicht worden gesteld: democratie is goed, en oorlog is slecht. Dat zal geen negatieve invloed op het debat hebben, terwijl het wel een aantal mogelijke problemen ondervangt.

Verder geeft dit plan het CA-team meer mogelijkheden, zo kan je bijvoorbeeld dingen verplicht gaan stellen die absoluut niet echt het geval hoeven te zijn. In bijvoorbeel het debat over de stelling: This House Would allow women to carry Self-Defence Accessories (finale Dutch Schools) kan je bijvoorbeeld verplicht stellen aan te nemen dat vrouwen per definitie fysiek zwakker zijn dan mannen, om een flauw oppositielijntje weg te halen. Door deze maatregel zijn zelfs scenariostellingen op een hele simpele manier mogelijk, door aannames verplicht te stellen als: ‘Deze Kamer is iemand die op een brug staat.’
Op deze manier kan je natuurlijk ook beginnende teams op bijvoorbeeld scholierentoernooien behoeden voor een veel te moeilijk verdedigbare definitie, of de hele kamer voor een squirrel door een fout opgezet debat.

Al met al denk ik dus dat er wel degelijk een probleem is in de status quo, en dat de derde oplossing dit voor een groot deel ondervangt. Ik hoop hiermee de discussie aan te zwengelen.

Facebook Twitter Linkedin Email

Over de auteur

Bionda Merckens contributor

8 reacties tot nu toe

Daan WellingGeplaatst op5:12 pm - jun 9, 2011

Dank je wel voor een stuk, Roel, waarin je debaters uitdaagd een paar van de fundamenten van de debatsport te moeten gaan uitleggen ;).

Het verschil waar ik denk dat de problemen hier beginnen te knagen is de vraag of er ‘axioma’s’ bestaan in een wat ‘softere’ wetenschap zoals de sociale wetenschappen, waar het parlementair debat grotendeels onder valt. Ik denk dat er namelijk maar een heel klein aantal zaken zijn die níet betwistbaar zijn: en dat zijn de logicawetten. (bijvoorbeeld de propositielogica, en het gegeven dat je logica zichzelf niet mag tegenspreken). Buiten deze wetten, is in principe alles vrij om aangevallen te mogen worden.

Wij bouwen dan ook een argument op door eerst een principiële aanname te bewijzen (“democratie is goed”) en vervolgens deze toe te passen op de stelling (geldt dit ook wel voor landen in Noord-Afrika en het Midden-Oosten, gegeven hun huidige situatie?). De keuze die je maakt in het bewijzen van aannames is strategisch, en komt richting de ‘burden of proofs’ te liggen: wat moet ik bewijzen om het debat te winnen? Vaak is dat, in een ‘standaard’ debat, de vraag of er een probleem is, of het plan het probleem oplost (of de gevolgen van de stelling goed zijn), en of het principieel gerechtvaardigd is. Daar komen dan een heleboel subvragen onder (is de uitvoerende actor, vaak de Staat, wel de juiste?, is een veelvoorkomende).
Die strategische keuzes aan prop en opp bepalen het verloop van het debat. De oppositie moet dan inschatten welke aannames aan te vallen zijn (ik zou me bijvoorbeeld niet kunnen indenken dat een oppositie kan verdedigen dat genocide goed is), en de propositie moet die aannames goed analytisch zien te verdedigen.

Een verder probleem dat jij aankaart, de ‘2e opp valt 1e prop aan, en noodzaakt 2e prop om 1e prop te verdedigen’ is ook eigenlijk veel meer een ‘spelregelprobleem’. 2e prop hoeft niet noodzakelijk de 1e prop-lijn te volgen als zij zelf al een ander, verdedigbaar antwoord heeft gegeven. Een voorbeeld in het C02-debat: 1prop legt de noodzaak voor het reduceren van het gebruik van fossiele brandstoffen uit door te stellen dat de aarde opwarmt. 2opp valt die aanname aan. Echter, 2prop brengt in haar extensie andere problemen: zoals de luchtvervuiling die bij de opwekking van fossiele brandstoffen ontstaat, en de schaarste aan fossiele brandstoffen. Zo kan de 2e prop nog steed winnen van de 2e opp. De 1e prop moet slim genoeg zijn om simpele aanvallen van 2e opp te kunnen weerstaan, maar ik denk dat het ‘het probleem’ van het spelletje is, dat 1prop en 2opp nergens direct op elkaar reageren; en doordat 2opp meer tijd heeft om na te denken over hun extensie, kunnen ze dan van een goede 1prop nog winnen. Ik denk dat de afgelopen NK-finale een goed voorbeeld hiervan is: Daniël, in tweede oppositie, valt de zwakst staande punten van een eerste propositie die het debat leek te gaan winnen aan – de praktische gevolgen van de stelling – en kan zo het debat winnen. Daar word hij, in mijn herinnering, mee geholpen doordat de samenvattende spreker aan propositiezijde niet heel veel op zijn extensie reageerde.

Maar bovendien is het denk ik inherent aan het BP-spelletje dat de teams in de 2e helft afhankelijk zijn van hun argumentatie door wat er in de 1e helft gebeurde. Zo kan 1prop een heel principieel debat opgezet hebben, maar valt 1opp hen aan op de haalbaarheid van de stelling. 2prop word dan wel genoodzaakt om, als verdediger van het plan, de haalbaarheid of effectiviteit te bewijzen, en kan vaak zelfs nog winnen als zij dat doen, omdat het een cruciale toevoeging in dat specifieke debat bleek te zijn!

Een nog wat groter probleem die jouw voorstel – het vastleggen van bepaalde axioma’s – heeft, is dat niet voor iedereen die axioma’s vanzelfsprekend zijn, maar ook dat debatten er ten onrechte door beïnvloed kunnen worden. Als je, in jouw voorbeeld, vaststelt dat ‘democratie goed is, en oorlog slecht’, dan kun je als propositie niet meer winnen, omdat ‘oorlog slecht is’, dus je niet mag gaan bewijzen dat oorlog opeens goed is, als het bereikte doel goed is. Ik denk dat je bij dit soort stellingen niet van algemene stelregels uit moet gaan, maar eerder naar het ‘wegen’ van principes en belangen moet gaan kijken; democratie is dus goed, zolang er aan bepaalde voorwaarden word voldaan ; oorlog is goed, als de alternatieven nog veel verschrikkelijker zijn, et cetera. Je creért in feite dogma’s binnen het debat, en ik denk dat juist debatteren ernaar moet streven om dogmavorming tegen te gaan.

Pas op het moment dat een stelling niet te debatteren valt zonder verdere specificatie van het CA-team, worden er bepaalde dingen verduidelijkt: vaak gebeurt dat via infoslides. In de finale van de Manchester IV dit jaar, onder de stelling dat “Deze Kamer gelooft dat het Westen een religie moet bedenken die liberale waarden verspreidt”, werd expliciet afgebakend dat de teams ervan moeten uitgaan dat het plan zou gaan werken; zo krijg je een ander debat, waar andere vragen centraal staan.
Dit kan echter ook fout gaan; ik denk dat de deelnemers aan de ESL-finale (en dan voornamelijk de propositie) zich niet helemaal konden vinden in de lastige definitie van ‘pacifism’, die inhield dat ‘een pacifist iemand is die onder geen enkele omstandigheid geweld gebruikt’.

Eric StamGeplaatst op6:04 pm - jun 9, 2011

Mooi stuk, maar die arme Al Gore. Eerst al geen president van Amerika, en nu zijn er nog steeds gymnasiasten in Nederland die twijfelen aan opwarming van de aarde door CO2.

Alle gekheid op een stokje: het is een heel slecht idee om jury’s bepaalde axioma’s mee te geven als ‘niet-debatteerbaar’. Sterker nog: het ondermijnt de hele gedachte achter debatteren; namelijk het oplossen van twijfel en onzekerheid over de wereld om ons heen.

Daarbij geeft Roel Becker vooral voorbeelden voor zijn case die doen vermoeden dat hij hier niet met bijster goede debaters en juryleden te maken heeft gehad. De vraag is dan of slechte debaters en slechte juryleden gebaat zijn met de – ongetwijfeld ingewikkelde – instructies over verplicht te accepteren axioma’s. Het lijkt me voer voor heel veel misverstanden.

Om de voorbeeld van ‘democratie is goed’ en ‘oorlog is slecht’ als verplichte axioma’s te gebruiken:

– Als je heel eerlijk bent, zijn ze tamelijk nietszeggend. Intuïtief ben ik het er wel mee eens, maar de concepten ‘oorlog’ en ‘democratie’ blijven hier tamelijk ongedefinieerd, is het niet? Wat is oorlog, wat is democratie? Je wilt in een debat vooral te weten komen wat die concepten betekenen.

– En ook: waarom die concepten dan goed of slecht zijn. Debatteren – ook over pertinente onwaarheden en grote waarheden – heeft altijd nut, omdat pertinenente onwaarheden nu eenmaal weerlegd moeten worden en waarheden ‘uitdoven’ als ze niet worden geactualiseerd. In casu: je kunt mensen wel dwingen om tijdens debatten de axioma ‘democratie is goed’ te hanteren, maar wat als ze daar nu diep van binnen aan twijfelen? De geschiedenis zit vol verhalen van mensen die geloofden in ideologieën met heel andere axioma’s.

– De axioma’s die hier worden genoemd, zullen waarschijnlijk niet de geschillen in een debat gaan vormen. De vraag is vaak niet zozeer of ‘democratie goed is’, maar of democratie voor ieder land de meest geschikte staatsvorm is, en of oorlog een effectieve manier is om democratie in een land te verspreiden, en of de neveneffectecten van oorlog wel opwegen tegen de vermeende voordelen van democratie.

Tot slot: normaliter lossen ‘goede’ debaters dit op door het doen van strategische concessies. Ze kiezen zelf welke axioma’s ze wel en niet accepteren, en hebben uiteindelijk de taak om zelf de geschillen in een debat te construeren en te verhelderen richting juryleden. Schiet niet op alles wat beweegt, maar bepaal zelf waar het debat over moet gaan. Dat is een moeilijke les om te leren, maar de oplossing die in dit artikel wordt voorgesteld om de kwaliteit van debatten te verhogen doet waarschijnlijk meer kwaad dan goed.

Roel BeckerGeplaatst op7:47 pm - jun 9, 2011

Het voornaamste doel van dit stuk was om de discussie aan te zwengelen, en volgens mij ben ik daar in geslaagd. Hier een reactie op Daan en Eric.

Laat ik beginnen met iets te verhelderen dat ik in mijn stuk niet duidelijk genoeg naar voren heb gebracht: ik geloof niet dat, voornamelijk vanwege de reden van Eric en Daan, dat een CA-team elk debat tot in de puntjes moet bepalen. Ik denk wel dat het af en toe goed kan zijn een debat te sturen.

Voor de rest zal ik inderdaad de eerste zijn om toe te geven dat ik nog niet heel veel fenomenale debatten heb gevoerd in mijn halfjarige debatcarriere; en dat dit in de voorbeelden te zien was.

Daan:
Je begint met te zeggen dat er in de ‘softe’ wetenschappen waar we gelukkig vaak over debatteren weinig axioma’s zijn; ik ben het daarmee eens. Ik denk alleen dat het geen kwaad kan om af en toe te stellen dat er best gedaan mag worden alsof er axioma’s bestaan, om een keer te debatteren over een andere kant van de zaak.

Daarna leg je op een betere manier uit hoe men een argument brengt; alleen begin je hier met: ‘Wij bouwen dan ook een argument op door eerst een principiële aanname te bewijzen (“democratie is goed”)’, ik denk dat het makkelijker wordt een prinicpiële aanname te bewijzen, als je van bepaalde axioma’s uit mag gaan. Dan zou je dus ook meer tijd hebben om de aannames op de stelling toe te passen, wat een heel ander debat tot gevolg heeft.

Vervolgens geef je aan dat debatten onterecht beïnvloed kunnen worden door bepaalde dogma’s; ik denk zeker dat debatten door deze dogma’s beïnvloed kunnen worden, maar vraag me af of dit per definitie onterecht moet zijn. Ik zou zeggen dat het aan het CA-team is te bepalen in hoeverre zij het debat wil beïnvloeden.

In jouw laatste voorbeeld, over Manchester IV, gaf jij aan dat in de status quo dit plan soms al succesvol wordt toegepast, maar dat het ook fout kan gaan. Ik denk dat je gelijk hebt; maar geloof dat het zeker niet per definitie fout zal gaan.

En dan Eric,

Ik geloof persoonlijk wel in klimaatverandering hoor, ik vind het alleen zo jammer dat niet iedereen het doet. Helemaal als die mensen vervolgens een debattoernooi gaan organiseren over klimaatverandering.

Ik ben het met je eens dat ‘oorlog’ en ‘democratie’ vage begrippen zijn, ik geloof alleen niet dat elk debat dat daar ook maar in de verste verte mee te maken zou kunnen hebben zou moeten gaan over het afbakenen van deze begrippen, dan kan mijn plan uitkomst bieden.

Ik ben het ook van harte met je eens dat pertinente onwaarheden weerlegd, en waarheden geactualiseerd moeten worden, ik vraag me alleen af of dit per se, in elk debat moet. Ook het argument: ‘misschien twijfelt iemand eraan’ vind ik niet geheel geldig: persoonlijk twijfel ik ook of het zo’n goed idee is virtuele kinderporno te legaliseren, toch heb ik dit plan op het afgelopen NK verdedigd.

Het houdt niet op: ik ben het ook met je eens dat deze axioma’s niet de kerngeschillen in een debat gaan vormen, sterker nog: ik denk dat dit niet zou moeten gebeuren. Dan zou mijn plan juist een uitkomst zijn, door op deze manier zeker te stellen dat deze axioma’s geen kerngeschillen worden.

Op je laatste punt heb ik twee reacties:
– niet iedereen is een goede debater, en ik denk dat veel mensen een steuntje in de rug met het strategiebepalen best kunnen gebruiken.
– ik kan me ook goed situaties voorstellen waarin een CA-team duidelijk zijn stempel op het debat wil drukken, het dus niet aan debaters wil overlaten te bepalen waar het debat overgaat. Ook in zo’n geval kan dit plan een uitkomst zijn.

Tot slot nog even over de door jou geclaimde ingewikkeldheid: ik denk dat zelfs 4gymnasiasten in staat zouden moeten zijn een zinnetje onder een stelling te lezen, en te interpreren.

In de hoop de discussie nog verder aan te zwengelen,

Met vriendelijke groet,

Roel

Eric StamGeplaatst op8:22 pm - jun 9, 2011

Oké, here you go:

Strategie is m.i. niet het eerste waar beginnende debaters zich zorgen om zouden moeten maken. Het kan frustrerend zijn om teams fouten te zien maken die jij allang niet meer gemaakt zou hebben, en daarmee het debat in jouw ogen naar een bedenkelijk niveau laten zakken. Maar toch is het voor die teams beter om zulke fouten zelf te maken, in plaats van die fouten al vooraf uit te bannen.

Verder kleun je mis met die vergelijking over kinderporno. Natuurlijk verdedig je op een debattoernooi vak zat standpunten waar je het in werkelijkheid niet mee eens ben. Wat jij echter bepleit is een verbod aan beide zijden van het debat om een bepaald standpunt in te nemen. Dat is het wezenlijke verschil.

Ook zie ik niet in hoe jouw voorstel gaat leiden tot betere debatten. Om het voorbeeld van het ‘verboden’ geschilpunt ‘democratie is goed’ te gebruiken: een goed debat kan nooit als een grammofoonplaat met krassen op dat punt blijven hangen. Waarom? Omdat je de stelling er niet mee bewijst. Verder kan een debat wel degelijk interessanter worden door een goede analyse van oppositie waarom democratie niet goed zou zijn gegeven de context van het debat. Daarmee valt eigenlijk de logica onder jouw voorstel, namelijk je claim dat het geen nadelig effect heeft voor kwaliteit van het debat maar alleen een positief effect.

Nu, de vraag is: waarom zouden slechte teams beter gaan debatteren met die extra regel, of anders gezegd, verduidelijking van jou? Ik op mijn beurt zou kunnen zeggen: als slechte teams in staat zijn om te begrijpen waarom ze het niet over één a twee potentiele geschilpunten mogen hebben, dan zijn die slechte teams toch zeker ook wel op de hoogte van het feit dat:

– je geen squirrel mag brengen
– geen truisms
– er een heldere definitie van de stelling nodig is
– een plan met mechanisme
– etc

Dat is immers ook allemaal redelijk eenvoudig. Zou je zeggen. Toch gaat het op die punten onnoemelijk vaak mis op debattoernooien. En dat zijn dan nog regels die puur bedoeld zijn om een debat procedureel en inhoudelijk op het spoor te krijgen. Niet eens, zoals jij het lijkt te bedoelen, om teams strategisch op het goede spoor te zetten. Debatteren is al ingewikkeld genoeg, en teams leren het snelst als ze ook domme fouten mogen maken. Dus nogmaals: niet overtuigd!

Roel BeckerGeplaatst op9:03 pm - jun 9, 2011

Beste Eric,

Nogmaals bedankt, helaas ben ik het dit keer op een stuk minder fronten met je eens.

In de eerste alinea kom je meteen al met een gekke claim: zou je me kunnen uitleggen waarom het beter is teams zelf deze fouten te laten maken, in plaats van ze uit te bannen?

Daarna zie ik niet in wat het wezenlijke verschil is tussen door het CA-team laten vastleggen wat je moet verdedigen in een debat, en door het CA-team laten vastleggen wat je niet mag aanvallen in het debat. Ook als dit voor beide kanten geldt.

Bij jouw derde alinea heb ik twee opmerkingen:
– allereerst heb je het wederom over een goed debat, helaas kan ik je uit ervaring mededelen dat lang niet alle debatten goed zijn.
– ik denk niet dat het debat er per definitie op achteruitgaat als je een mogelijkheid minder openhoudt voor de oppositie; en deze dus met nieuwe argumentatie moet komen. Het is misschien even vervelend voor 2 opp als zij een mogelijke extensie aan hun neus voorbij zien gaan, maar ik denk dat de kwaliteit van een debat er in het algemeen alleen maar op vooruit gaat als men niet meer alleen maar voor de meest voor de hand liggende extensie mag kiezen.

Tot slot weet ik dat het helaas nog fout misgaat om een fatsoenlijk plan te brengen; maar het lijkt mij persoonlijk eenvoudiger om verplicht aan te nemen dat democratie altijd de beste staatsvorm is, dan om in een kwartier een fatsoenijk werkend mechanisme te bedenken, als je ook al je argumentatie nog moet doen.

Met vriendelijke groet,

Roel

Eric StamGeplaatst op10:17 pm - jun 9, 2011

Beste Roel,

Je mag mij altijd vragen om mijn lekker gekke claims nog een keer uit te leggen. In dit geval had ik het al gedaan. Ik beweer namelijk dat teams sneller leren door fouten te maken.

Over jouw plan kan ik kort zijn: teams die jouw regel begrijpen, hebben ‘m niet nodig. Teams die jouw regel niet begrijpen, zijn teams die nog veel te leren hebben. Het minste wat nodig zou zijn, is dat ze begrijpen waarom ze bepaalde axioma’s niet in twijfel mogen trekken. Nou, jouw rechtvaardiging daarvoor bestaat er vooral uit dat het debat anders maar vervuild zou gaan worden met irrelevante en onzinnige argumentatie. Ik beweer: teams die geneigd zijn om veel tijd te besteden aan de geschilpunten die jij zou willen verbieden, hebben blijkbaar geen idee waar ze het anders over zouden moeten hebben. Anders zouden ze wel met betere argumentatie op te proppen komen.

Maar m’n belangrijkste kritiek is: je ondermijnt het hele doel van debatteren. Waarom debatteren, als de jury vooraf de halve puzzel al heeft opgelost? Het is één ding om minder fact-free-debates te willen hebben. het is een heel ander ding om ook nog eens te willen dat jury’s vooraf alvast even aangeven of democratie goed-fout is. Bovendien doe je dus wel afbreuk aan dat ene briljante team die wél weet uit te leggen datgene wat jij voor onmogelijk had gehouden.

RoelGeplaatst op2:04 pm - jun 10, 2011

Beste Eric,

Sorry, ik heb over het uileggen van je claim heen gelezen, maar ik ben het er nog steeds niet mee eens.
Ik denk namelijk dat fouten maken een héél belangrijk onderdeel is van een leerproces; maar zeker niet het enige. Allereerst hebben mensen een goed voorbeeld nodig, toegepast in concrete situaties, dat is wat dit plan doet. Ten tweede denk ik dat het voor een team heel ontmoedigend kan werken om vijf ronders een debat over hetzelfde onderwerp te voeren, en na afloop te horen: praat eens over wat anders. Met dit plan worden deze beide problemen opgelost.

Over het ondermijnen van het doel van debatteren: ik denk dat een CA-team zijn stempel op een debat drukt, elke keer dat het een stelling noemt, of hier iets aan verandert. Daarmee lossen zij ook al een deel van de puzzel op. Het enige wat dit plan doet, is het CA-team nog iets meer bevoegdheden geven: niet alleen in de stelling, maar ook daaromheen. Daan’s voorbeeld over de finale van Manchester IV gaf aan dat dit al vaker succesvol gebeurt.

Met vriendelijke groet,

Roel

Eric StamGeplaatst op9:36 pm - jun 10, 2011

Dan moet je nog eens uitleggen wat je eigenlijk bedoelt, Roel. Bij de finale in Manchester IV hebben ze een definitie gegeven bij een begrip in de stelling. Dat kan handig zijn om proposities te dwingen niet een veel te ruime definitie van een bepaald begrip te kiezen. Wat jij leek voor te stellen – maar correct me if I’m wrong – is om bepaalde geschilpunten te verbieden.

(Bovendien lees ik nog even je voorbeeld bij het kopje ‘oplossing 2’. Die rammelt al. Als opp 1 erkent dat genocide slecht is, en opp 2 claimt iets anders, dan ‘knifed’ opp 2 opp 1 (dat is jargon voor tegenspreken). Dat team verliest dan waarschijnlijk ook al zonder jouw extra regel, en prop 1 noch prop 2 zal veel problemen ondervinden van zo’n team in de kamer.)

(En wat bedoel je toch met teams die vijf rondes een debat over hetzelfde onderwerp moeten voeren??)

Reacties zijn gesloten.