Richtlijn onpartijdigheid juryleden

doorBionda Merckens

Richtlijn onpartijdigheid juryleden

Na jarenlange discussie over jurering, clashes tussen juryleden en onpartijdigheid is het dan zover: op vrijdag 14 oktober is er door de Bondsraad van de Nederlandse Debatbond een nieuwe juryrichtlijn aangenomen. Deze richtlijn zal gehandhaafd worden op de Masters en het NK. Voor andere toernooien binnen Nederland, georganiseerd door aangesloten verenigingen, geldt de richtlijn als een advies. Hieronder staat de volledige richtlijn zoals voorgesteld door Julius Lindenbergh, Sarie Muijs en Daan Welling. De richtlijn is ongewijzigd aangenomen.

Regel onpartijdigheid juryleden

1. Doel

Deze regel benoemt welke relaties we (on)acceptabel vinden tussen juryleden en debaters. Het gaat daarbij steeds slechts om een jurylid dat op een bepaald moment een bepaalde debater jureert tijdens een debattoernooi. Deze regel schept duidelijkheid over normen en definieert verantwoordelijkheden. Daarmee draagt deze regel bij aan een professionele debatsport, waarbij (de schijn van) partijdigheid wordt vermeden.

2. Reikwijdte

2.1 Deze regel geldt voor alle debattoernooien georganiseerd door de Nederlandse Debatbond.
2.2 De Nederlandse Debatbond adviseert bij haar aangesloten verenigingen deze regel te volgen.

3. Zwarte lijst

3.1 De volgende situaties beschouwen we als onacceptabel onder alle omstandigheden:
a) een jurylid heeft een directe zakelijke relatie met een debater, bijvoorbeeld werkgever-werknemer of leverancier-klant.
b) een jurylid heeft een liefdesrelatie met een debater.
c) een jurylid is familie in eerste of tweede graad van een debater.
d) een jurylid vormt een vast debatteam met een debater of heeft zich voor toekomstig toernooi ingeschreven met een debater.
e) overige omstandigheden waarin voor een redelijk denkend mens duidelijk is dat een grote schijn van partijdigheid ontstaat, bijvoorbeeld bij zeer hechte vriendschappen.

4. Grijze lijst

4.1 De volgende situaties beschouwen we als in beginsel onwenselijk:
a) een jurylid heeft een recente of langdurige zakelijke relatie gehad met een debater.
b) een jurylid heeft een liefdesrelatie met een debater gehad.
c) een jurylid is familie in derde of vierde graad van een debater.
d) een jurylid is een bestuursgenoot van een debater, onafhankelijk van of dit binnen een debatvereniging is of daarbuiten.
e) een jurylid heeft in het verleden gedurende een langere periode een vast debatteam met een debater gevormd of heeft recent met een debater aan een toernooi meegedaan
f) iedere andere omstandigheid waardoor voor een redelijk mens de schijn van belangenverstrengeling zou ontstaan.

5. Verantwoordelijkheid jurylid

5.1 De primaire verantwoordelijkheid voor het tegengaan van (de schijn van)partijdigheid ligt bij het jurylid zelf.
5.2 Als een situatie volgens de zwarte of grijze lijst dreigt te ontstaan, meldt het jurylid dit direct bij de organisatie van het toernooi.
5.3 Een jurylid hoort onder alle omstandigheden af te zien van het jureren van een debat als daardoor een situatie van de zwarte lijst ontstaat.
5.4 Een jurylid legt desgevraagd verantwoording af aan de organisatie van een toernooi over de keuzes die hij/zij maakt met betrekking tot deze regel.

6. Verantwoordelijkheid organisatie

6.1 Van een goede toernooi-organisatie mag worden verwacht dat deze een beleid heeft om situaties volgens zwarte en grijze lijst te voorkomen.
6.2 Een goede toernooi-organisatie stelt alles in het werk om situaties volgens de zwarte lijst onder alle omstandigheden te voorkomen.
6.3 Een goede toernooi-organisatie voorkomt in beginsel situaties volgens de grijze lijst, tenzij de specifieke omstandigheden van het toernooi dit zeer onwenselijk maken.
6.4 Als dat in het belang van de Nederlandse debatwereld is, legt een toernooi-organisatie publiek verantwoording af over de keuzes die zij maakt met betrekking tot deze regel.

Facebook Twitter Linkedin Email
No TweetBacks yet. (Be the first to Tweet this post)

Over de auteur

Bionda Merckens subscriber

5 comments so far

Daniël SpringerGeplaatst op8:21 pm - okt 18, 2011

Vooral artikel 6 is natuurlijk krankzinnig. “Een goede toernooi organisatie doet…”. What the hell. Dit is een compleet onrealistische richtlijn die voor debaters met de kundigheid om sociale contacten te leggen compleet onuitvoerbaar is. In principe niemand jureren met wie je een team hebt gevormd, seriously? Dat zou betekenen dat juryleden als Reinier alleen maar bin rooms mogen jureren, omdat ze zo goed zijn geweest veel nieuw talent op te leiden door met ze naar een toernooi te gaan.

Ik snap best dat je de schijn van partijdigheid wilt voorkomen en dat er situaties in deze lijsten zijn die écht onwenselijk zijn, zoals een “liefdesrelatie” (gelukkig worden alle andere relaties uitgesloten). Tegelijkertijd geloof ik nog altijd dat de facto partijdigheid is wat we écht willen voorkomen, en dat zelfregulering gecombineerd met diverse jurypanels daarvoor voldoende zijn. Deze richtlijn maakt zichzelf echter volstrekt belachelijk door zijn volslagen onuitvoerbaarheid en gebrek aan connectie met de realiteit van de huidige debatwereld. Dat is jammer, want daarmee zorgt een commissie dat een opzich goede discussie aan zou moeten zwengelen ervoor dat ze zo’n extreem standpunt presenteren dat er de facto weinig te beginnen valt met hun motietje. Volgende keer beter.

    Daan WellingGeplaatst op2:51 am - okt 19, 2011

    Daniël,

    Kritiek hebben op een motie is natuurlijk altijd welkom, maar dan het liefst ook kritiek waarbij je de daadwerkelijke motie, en niet een uitvergrootte versie op de korrel neemt. Een jurylid die in het verleden met 18 partners de break gehaald heeft, voldoet zeer waarschijnlijk niet voor alle 18 partners aan de criteria onder punt 3d of 4e; het gaat namelijk om *langdurige* partnerschappen. Dat betekent niet één toernooi samen doen, ongeacht de prestaties; dat betekent mensen die heel vaak met elkaar samen debatteren. Betere voorbeelden zijn “het EDS-trio”, het Leidse team dat het EK in Newcastle won, of de twee UDS’ers die nu intensief samen zich voorbereiden op het WK in Manilla. Het gaat dus, om in relationele termen te spreken, niet om de ‘one-night stand’, maar om de ‘liefdesrelatie’.

    Deze maatregel geeft dan ook weer dat we in principe onpartijdigheid willen tegengaan. Als commissie hebben we daarbij een lijst gegeven van situaties waar naar onze mening (de schijn van) partijdigheid zeer snel zal ontstaan. We geloven hierbij oprecht dat, zelfs in het Nederlandse debatcircuit waar niet oneindig veel goede juryleden rondlopen, het mogelijk moet zijn om op grote toernooien als het NK, maar zelfs op kleinere toernooien als de Masters (waar deze regel afgelopen zaterdag naar behoren is uitgevoerd), uit te voeren. verder is het logisch dat, zodra we onderschrijven dat we criteria hebben kunnen vinden waarbij er partijdigheid lijkt te kunnen ontstaan, we enkele controlemechanismes, zoals verantwoording, kunnen laten plaatsvinden. Daarbij kan een toernooiorganisatie zélfs toegeven dat de haalbaarheid van deze regeling volgens hen helaas ondergeschikt moest zijn aan het plaatsen van bewezen hoogwaardige juryleden in belangrijke kamers.

    Mochten er inhoudelijke bezwaren tegen deze regels zijn, als criteria ‘overdreven’ zouden zijn of er juist criteria toegevoegd moeten worden, dan horen we dit natuurlijk graag. Ik kan me voorstellen (al weet ik niet of ik mezelf nu in de voet schiet) dat een amendement op een volgende Bondsraad gewoon besproken moet kunnen worden.

Marc RoelsGeplaatst op8:13 am - okt 19, 2011

Ik mis eigenlijk de bepaling waarbij jurylid geen lid mag zijn van dezelfde debatvereniging als de debater, tenzij iedereen in de kamer van dezelfde vereniging is.

Is dit bewust eruit gelaten? Of geacht al voldoende nageleefd?

FleurGeplaatst op11:24 am - okt 19, 2011

@ Marc: Indelingen waarbij ieder (hoofd)jurylid lid is van een andere debatvereniging dan iedere debater in de kamer blijken op Nederlandse BP-toernooien onmogelijk te handhaven. Op het afgelopen NK, bijvoorbeeld, waren de halve finales LDU/Bonaparte/UDS/EDS en UDS/LDU/Bonaparte, en de finale LDU/Bonaparte/EDS. In één oogopslag is te zien dat het een onhaalbaar en onwenselijk ideaal is om jurypanels van alleen maar andere verenigingsleden samen te stellen. De oplossing wordt nu gezocht in het balanceren van de jurypanels — werkbaar.

Vier punten van kritiek op de motie:

1) De vraag die men zich volgens mij altijd moet blijven stellen: is een dergelijke gecentraliseerde juryrichtlijn een taak van de Debatbond? Decentralistisch geformeerde CA-teams waken altijd zelf ook al over de indeling van juryleden, waarbij zij de facto een impliciete versie van dit reglement in het achterhoofd houden. Ik kan geen situaties bedenken waarin een door de richtlijnen beperkt CA-team anders zal handelen dan ze zonder de clausules in de richtlijn doet.

2) Die clausules zijn nogal random, ben ik met Daniël eens. En ja, het inzoomen op deze criteria is nuttig, omdat dat in de praktijk helaas ook gedaan zal moeten worden!
Zonder platvloers te worden: liefdesrelaties zijn zwarte lijst, ex-liefdesrelaties zijn grijze lijst — maar hoe dan om te gaan met bijzonder haatdragende exen, liefdesrelaties-in-de-dop, stille aanbidders en one-night-stands-die-misschien-wel-meer-worden? Familieleden in de zoveelste graad, dat klinkt gebalanceerd. Maar het laat buiten beschouwing dat tweedegraads familieleden (grootouders, kleinkinderen, ooms/tantes en kinderen van broers/zussen (nephews)) bijna nooit op debattoernooien rondlopen. Derdegraads familieleden (overgrootouders en achterkleinkinderen, maar belangrijker neven en nichten (cousins)) zijn minder schaars — maar dan lijkt het mij weer dat je met een neef of nicht meer partijdigheid kan hebben dan met een zakelijke relatie of debatpartner (beide zwarte lijst). Op alle andere criteria kunnen dit soort grensgevallen ook voorkomen.
Bovendien is het onredelijk om van juryleden te vragen dat zij openheid van zaken geven over alle mogelijke zwarte of grijze connecties. Men kan zich de pijnlijke situatie voorstellen waarbij jurylid X debater Y jureert, op wie hij volgens concurrent-debater Z echter een oogje heeft. Jurylid X moet dan zijn gevoelens toelichten aan een toernooiorganisatie?

3) Toernooiorganisaties die deze richtlijn maximaal willen (of moeten!) hanteren, worden onevenredig belast. Het bijhouden van alle connecties van alle juryleden (als die al vrijwillige worden doorgegeven, zie 2) is een systeem op zich. Bovendien kunnen deze clashes, zeker voor sommige juryleden die er nogal veel hebben, niet goed verwerkt worden in de huidige tab-systemen, al is het maar omdat je geen ‘grijze’ clash kunt invoeren in Tabbie en Tournaman. Tabben wordt op zijn best trager door veel handinvoer en op zijn slechtst is er geen indeling mogelijk.
Het publiekelijk verantwoording afleggen van de keuzes die door een CA-team worden gemaakt, is ook niet redelijk. Hoe ziet de Bond dit voor zich? Moet voor de aanvang van een ronde aan worden gekondigd “in kamer 2 zit een clash van de grijze lijst, maar die was onvermijdelijk”? Mag men daarop dan reageren, mag iedereen dan een alternatieve tab voorstellen? De andere optie, achteraf evalueren, is nog onwenselijker. Dat is niet alleen onredelijk tegen CA-teams die onder tijdsdruk werken, maar het kan ook de glans van een overwinning of goede score afhalen.

4) Als je per sé toch een juryreglement wil formaliseren, dan was een samentrekking van punt 2.2, 3e en 4f voldoende geweest: “De Debatbond adviseert iedere toernooiorganisatie ervoor te waken dat (de schijn van) belangenverstrengeling tussen juryleden en debaters wordt vermeden indien mogelijk.”

Gelukkig is dit eigenlijk ook het enige wat dit reglement nu zegt en kan afdwingen.

Daniël SpringerGeplaatst op12:27 pm - okt 19, 2011

@Daan: het zal wel aan mij liggen dan, maar als ik artikelen 3d of 4f lees, dan slaan die expliciet op veel meer duo’s dan alleen de momenteel zeer intensief samenwerkende. 3d betekent dan dus dat ik alle partners met wie ik komend jaar naar een toernooi ga niet meer mag jureren (en dat zijn zeker 4 à 5 verschillende mensen), net als alle mensen met wie ik recent (wat is recent, afgelopen jaar?) mee heb gedaan aan een toernooi. (4f).

Een relatie hebben, werkgever zijn of meer dan vijf toernooien samen hebben gedaan: dat zijn wat mij betreft logische én uitvoerbare criteria. Alle andere criteria zou je dan onder het kopje “risico’s” kunnen scharen, puur om debaters en juryleden er op te wijzen dat ze in zo’n geval het jurylid kunnen “wraken” c.q. zich als jurylid verschonen.

Fleur maakt een duidelijk punt: misschien dat dit te doen is op een toernooi met acht teams en een ruime jurypool, maar begin er maar eens aan op een NK. Zelf vind ik het dan jammer dat er zo duidelijk een papieren tijger wordt geschapen waar een uitvoerbaar document had kunnen liggen.

Reacties zijn gesloten.