Waarom is Beleidsdebatteren de beste debatvorm?

doorGijs Weenink

Waarom is Beleidsdebatteren de beste debatvorm?

Bron coverafbeelding: NK Beleidsdebatteren

Nederland kent vele debatvormen. In deze nieuwe serie vertellen debaters jou waarom zij een bepaalde debatvorm het beste vinden. Deze keer: beleidsdebatteren. In het artikel legt Gijs Weenink je uit wat beleidsdebatteren precies is.

Mijn naam is Gijs Weenink. Ik ben oprichter van de Tilburgse Debatvereniging Cicero in 1991, de Nederlandse Debat Vereniging in 1993 (de voorloper van de Nederlandse Debatbond), het Nederlands Debat Instituut in 1997 en de DebatAcademie in 1999. In 1995 won ik met Frank van der Salm het 5e Nederlands Kampioenschap Beleidsdebatteren en ben daarna toegetreden tot het Comité van Aanbeveling. In 1993 heb ik het vak Beleidsdebatteren aan de Universiteit van Leiden bij Taalbeheersing gevolgd. Ook bij Bestuurskunde in Enschede en bij vele hogescholen was jarenlang het vak Beleidsdebatteren te volgen. In 1995 (Cork) en 1997 (Athene) heb ik deelgenomen aan het WK Debatteren. Met de DebatAcademie heb ik 2.500 Lagerhuisdebatten mogen leiden met 250.000 deelnemers in 21 landen van Europa. Daarnaast heb ik ongeveer 2500 debat- en speechtrainingen gegeven aan 25.000 deelnemers. Ik heb drie boeken geschreven; één over debatteren in organisaties (Durf te kiezen, april 2018), een boek over crisis en leiderschap (Never waste a good crisis, april 2020) en één boek, samen met Richard Engelfriet, over online vergaderen en presenteren (Ben ik in beeld?, mei 2020).

Wat is Beleidsdebatteren?

Het Beleidsdebatteren (Policy Debate) is in de Verenigde Staten heel groot, zowel in het middelbaar onderwijs als op universiteiten. In 1989 heeft de Leidse hoogleraar Taalbeheersing Antoine Braet samen met zijn student-assistent Rinke Berkenbosch een boek geschreven, “Debatteren over Beleid”. Hiermee bracht hij het beleidsdebatteren (Policy Debate) naar Nederland. Het boek is nu nog te krijgen als “Effectief Debatteren” (Wolters Noordhoff). Het Beleidsdebat voeren we aan de hand van zeven standaardgeschilpunten. Deze zeven standaardgeschilpunten zijn de ruggengraat van elk beleid (van een overheid, van een bedrijf of van een vereniging). Ontbreekt er één standaardgeschilpunt, dan is het beleid niet effectief of overbodig.

Stelling 1: Beleidsdebatteren is leuk omdat het nuttig en effectief is

Iedereen die het beleidsdebatteren verinnerlijkt heeft is in iedere vergadering de scherpste deelnemer. Zelfs al weet je niets van het onderwerp (voorstel of beleidsplan) dat besproken wordt, dan ben je in staat om aan de hand van één of twee eenvoudige vragen te laten zien waar de essentiële gaten of hiaten in het voorstel zitten. Bij de vele debatten die mijn collega’s en ik hebben mogen leiden, kregen we heel vaak te horen: “u hebt zich zeker goed voorbereid, want u legde de vinger op de zere plek.” We bereiden als debatleiders nooit onze debatten voor omdat we tijdens het debat alles wat we horen, toetsen aan één of meerdere standaardgeschilpunten. Zoals een voetbalscheidsrechter gedurende de wedstrijd het gedrag van de voetballers toetst aan het reglement.

Stelling 2: Beleidsdebatteren is leerzaam en essentieel voor beleidsmakers en politici

Voor ambtenaren, beleidsmakers en politici is beleidsdebatteren essentieel. Gedurende de debatten testen we nieuw beleid. Als je je daarin oefent, heb je meestal scherper door dan een Tweede Kamerlid wat goed beleid is en wat niet. In de jaren ‘90 hadden we jaarlijks het Interuniversitair Beleidsdebattoernooi en het Landelijk HBO-debattoernooi. In september werd dan één stelling bekend gemaakt en in juni was het toernooi. Je verdiepte je een jaar lang in het onderwerp, je las onderzoeksrapporten, boeken, beleidsnota’s en krantenartikelen en je verzamelde cijfers en bronnen als onderbouwing voor je argumenten. We hebben ons met de volgende stellingen een jaar lang bezig gehouden:

  • Er moet een geen-bezwaarsysteem komen voor orgaandonatie (1993).
  • Het moet werkgevers verplicht worden om een bepaald percentage allochtonen in dienst te nemen (1994).
  • De veestapel dient ingekrompen te worden (1995). 
  • Er moeten internationale afspraken worden gemaakt die misbruik van de “digitale snelweg” tegengaan (1996).

Zoals je ziet zijn deze onderwerpen en stellingen nog altijd actueel in de hedendaagse politiek en besluitvorming en nog steeds gebruik ik de argumenten (cijfers en bronnen) die ik in die tijd gevonden en getoetst heb in vele beleidsdebatten.

Geïnteresseerd in andere debatvormen? Bekijk dan deze artikelen!

Facebook Twitter Linkedin Email

Over de auteur

Gijs Weenink contributor

Gijs is de oprichter van de Tilburgse Debatvereniging Cicero in 1991, de Nederlandse Debat Vereniging in 1993 (de voorloper van de Nederlandse Debatbond), het Nederlands Debat Instituut in 1997 en de DebatAcademie in 1999.

Geef een reactie