Moeten we mensen die in de Randstad wonen een financiële prikkel geven om te verhuizen naar een krimpregio?

doorJos Buijvoets

Moeten we mensen die in de Randstad wonen een financiële prikkel geven om te verhuizen naar een krimpregio?

Bron coverafbeelding: 50+ In Nederland

Deze Kamer biedt mensen die in de Randstad wonen een financiële prikkel om te verhuizen naar een krimpregio

NK 2021 – Ronde 1

Een mooie toegankelijke stelling om het NK mee te beginnen. De dynamiek tussen krimpregio’s en de Randstad is iets waar veel mensen zich iets bij kunnen voorstellen en er is hier veel diepgang mogelijk.

Als eerste propositie zou ik hier de bewijslast willen omarmen terwijl ik meteen verdediging opbouw tegen kwetsbare punten. We betalen mensen een flink bedrag om te verhuizen, maar we doen dit wel bij mensen die aan bepaalde voorwaarden voldoen, waarvan het duidelijk is dat die dit goed afgewogen hebben en we doen het naast andere investeringen in krimpregio’s.

Er is een voorbeeld dat je hierbij kan gebruiken:

Als je voor € 1,- een huis in Italië wilt kopen dan kan dat ook niet zomaar. Je zult aan bepaalde eisen moeten voldoen zoals dat je gaat wonen en investeren in de woning.

Je wilt vermijden dat oppositie een case maakt waarbij ze uitleggen dat ze hetzelfde geld op een betere manier kunnen investeren, vandaar dat je ook toelicht dat je investeringen doet. Daarnaast wil je alvast verdedigen dat mensen een doordachte keuze maken.

Waar de case in propositie om draait is dat individuen beter af zijn als ze deze keuze maken en dat het goed is voor zowel de Randstad als de krimpregio omdat de één teveel inwoners heeft en de ander te weinig. Hier zullen beide kanten veel analyse aan besteden, al verwacht ik dat het uiteindelijk onduidelijk is wie gelijk heeft.

In oppositie wil je uitleggen dat mensen deze keuze niet op een goede manier maken, maar zwichten voor financiële druk. Daarnaast kun je je ook de vraag stellen of het eerlijk of efficiënt is om sommige mensen te betalen om te verhuizen en anderen niet. Er zijn ook betere manieren om gebieden op te bouwen, door gericht te investeren. Daarnaast zou ik benadrukken dat iedereen een verbondenheid voelt met de eigen regio, je familie en vrienden komen er vandaan en je ontleent je identiteit eraan. Niemand zal dus graag de plek waar ze nu wonen verlaten; dat is vaak vanwege noodzaak. Het is beter om die noodzaak aan te pakken en in die regio’s te investeren dan om iemand te dwingen om te vertrekken.

Wat me in oppositie bij deze stelling belangrijk lijkt, is om een verborgen frame aan te vallen. Als een stelling over het Caribisch gebied of de slachtoffers van de toeslagenaffaire gaat dan weet de jury dat het niet over hen gaat. Je kunt hier echter te maken hebben met juryleden die bijvoorbeeld uit een elitair milieu in Nijmegen komen en vervolgens zijn gaan studeren. Ze kunnen dan denken dat ze een beeld hebben bij hoe het is om van de regio naar de Randstad te gaan en vice versa, terwijl hun daadwerkelijke ervaringen erg ver af staan van die van de gemiddelde Nederlander. Ik zou daarom er ook een paar zinnen aan wijden om iets te zeggen over dat de ervaringen van universitair opgeleide mensen met grote netwerken heel anders zijn dan die van de meeste mensen.

In zowel propositie als oppositie zou ik hier met voorbeelden komen. “Lennart is een rijke Amsterdammer met twee kinderen die als advocaat werkt, hij komt hier vandaan en wil hier zijn hele leven blijven wonen.”, “Gijs is een arme Amsterdammer met drie kinderen die hier vandaan komt en hier niet wilt vertrekken. Zijn familie en vrienden wonen hier en hij kent niks anders. Hij kan de huur echter niet altijd even makkelijk opbrengen en heeft een zoontje met gezondheidsproblemen. Hij overweegt nu om toch weg te gaan.”

Als extensiespreker kun je het over een kwetsbare groep hebben en uitleggen waarom deze belangrijk is. In ons debat werd er bijvoorbeeld gesproken over een culturele, financieel kwetsbare minderheid die in de Randstad toegang had tot moskeeën en niet in een krimpregio. Ik zie hier minder ruimte voor zogenaamde “principiële” argumenten. Je zou het erover kunnen hebben of het binnen de rol van de overheid past om mensen op deze manier te betalen, maar volgens mij is dat aannemelijk te maken. Vermoedelijk zal het voor de extensiesprekers ook belangrijk zijn om afwegingen te maken tussen wat er in de eerste helft bewezen is. Als de eerste propositie bewijst de economie te helpen en de eerste oppositie bewijst dat dit ongelijkheid vergroot dan kun je in de tweede helft het debat naar je toetrekken door deze twee tegen elkaar af te wegen in het voordeel van jouw helft.

Jos Buijvoets
| + berichten

Jos is een erelid van de Tilburgse Debatvereniging Tilburg en was Algemeen Bestuurslid van de Nederlandse Debatbond (2017-2019). In zijn studententijd overzag Jos in zijn functie als secretaris (2014-2015) een grote toename in de leden van T.D.V. Cicero door gebruik te maken van (toegespitse) promotie en door organisatorische veranderingen door te voeren, zoals de toevoeging van de internationale tak.

Over de auteur

Jos Buijvoets administrator

Jos is een erelid van de Tilburgse Debatvereniging Tilburg en was Algemeen Bestuurslid van de Nederlandse Debatbond (2017-2019). In zijn studententijd overzag Jos in zijn functie als secretaris (2014-2015) een grote toename in de leden van T.D.V. Cicero door gebruik te maken van (toegespitse) promotie en door organisatorische veranderingen door te voeren, zoals de toevoeging van de internationale tak.