Mensenrechten zijn belangrijk!

doorBionda Merckens

Mensenrechten zijn belangrijk!

Verguisde argumenten moeten weer kunnen

Bijna elke beginnende debater is er wel eens mee geconfronteerd: in je eerste debat moet je een controversieel plan aanvallen; bijvoorbeeld dat sommige mensen, zoals verslaafden, geen kinderen zouden mogen krijgen. Trots sta je op en verkondig je met veel flair dat het krijgen van kinderen een recht is, een mensenrecht zelfs, en dat zoiets niet ingeperkt mag worden. Op het eerste moment is het dan ontgoochelend als de voorstanders, de mensenrechtenschenders, dan toch vaak met de winst aan de haal gaan. De uitspraak van de jury is dan ook vrij schokkend: je komt hier niet mee weg om een mooi praatje te houden over mensenrechten; bij het debatteren gaat het erom dat je uitlegt waarom iets een mensenrecht is, en waarom dát er nu voor zorgt dat je dat recht niet mag afschaffen. In het ideale geval gaat de beginnende debater met deze feedback aan de slag en leert het argument ‘rechten’ uit te werken. Dus hij leert hoe je rechten moet balanceren en de eerstvolgende keer worden er al denkstapjes gemaakt richting een eloquente inhoudelijke verdediging voor het altijd krijgen van kinderen.

Taal en signaal

Ik heb het met opzet over ‘in het ideale geval’. Want heel vaak begrijp je als beginnende debater niet zo goed wat er nu precíes misging. En dat komt doordat de beginnende debater en het ervaren jurylid het woord ‘mensenrechten’ gebruiken, ze het beide over andere definities van hetzelfde woord hebben.

Hoe komt dat? In het boek “Don’t think of an elephant!” legt de Amerikaanse linguïst en politiek activist George Lakoff uit dat hetzelfde woord voor twee verschillende personen een heel verschillende betekenis kan hebben, omgeven door de context waarin het woord geleerd en gebruikt word. Voor een Republikein roept het woord “familie” associaties op met een strenge vader die de orde in het gezin handhaaft, een moeder die het gezin verzorgt en kinderen die naar hun vader te luisteren hebben. Voor een Democraat is het begrip “familie” verbonden met een veel vrijere opvoeding, waarin kinderen de vrijheid moeten worden gelaten om zelf dingen te ontdekken en te leren van fouten. Ouders hebben hierin een sturende rol. Met woorden als “mensenrechten”, “sociaal contract” en “signaalfunctie” is in de debatwereld iets soortgelijks aan de hand. De beginnende debater vind een “recht” heel erg belangrijk, omdat er in de media en in het politieke diskoers heel veel belang aan word gehecht. Er zijn zelfs mensenrechtendagen! Het sociaal contract is de noemer van een van de grootste en – sinds John Rawls het begrip herintroduceerde – belangrijkste theorieën binnen de politieke filosofie. Ook het signaal dat overheidsbeleid uitstraalt komt vaak terug: veel columnisten in de NRC en de Volkskrant schrijven bijvoorbeeld vooral over het ‘mensbeeld’ dat uitstraalt van de plannen het kabinet Rutte. Voor ervaren debaters hebben deze begrippen echter een andere betekenis: zij associëren dit soort woorden met slecht uitgewerkte ‘claims’ en met saaie binrooms. Vandaar dat het gebruik van dit soort labels vaak er al voor kan zorgen dat jij en je team minder serieus genomen worden door ervaren juryleden. Terwijl jij denkt een belangrijk argument te brengen, word je gezien als een claimende amateur en naar de bins verwezen.

Frame het debat anders!

De huidige oplossing die dit probleem kent is dat de beginnende debater zich aanpast aan de framing van de ervaren debaters. Niet langer heeft men het over ‘het sociale contract’, maar wel brengt men de analyse die eronder valt. Naarmate je langer meeloopt op toernooien begin je ook meewarig te denken over mensen die ‘signaalargumenten’ brengen en gniffel je zachtjes van binnen als de spreker tegenover je het over mensenrechten heeft.

Er zijn twee problemen met deze huidige aanpak. Ten eerste zijn deze ‘slechte argumenten’ eerst zo genoemd omdat ze wel degelijk iets over konden brengen. Elk woord heeft nu eenmaal een – sorry – signaalfunctie: het word heel gauw duidelijk waar je het over hebt. Doordat er een soort taboe rust op woorden die makkelijk signalen kunnen overbrengen, word het moeilijker om duidelijker te communiceren in het debat. Een ander belangrijk punt is dat de debatwereld hiermee afgesloten raakt van de wereld hierbuiten. Beginnende debaters moeten een grotere inspanning verrichten om mee te kunnen doen, omdat ze hun hele begrippenkader moeten bijstellen. Voor veel mensen die wel eens rondsnuffelen bij een debatvereniging kan het dedain voor jouw taalgebruik leiden tot een vlucht naar een andere vereniging. Maar bovendien worden we minder overtuigend voor de buitenwacht: woorden als mensenrechten hebben daar nu eenmaal nog steeds veel invloed en aantrekkingskracht. Willen we aansprekend zijn buiten de debatzaal, dan is het belangrijk dat we begrijpen dat bepaalde woorden buiten onze debatwereld sterker klinken dan wij denken.

De oplossing is niet makkelijk: in feite moeten we de oorspronkelijke betekenis van het woord ‘terugclaimen’: een slutwalk voor het sociaal contract. Ervaren en succesvolle debaters, die vaak het diskoers domineren doordat mensen naar hen luisteren – zij zijn immers de topdebaters waar je als beginnende debater naar opkijkt, en zij jureren vaak de debatten op toernooien -, moeten deze woorden weer opnemen in hun speeches: niet als verontschuldigende inside-joke, maar met de betekenis die deze labels eerst hadden. Sluit analyses over het verkrijgen van kinderen af met ‘en dat vinden wij zó belangrijk, dat we hebben besloten het in onze wetten op te nemen’. Leg goed uit aan die debaters die net beginnen met debatteren hoe ze rechten moeten afwegen. Maar geef hen niet het advies om de woorden “sociaal contract’ of “signaalfunctie” te verzwijgen. Dan houd je namelijk de bovengenoemde problemen in stand.

Facebook Twitter Linkedin Email

Over de auteur

Bionda Merckens contributor

7 reacties tot nu toe

ReinierGeplaatst op3:27 pm - jun 24, 2011

Interessant stuk Daan.
Een van de specifieke problemen met de analyse van rechten en mensenrechten is overigens dat het Nederlandse woord recht twee nogal verschillende betekenis heeft, maar met een vage grens ertussen. Zo vind ik dat ik het recht heb om snel en goed bediend te worden in een pizzeria, maar ook recht heb op lichamelijke integriteit. In beide betekenissen is een recht iets wat we horen te krijgen, maar de vraag tegen welke prijs en of het onvoorwaardelijk is, verschilt nogal.
In het eerste geval is het duidelijk dat het recht niet absoluut is (het is conditioneel op het feit dat ik zal betalen en waarschijnlijk zelfs een fooi geef) en hoeft ze bovendien niet altijd op te gaan (als de bediening van de andere klanten of de behandeling van het personeel erop vooruit gaat als ik iets minder snel wordt geholpen, is dat duidelijk oké).
Onbewust worden daarmee rechten zoals lichamelijke integriteit die in andere debatculturen (of misschien alleen al in andere talen) vaak als absoluut worden gezien, in Nederland vaak gezien als rechten die onderhandelbaar zijn en slechts bestaan bij de gratie van hun gevolgen.
De oplossing die nu vaak gebruikt wordt, is om rechten van het tweede type ‘fundamentele rechten’ of ‘absulote mensenrechten’ te noemen. Maar dat zijn weer zulke abstracte woorden dat het louter ermee zwaaien, zonder ze verder uit te leggen (wat ook lastig is, want tegen de stroom in, zoals boven beargumenteerd) ver van de Oude en Nieuwe Rijn vooral bekend staat als de ‘Leidse bingo’.

    Victor VlamGeplaatst op4:06 pm - jun 24, 2011

    Er zijn nauwelijks absolute mensenrechten en dat onderscheid tussen de verschillende betekenissen is daarmee niet zo heel groot, Reinier. Zelfs het recht op lichamelijke integriteit mag worden geschonden als jij een wapen tegen het hoofd van bijvoorbeeld een politie-agent zet. Die ander mag zich verdedigen door jouw lichamelijke integriteit te schenden. Zelfs het recht op leven mag ervoor wijken in een uiterst geval.

    Er is één echt erkend absoluut mensenrecht: het recht niet gemarteld te worden. Maar met taalconstructies (“enhanced interrogation”) weten de Amerikanen dat ook redelijk goed te omzeilen. Elk ander mensenrecht wordt gezien als relatief. Je hebt dus alleen een hele goede reden nodig om hem te schenden.

    LeelaGeplaatst op3:52 pm - jun 27, 2011

    Haha, Reinier, “Leidse Bingo”! Wat mooi. Maar, we willen toch uiteindelijk allemaal gewoon gelukkig zijn?

Eric StamGeplaatst op4:39 pm - jun 24, 2011

Interessant stuk. Alleen al vanwege dat ene zinnetje ‘een slutwalk voor het sociaal contract’ de moeite van het lezen waard.

Misschien zet je het probleem iets te zwaar aan, maar ik begrijp je punt. Het zou kunnen dat ervaren debaters sommige woorden minder gebruiken. Een begrip als mensenrechten wordt door wedstrijddebaters vermoedelijk niet veel serieuzer wordt genomen dan door de Chinese bevrijders van Tibet. Reinier heeft waarschijnlijk een punt als hij zegt dat debaters gemakkelijker veronderstellen dat rechten onderhandelbaar zijn. Of dat een cultureel verschijnsel is, weet ik niet: het lijkt me vaak ook gewoon een heel behulpzaam uitgangspunt om veel debatstellingen uberhaupt mogelijk te maken. Verder denk ik dat Nederlandse debaters wel meer moeite hebben met een deontologisch perspectief op rechten dan pakembeet Britten. Een kwestie van welsprekendheid? Een Cambrigde-accent is nu eenmaal goed voor je intellectuele aureool. En misschien breekt onze koopmansgeest ons hier dan toch op.

Maar een basalere fout die beginners vaak maken is dat ze begrippen als mensenrechten teveel gebruiken als containerbegrippen die ze vervolgens niet ophelderen / definieren. Of ons circuit echt allergisch is voor bepaalde begrippen betwijfel ik, maar als debaters woorden in de mond nemen die ze zelf nauwelijks lijken te begrijpen wordt het wel een probleem. M.a.w. je moet weten wat dat ‘iets’ is voordat je de waarom-vraag kan stellen.

IkGeplaatst op5:07 pm - jun 24, 2011

Interessant indeed

Een ander punt is ook dat dingen ‘in’ en ‘uit’ raken. Zo was Social Contract argumentation (concepten die we kennen sinds Hobbes) opeens erg hip, (wss omdat een oxford muppet het ergens in een finale gebruikte), de massa ging er toen mee aan de haal, vaak zonder de argumentatie en is is het ‘uit’, door de slechte associatie!

Ik denk dat Eric gelijk heeft dat beginnende debaters deze termen te vaak en verkeerd gebruiken, (het is een mensenrecht=absoluut, dus we moeten dit niet doen), maar ook dat jij gelijk hebt met de verkeerde associatie. Verder denk ik dat deze dingen ook aan conjunctuur onderhevig zijn (zoals alle mode), dus die slutwalk komt er wel, al is het maar dat een nieuwe generatie van oxford muppets wil braggen met het feit dat ze Hobbes en Locke gelezen hebben (of onze eigen Nederlandse debat muppets)

Daniël SpringerGeplaatst op10:00 pm - jul 10, 2011

Ben het grotendeels eens met het stuk. Hetzelfde heb ik overigens met het noemen van “bronnen” als je filosofische argumentatie gebruikt. Blijkbaar signaleert het noemen van een auteur (Kant, Rousseau) dat je graag enorm intelligent wilt lijken omdat je die persoon kent. Alsof ik in mijn scriptie geen bronverwijzingen doe, omdat ik er van uit mag gaan dat mijn lezers wel weten waar het vandaan komt. Als twee Oxford debaters een leuk verhaaltje vertellen dat toevallig precies hetzelfde is als Rawl’s Veil of Ignorance, dan is het nog steeds de Veil of Ignorance.

We moeten mensen dus zeker niet gaan beoordelen op hun taalgebruik en blijven aannemen dat ook iemand die “mensenrechten” zegt wellicht een genuanceerde analyse gaat brengen. Tegelijkertijd zijn sommige termen nou eenmaal ook gedrochten, die om compleet ondefinieerbare arbitraire invullingen vragen. Dat zo’n term in een rationeel debat dan niet de beste uitgangspositie geeft, daar kunnen wij ook niks aan doen. Ik vind juist één van de waardevolle dingen van het wedstrijddebat dat de term “dit schendt een mensenrecht” bij mij ook in het dagelijks leven niet direct meer alarmbelletjes af laat gaan. Een vriend die meekijkt als ik een smsje lees schendt immers ook een mensenrecht.

Eric StamGeplaatst op2:23 pm - jul 12, 2011

Jij doet dat toch best vaak, Daniel; de namen van auteurs benoemen in speeches?

Reacties zijn gesloten.