Een goed begin is het halve werk

doorBionda Merckens

Een goed begin is het halve werk

Waarom korte voorbereidingstijden de ontwikkeling van jonge debaters remt.

Je eerste debat lijkt achteraf misschien een lachertje, maar op het moment zelf is het vast een ontzettende stressende bedoeling. Je krijgt een stelling te horen, en over een kwartier moet je klaarstaan voor een speech van 5 minuten. De argumenten die je in een discussie altijd zo klaar lijkt te hebben, weigeren nu om gestructureerd op je volgeschreven blaadje te komen. En de klok tikt maar weg…

De afgelopen jaren zijn veel nieuwe debaters doorgebroken die eerst hun furore maakten in het scholierensysteem. Ik geloof dat de snelle doorbraak van scholierendebaters grotendeels te danken is aan het feit dat scholierentoernooien veel stellingen van te voren vrijgeven. Het vergroot de basiskennis over een bepaald onderwerp, en de kennis over veel argumenten op een leuke manier; door onderzoek te doen met een groepje andere mensen die hun “debat-honeymoon” beleven. En dat kan een cruciaal onderdeel blijken te zijn van de weg naar het worden van een topdebater.

In dit artikel ga ik kijken waarom precies het inhoudelijk langer kunnen voorbereiden op stellingen een groot voordeel kan zijn in het opleiden van nieuwe debaters, en geef ik praktische manieren aan waarop we dit kunnen doen.

Wat doet een argument?

Een argument heeft praktisch gezien twee dimensies: een feitelijke dimensie (dit is er waar in de wereld) en een argumentatieve fase (dit is waarom de feiten belangrijk zijn). Vertaald naar het parlementaire debat: een argument bewijst vaak eerst dat haar aannames kloppen. Vervolgens legt een geoefend debater uit waarom dit argument de stelling bewijst of afkeurt.  Een debater in een debat over boetes geven aan ouders van te dikke kinderen zal bijvoorbeeld bewijzen dat kinderen hun slechte eetgewoontes van hun ouders overnemen, dat daardoor de ouders schuldig zijn aan het gewicht van hun kinderen en dat we daarom de ouders een boete moeten geven. Dit klinkt voor veel ervaren debaters heel aannemelijk, maar hier komt het lastige gedeelte: veel beginnende debaters komen niet eens op het idee dat kinderen hun eetgedrag van ouders leren. Omdat deze beginnende debaters al moeite hebben met de feitelijke fase van een argument, komen ze vrijwel nooit op de argumentatieve fase van een argument.

Als ik aan beginnende debaters vraag of ze kunnen aangeven waar het in het debat fout ging, geven ze vaak het volgende aan: “Ik wist waar het debat over gaat”. Hierdoor zijn ze veel tijd kwijt met het bedenken van argumenten, en komen ze vaak niet toe aan het bewijzen van de relevantie van hun argumenten. En dat is doodzonde, omdat juist die laatste fase enorm belangrijk is om debatkwaliteiten aan te leren. Een feit uitleggen is vaak maar bij één stelling relevant. Maar als je leert hoe je kunt toetsen of argumenten relevant zijn, ontwikkel je een arsenaal aan wapens waarmee je in elk debat uit de voeten kunt.

Jonge debaters moeten dus veel kennis vergaren over standaardonderwerpen. Dat hoeven geen complexe verhalen over de huidige situatie in Syrië te zijn. Het gaat hier veel meer om standaardanalyse over veel terugkomende vragen. Bijvoorbeeld: wanneer mag een overheid een keuze van een individu beïnvloeden? Nu denken we dat deze novices op 3 manieren dit soort argumentatie tot zich nemen: door te debatteren tegen ervaren sprekers, door het krijgen van trainingen over dit soort onderwerpen en doordat ervaren debaters nieuwelingen meenemen naar toernooien (het zogeheten “pro-ammen”). Waarom zijn die methodes niet afdoende, en waarom werkt mijn voorstel beter?

Vier wegen die naar Rome leiden

Argumenten leren van ervaren debaters in een debat is problematisch, omdat je in een debat op een heel andere manier naar argumenten luistert. Je ziet voornamelijk dat een argument jouw redenaties kapot maakt, en focust je voornamelijk om te kijken hoe je dat argument kapot kan maken. Daarmee mis je een hoop informatie over dit argument. Maar problematischer is het dat beginnende debaters overdonderd worden doordat een betere/meer ervaren spreker in hun debat tekeer gaat. Hierdoor zullen ze zich niet goed richten op wat ze precies van deze debaters kunnen leren.

Het geven van trainingen van onderwerpen is ook vaak ineffectief. Dit zijn trainingen waar de trainer vaak veel informatie “zend”, maar de leerlingen vergeten vaak op te letten hoe ze dit argument functioneel kunnen gebruiken. Een voorbeeld: op de Academy van de EDS gaf ik laatst een training over democratieën en dictaturen. Na afloop van de uitleg moesten de aanwezigen een eerste propositiebeurt geven over een bepaalde stelling, die bewust niet 100 procent aansloot bij wat er net uitgelegd was. Veel van de aanwezige sprekers vergaten echter alle tactiek die ze geleerd hadden, en lepelden veel argumenten en redenen waarom dictaturen ineffectief zijn op, die ik ze net had verteld. Veel van hun analyse was volslagen irrelevant voor het debat, maar ze dachten allemaal dat de argumenten die ze net hadden geleerd universeel toepasbaar zijn.

Pro-ammen is dan nog de meest effectieve trainingswijze van de drie, door de grote mate persoonlijke aandacht die een novice krijgt. Maar ook bij het pro-ammen missen veel beginnende debaters vaak de tactische keuzes die de ervaren debater maakt – juist omdat de voorbereidingstijd zo kort is –, en leren ze niet altijd even goed dezelfde denkprocessen te maken. Er zijn echter veel voorbeelden van topdebaters die een beginner één toernooi meenemen, waarbij de beginner na dat toernooi vaak geen opmerkelijke sprongen op de tab meer maakt. Pro-ammen lijkt alleen over een langere periode veel resultaat te oogsten (zie bijvoorbeeld Rob, die Ali in één jaar tijd opleidde tot Europees Kampioen), maar zulke partnerschappen komen slechts heel incidenteel voor.

Wat is dan het voordeel van inhoudelijk voorbereiden? Ten eerste komen de nieuwe sprekers zelf met heel veel nieuwe ideeën voor een stelling. Doordat je, zeker bij NDI-toernooien, niet weet welke kant van de stelling je moet verdedigen, let je heel erg goed op beide kanten van het debat, en bereid je strategische ook weerleggingen voor. Doordat je ook veel tijd hebt voor het uitwerken van een stelling, bouw je een argument ook heel diep uit. Hierbij doe je vaak veel achtergrondkennis op, doordat je bijvoorbeeld in aanraking komt met artikelen uit The Economist of the New York Times over je debatonderwerp.

Een vaak gehoord kritiekpunt van scholierendebatten is dat scholieren nauwelijks op elkaar ingaan en vooral bij hun eigen verhaal blijven. Dit is een mogelijk nadeel van dit plan, maar niet iets wat vaardigheidstrainingen, oefeningen gebaseerd op weerleggen (bijvoorbeeld een actie-reactiedebat) en goede feedback snel kunnen verhelpen.

Het belangrijkste voordeel: jonge debaters zijn op een actieve manier zelf bezig met het bedenken van argumenten. Meer nog dan de opgedane kennis, helpt het zelf nadenken de creativiteit en vaardigheden van de novice enorm.

Hoe passen we dit toe?

Er zijn een paar manieren waarop we praktisch deze trainingsvorm kunnen toepassen.

  Op de verenigingsavond.

Geef een of twee weken van te voren een stelling vrij waar ze het op de verenigingsavond over kunnen hebben. Geef op de verenigingsavond een half uurtje de tijd om de debaters in groepen te laten werken aan het vinden van argumenten. Hierbij mogen ze af en toe de hulp van een ervaren debater in roepen, maar deze ervaren debater mag zo min mogelijk nieuwe informatie over argumenten verschaffen, en moet vooral deze debaters veel sturende vragen stellen. Doordat de jonge leden in groepen het debat voorbereiden bouwen ze ook nog eens – hopelijk – goede banden met elkaar op, wat de binding met de vereniging kan verbeteren.

Op een eerstejaarsweekend

Sommige debatverenigingen organiseren een weekendje weg met de eerstejaars. Hoewel het dan heel leuk is om kennismakingsspellen te spelen en lekker uit te gaan, kan je ook hier het debat benadrukken. Geef aan het begin van de weekend een stelling, en sluit het weekend af met een spetterend debat die ze door het weekend heen hebben voorbereid.

Op een toernooi voor beginners

Het CA-team van het beginnerstoernooi of het Pro-Amtoernooi kan ervoor kiezen om enkele stellingen van dit toernooi van tevoren vrij te geven. Verenigingen kunnen vervolgens hun leden stimuleren om deze stellingen in groepjes voor te bereiden. Er moet natuurlijk goed over de type stelling worden nagedacht: een stelling over een technisch beleidsvoorstel, of een IR-stelling over een bepaald land kan ervoor zorgen dat het debat in informatie-dumping verzand. Een ideale stelling is bijvoorbeeld een pittige medisch-ethische stelling, waar wat voorkennis veronderstelt mag worden over medische procedures, maar die uiteindelijk om interessante en breed toepasbare principevragen gaan. Denk bijvoorbeeld aan het verkopen van iemands organen.

Conclusie: the more you know…

Ik heb beargumenteerd dat veel beginnende debaters moeite hebben met het vinden van de juiste argumenten bij een stelling onder tijdsdruk, en dat ze hiermee veel minder leren over goed argumenteren en spreken in het publiek. Een goede oplossing hiervoor kan het pre-releasen van stellingen zijn. Zo kweken we gezamenlijk nieuwe toptalenten voor debatterend en maatschappelijk actief Nederland.

 

Facebook Twitter Linkedin Email

Over de auteur

Bionda Merckens contributor

5 reacties tot nu toe

Eric StamGeplaatst op11:50 am - feb 24, 2012

Helemaal eens Daan!

Ik herinner me nog heel lange discussies hierover (bijvoorbeeld hier: http://forum.asdvbonaparte.nl/viewtopic.php?t=1541). Om maar eens een autoriteitsdrogreden van stal te halen: veel mensen met kennis van zaken, zien het voordeel van pre-releasen voor beginnende debaters. Maar op de een of andere manier is er altijd weerstand voor het idee blijven bestaan. Het juryteam van het Cicero-toernooi heeft het twee jaar geleden eens geprobeerd. De pre-release-stelling leverde daar goede debatten op en een gebalanceerde winstverhouding tussen propositie en oppositie. Maar daarna heeft geen enkele toernooi-organisatie het meer aangedurfd.

Terwijl het zo simpel is: verandering van spijs doet eten. Het is vanuit didactief oogpunt vrijwel altijd een goed idee om verschillende oefenvormen te hanteren. Voetballers spelen op de training ook niet altijd 11 tegen 11.

daniel schutGeplaatst op9:41 pm - feb 24, 2012

Jeuzus, Daan, kijk nog eens naar deze zin:

“Veel mensen die een goede introductie in debatteren hebben gevolgd zullen hebben geleerd dat een argument twee dimensies heeft”

Hoeveel werkwoorden, inclusief hulpwerkwoorden, tel je? Hoeveel onduidelijke referenties?

Een ontzettend goede weblog die veel nuttige schrijftips bevat: http://www.kiezelcommunicatie.nl/kiezelblog/category/gratis-schrijftips.html

Met als simpelste tip: KORTER!

Sorry dat ik niet op de inhoud inga, maar met zulke lappen tekst ga je de oorlog niet winnen.

daniel schutGeplaatst op9:43 pm - feb 24, 2012

Plus, waarom verwijs je niet naar de aartsvader van jouw twee dimensies, Stephen Toulmin, en waarom hanteer je niet zijn vocabulaire (gegevens en rechtvaardigingen)? Door nu een eigen vocabulaire te introduceren draag je alleen maar bij aan spraakverwarring tussen debaters die Toulmin wel kennen, argumentatie-analisten en de paar lezers die jouw vocabulaire overnemen.

Maar goed, inhoudelijk allemaal prima hoor.

    Daan WellingGeplaatst op10:07 pm - feb 24, 2012

    Ik ontwikkel mijn vocabulaire aan de hand van trainingen die als doel hebben betere debaters te ontwikkelen. Het doel van die trainingen is vaak niet om op academische basis formele logica bij te brengen, en vaak hebben trainers die specifieke kennis niet eens. De kennis die jij hebt over formele logica, heb ik dus helaas niet, en daarom gebruik ik vocabulaire die mij geleerd is via dit ‘informele circuit’.

    Dank je voor de website met schrijftips! Een reden dat ik bij SevenTwenty ben gegaan is om mijn schrijfsels te verbeteren. Deze feedback helpt zeker!

daniel schutGeplaatst op5:45 pm - feb 26, 2012

“en vaak hebben trainers die specifieke kennis niet eens.”

Ben je zelf als trainer niet nieuwsgierig naar de theoretische kennis? Overigens is Toulmin min of meer de grondlegger van de INformele logica, absouut niet de formele, waar hij zich zelfs tegen verzette. Wederom: ik zou als trainer enorm nieuwsgierig zijn naar het bestaande descriptieve vocabulaire. Je staat, zoals Newton het al zei, dan op de schouders van reuzen – en wie wil niet die wijdse vergezichten zien die dat mogelijk maakt?

Reacties zijn gesloten.