AP voor de (debat)adel, BP voor het volk

doorBionda Merckens

AP voor de (debat)adel, BP voor het volk

Zet een groep debaters bij elkaar en je krijgt vanzelf op een gegeven moment een discussie wat het beste format om in te debatteren. Is het ideale format nou AP [Amerikaans Parlementair, Red] of BP [Brits Parlementair, Red]? In deze driedelige reeks geven drie vooraanstaande Nederlandse debaters hun visie hierop. Vandaag doet Micha Beekman als laatste een duit in het zakje.

Als iemand die recent uit het Engelse Intervarsity-circuit naar Nederland is teruggekeerd herken ik veel van de observaties van Danique. Ik denk ook dat het geen steekhoudende argumenten zijn in een discussie over debatvormen. Danique verwart namelijk de Nederlandse studentendebatcultuur met de vormeigen elementen van AP. Dat men zich vaak beperkt tot weinig creatieve ‘standaardargumentatie’, en dat zelden een principiële zaak wint van een praktisch bezwaar zijn typisch voor het Nederlandse debat. Ongeacht de vorm waarin dat plaatsvindt, zo hebben een reeks Nederlandtalige BP-toernooien mij geleerd. (Overigens zijn beide opmerkingen niet uitsluitend negatief: ‘creatief’ voor de één is synoniem voor ‘irrelevant’ voor de ander, en je kan ook doorslaan met het laten winnen van principiële zaken, zoals in de Ierse debatcultuur het geval is.)

Ook Daniël verwart de vormeigen elementen van AP met iets anders: goede debaters. Hij schrijft dat het belangrijkste voor het winnen van een AP debat het benoemen van de kern van het debat is, al in de eerste beurt. Een spreker moet dus de kern van het debat in vijftien minuten weten te vinden. Spreker die dat kunnen zijn zeer zeldzaam, misschien dat de top-23 van de debatranglijst er toe in staat is. Elk debat tussen zulke debaters is een topdebat, ongeacht de gebruikte debatvorm. In BP-debatten tussen sprekers van voorgenoemd niveau komen vrijwel nooit de bezwaren van Daniël naar voren. Matter grabs zijn op dit niveau zeldzaam en ineffectief. De ruimte om strategische keuzes te maken is er op dit niveau zeker ook in BP. Daniël’s kritiek op BP als a-strategisch draait vooral om de in zijn ogen beperkende eis van een extensie. Een opgeschreven extensie afdraaien zonder in te springen op de rest van het debat gebeurt echter zelden in een goed BP debat.

De debatvorm maakt dus nauwelijks uit in topdebatten. Maar verreweg de meeste debatten kun je niet in die categorie plaatsen. Op een iets lager niveau kun je wel degelijk een verschil zien tussen de twee debatvormen. De ‘top’ die een goed AP debat kan voeren is veel kleiner dan de groep debaters die goed genoeg is om over de tekortkomingen van BP heen te kunnen kan stappen. Een extensie geven die geen last heeft van een matter grab-propositie is niet moeilijk te leren, evenals het halverwege verscheuren van een speech omdat het debat strategisch iets anders van je vraagt. In vijftien minuten tot de kern van het debat komen is veel moeilijker. Bij vrijwel elk debat dat ik verlies ligt—ongeacht de debatvorm—de oorsprong van dat verlies in het niet goed inzien van de kern van het debat. Voor absolute beginners is dit anders, maar voor die groep is een discussie over debatvormen prematuur. Voor de groep dit dat stadium voorbij is, maar nog niet tot de absolute top van Daniël behoort, zijn punten relevant.

Ten eerste wordt AP een stuk minder leuk om te doen. Schaken zou ontzettend saai zijn als je elke verloren pot kon terugbrengen tot één fout bij de eerste zet, hoe goed je de rest van het spel ook kan spelen. Zo is het ook bij AP. Het voeren van het debat zelf is veel minder leuk, op het moment dat stelselmatig een strategische denkfout in de voorbereiding de rest van de uitslag verklaart. Zelfs winnen is een stuk minder leuk als het proces waarop die winst gebaseerd is achter gesloten deuren plaatsheeft, en je eigenlijk niet zo goed weet wat je nou ‘goed’ gedaan hebt. En spelen—ik ben meestal tweede spreker—is minder leuk als de wedstrijd eigenlijk al gelopen is.

Ten tweede is AP van zeer beperkte educatieve waarde om juist díe vaardigheid te leren, waar het spel om draait. Ik heb zelden het meest relevante punt al in de voorbereiding te pakken. Maar een AP debat leert mij op geen enkele manier hoe ik dat in het vervolg wel kan doen. Er wordt geen breed scala aan punten aangedragen, waarbij het gaandeweg te zien is welke vergeten worden en welke blijven hangen. Er is geen mogelijkheid om een debat dat één kant is opgegaan een nieuwe wending te geven in de hoop wél het meest relevante punt aan te stippen. Er is geen kwartier aan speeches speciaal geserveerd voor het beargumenteren wat nou de kern van het debat was. Los van of dit goede debatten oplevert is het zeker educatief. Tijdens een BP debat kunnen sprekers gaandeweg ‘doorkrijgen’ waar het écht over moet gaan, en dat in hun speeches verwerken—of hun blaadje verscheuren en opnieuw beginnen. Bij AP kun je alleen afdruipen en hopen dat tijdens de volgende vijftien minuten voorbereiding de muzen je meer welgezind zijn.

Misschien is het aanschouwen van een BP-debat van middelmatig niveau geen pretje. (Bij AP ook niet trouwens.) Maar als je de lekkere schimmelkaas van Daniël wil leren maken, is het bekijken van het stremsel een veel betere strategie dan simpelweg veel Goudse eten. Tussen de selecte groep debaters die aan de eisen van Daniël kunnen voldoen levert AP vaak spetterende, spitsvondige debatten vol showmanship op die voor een publiek zeer aantrekkelijk zijn. Maar BP ook. Voor de mindere goden, die nog veel te leren hebben, is een BP-debat veel nuttiger en leuker. Waar BP een schaakspel is, daar is AP beperkt tot één zet: de voorbereiding. En als je wil leren schaken, en plezier wil hebben vóór het grootmeesterschap, is BP de betere keus.

 

 

 

Dit stuk verscheen eerder in De Redenaar, het verenigingsblad van ASDV Bonaparte. Dit is het laatste deel van het drieluik. Het volgende drieluik gaat over het nut van demonstreren. Wil je dit ook lezen? Neem dan een abonnement op de Redenaar!

 

Facebook Twitter Linkedin Email

Over de auteur

Bionda Merckens contributor

3 reacties tot nu toe

danielschutGeplaatst op9:00 pm - dec 2, 2011

Ik kijk even naar Daniël Springer, Thomas de Haan, Jona Linde en Adrian de Groot Ruiz en vraag: had speltheorie al niet aangetoond dat schaken inderdaad een volledig gedetermineerd spel is, d.w.z. dat de wiskunde aantoont dat je schaken inderdaad kan reduceren tot één eerste, beste zet?

Wieger M.Geplaatst op8:54 pm - dec 4, 2011

@Daniel, ik hoop dat ik hier als econometrist ook op mag reageren, omdat er zoveel mogelijke keuzes zijn zou een computer er minstens een aantal duizend jaar over doen, om de beste beginzet te vinden en dan alsnog als je terug zou redeneren is er een zet die je kan laten winnen, dus zodra de ander ook alle informatie heeft, zal hij nooit deze zet zetten, waardoor de kans ongelofelijk klein is dat het een determineerd spel is.

danielschutGeplaatst op11:23 am - dec 5, 2011

@Wieger: ook econometristen zijn welkom. Overigens ondersteun je precies mijn punt: Micha zegt ‘schaken zou saai zijn’ als je het kon reduceren tot één zet. Ik meen me te herinneren dat er een formeel wiskundig bewijs is dat dat ook daadwerkelijk kan. Alleen, een formeel bewijs is nog niet de praktijk – die praktijk houdt schaken spannend en hiermee is dus ook de analogie van Micha omgedraaid: ook als debatteren wél draait om die eerste sterke openingszet, dan nog hoeft het geen saai spel te zijn.

En voor dit 1,2-tje heb ik je niet eens hoeven influisteren 😉

Reacties zijn gesloten.