WSDC Dundee: een sfeerimpressie

Eva Spoor is op het World Schools Debating Championships in Dundee als één van de begeleiders van het Nederlandse team. Vandaag was er een vrije dag na twee zware debatdagen. Zij geeft een sfeerimpressie van de vrije zaterdag.

George Heriot’s school in Edinburgh verwelkomde vandaag het gehele WSDC gezelschap met doedelzakken en ademde een sfeer die sterk deed denken aan de school van Harry Potter. Niet geheel verrassend, J.K. Rowling bleek haar kinderen naar deze school te sturen! Het beloofde dan ook een magische dag te worden.

Standbeeld van David Hume

Standbeeld van David Hume

Het avontuur startte met een tour in een open bus door deze prachtige stad. Vervolgens werd het team door twee lieftallige vrijwilligers van de school te voet verder rondgeleid door de menigten die op het jaarlijkse ‘Fringe’ festival waren afgekomen naar een prachtig uitkijkpunt en het kasteel. Daarna genoten zij een lunch, vriendelijk aangeboden door de moeder van Joris, één van de debaters. Het ‘Royal Museum of Scotland’, het parlement, Princes Street, en vele andere delen van de stad lagen nog op het pad, alvorens het team stipt op tijd was voor het (inmiddels bekende) gefrituurde schotse voedsel op school. Het avontuur was na dit avondmaal helaas ten einde gekomen en de tocht naar Dundee werd weer ingezet. Het team is zich aan het klaarstomen voor een nieuw hoofdstuk met twee nieuwe debatrondes. Ronde 5 zal in de oppositie tegen Qatar gevoerd worden over de stelling “This House Would legalise the sale of human organs”. De tweede ronde is in de propositie tegen Bermuda. En nu ‘fingers crossed’ dat het wrijven van de teen van het standbeeld van David Hume in Edinburgh en/of de magie van deze afgelopen dag een voorspoedige invloed hebben op de voortzetting van het toernooi voor Team Nederland!

Aankondiging WK voor Scholieren: Dundee

Van 16 tot 26 augustus vindt het World Schools Debating Championships plaats in Dundee (Schotland). Op het WSDC strijden de debaters in landenteams tegen elkaar. Ieder land vaardigt slechts één team af, bestaande uit vier of vijf middelbare scholieren. De Nederlandse delegatie bestaat dit jaar uit Anna Verkaik, Azer Aras, Joris Broeders en Menno Schellekens. Zij worden begeleid door juryleden Eva Spoor & Thom Wetzer en Coach/Team Manager Rooj Darweesh.

Team Nederland

Net zoals in de meeste landen stuurt ook Nederland leerlingen van verschillende scholen. De debaters komen dit jaar van Christelijk Lyceum Zeist, Stedelijk Gymnasium Nijmegen en Utrechts Stedelijk Gymnasium (tweemaal). In januari namen zij deel aan het Dutch Schools Debating Championships, waar ze een plek bemachtigden in de eerste voorselectie van veertien. Na nog een eliminatieronde bleven de beste zeven debaters over. Zij volgden een intensief trainingsschema onder leiding van hun coach en in nauwe samenwerking met debaters uit de studentenwereld om te bepalen welke vier debaters de nationale selectie zouden halen.

Succes van de laatste jaren

Team Nederland is in de afgelopen jaren consequent gestegen op de internationale ranglijst. In 2008 wist het team in Washington D.C. voor het eerst de “break” te halen, waar Nederland zich als nummer 16 de achtste finales in debatteerde. In 2009 slaagde hetzelfde team er weer in om te “breaken”, met een record aantal sprekerspunten, in Athene. Een jaar later werd een andere mijlpaal bereikt: voor het eerst plaatste Nederland zich in Doha als een land in de top 10 (10) voor de tweede ronde. Na maandenlange trainingen wordt er veel van het nieuwe team verwacht.

Real-time verslaggeving

De Nederlandse scholieren worden op de voet gevolgd door trotse vrienden & vriendinnen, ouders, docenten, debatfanaten en andere geïnteresseerden. Daarom publiceert stichting Dutch Schools Debating Championships in samenwerking met de Nederlandse Debatbond dagelijks updates over de prestaties van de mannen en vrouwen met de oranje das. Deze updates zijn te volgen via www.dutchschools.nl en www.debatbond.nl .

The case for case files

Enthousiaste beginners houden zich vaak bezig met de vraag hoe ze beter kunnen worden in debatteren. Ze zijn wekelijks te vinden bij hun vereniging, lopen alle toernooien af en wonen iedere specialistische sessie bij. Debatteren wordt al gauw een uit de hand gelopen hobby, waar de ambitieuze beginner iedere week veel tijd aan kwijt is. Meestal sorteert dit harde werk, in combinatie met talent, uiteindelijk het beoogde resultaat. Toch zien veel debaters een makkelijke kans over het hoofd: case files. Dit zijn uitwerkingen van stellingen die zij zelf hebben opgesteld, die vóór en tijdens ieder debat geraadpleegd kunnen worden. Door een verzamelmap bij te houden met deze documenten hoeft de debater het wiel niet telkens opnieuw uit te vinden. Ook helpen case files om feedback van juryleden overzichtelijk te structureren en om weerlegging te anticiperen.

De basis

Case files kunnen gebruikt worden om stellingen over standaardonderwerpen, zoals bijvoorbeeld paternalisme, bij te houden. Ze vormen de basis van waaruit de debater kan argumenteren. Na ieder (moeilijk) debat kan de debater de stukken uitschrijven, waarin hij de opmerkingen van alle teams en de jury meeneemt. Tijdens de voorbereiding op een ander debat kan de debater daar vervolgens relevante passages uitpikken. Dit bespaart tijd in het uitschrijven van denkstappen van complexe analyses, wat dikwijls minuten afsnoept van de voorbereidingstijd. Zodoende houdt de debater meer tijd over voor strategische keuzes, zoals de framing van het debat of welke argumenten hij het eerst introduceert. Daarnaast is het handig om de files regelmatig bij te houden. Dat maakt het gemakkelijker om een analyse in toegepaste vorm te gebruiken. Een lijst met case files neemt toe naarmate de debater meer ervaring opdoet en kan uiteindelijk een groot aanbod van onderwerpen behelzen. Soms is het zelfs mogelijk om inhoud letterlijk te kopiëren, aangezien veel stellingen sterk op elkaar lijken.

Tijd besparen

Een boel debaters gelooft niet zo in case files. Toegegeven, veel van de beste debaters nemen niet meer dan pen en papier mee naar een debat. Zij lepelen analyses gemakkelijk op en doen daarbij geen beroep op een debatmap. Maar vergeet niet dat het meestal jaren geduurd heeft voordat ze hun analyses konden toepassen. Het korte kwartier aan prep time eist van iedere debater dat hij zijn tijd zo efficiënt mogelijk indeelt. Dat is voor iemand met pakweg vijf jaar ervaring makkelijker dan voor een beginner. Want ook al begrijpt de beginner het onderwerp evengoed, dan kost het hem alsnog extra tijd om de exacte denkstapjes eerst op zijn blaadje uit te werken. In dergelijke gevallen vergemakkelijkt een case file over bijvoorbeeld het legaliseren van hard drugs de voorbereiding en geeft het hem een competitief voordeel ten opzicht van andere debaters.

Bezwaren

Er zijn wel zaken waar debaters rekening mee moeten houden bij het gebruik van uitgewerkte stellingen. Soms maken ze de debater minder flexibel. Wanneer een debater veel tijd heeft besteed aan het uitschrijven van een interessante case, wil hij die kennis ook graag gebruiken. Ook wanneer de eerdere interpretatie van de stelling dat niet toelaat. Vooral in het Brits-Parlementaire debat, waarin de tweede helft consistent moet blijven aan de eerste helft levert dit nog wel eens problemen op. Het is in dan nadelig dat de debater vóór het debat al een té sterk idee had van waar het debat heen moest gaan. Maar ook wanneer het materiaal juist consistent is met de eerst helft kan het problematisch zijn. Zo kan de eerste helft een argument net iets anders presenteren dan de tweede helft van plan was, wat de tweede helft ertoe beweegt om het argument van voor af aan te brengen. Dat kost tijd en is vaak onnodig. Toch zijn deze problemen niet onoverkomelijk. Met slechts een beetje ervaring kan een debater leren de juiste dosis van zijn eerdere ideeën aan te brengen en bovendien zijn de files hoe dan ook sterke voordelen als de debater zich in zwakkere kamers bevindt, waar het framework van de eerste helft zwak geweest is.

Een goed begin is het halve werk

Case files zijn zeker niet de oplossing van elk debatprobleem. Ze plaatsen beginners niet plots in finales. De kwaliteit van het debat hangt af van de kwaliteit van de geschreven stukken en dus van de debater zelf. Belangrijker nog is dat de debater flexibel en scherp reageert in het debat. Maar het nut van de documenten is ook niet om de beginner spontaan tot topdebater te verheven. Het nut is om tijd te besparen en de beginner te helpen bij analyses die hij eerder begrepen, maar nu niet precies kan herhalen. Daarmee behoort een goede debatmap, net als pen en papier, tot een belangrijk onderdeel van de voorbereiding.

WSDC 2011 update: Nederlands team gekozen!

De teerling is geworpen. De scholierendelegatie die in augustus namens Nederland op zal draven op het World Schools Debating Championships is gekozen! Na maandenlange onzekerheid en wekelijkse ingespannen trainingen, zijn de vier namen van de debaters bekend: Anna Verkaik, Azer Aras, Joris Broeders & Menno Schellekens. Aan hen is de eer om Neerlands Glorie te verdedigen tussen de rokdragende mannen van Dundee. De keuze uit een voorselectie van zeven was verre van gemakkelijk. Niet alleen moesten de coaches rekening houden met de wispelturige natuur van de flegmatieke scholier, ook moest er vanuit een teamformatie gedacht worden, want de beste spelers vormen lang niet altijd het beste team.

Reinier aan het woord, de scholieren in opperste concentratie

Hoe het begon

Er was een tijd voordat de scholieren hun vrije tijd verloren en hun weekenden als geobsedeerde debatmachines sleten. Die tijd was voor afgelopen 22 januari. Dat is namelijk de datum waarop het Dutch Schools Debating Championships ’11 plaatsvond. Op het DSDC koos een breed panel van studentendebaters en andere debatfanatici de top 13 debaters, uit meer dan 80 scholieren. Zij namen het begin februari tegen elkaar op in een hooggelegen kantoorruimte in Rotterdam. Na een achtuurdurende sessie waarin 5 debatten werden afgewerkt kozen de juryleden de zeven beste debaters. Met deze groep werd een planning opgesteld om de volgende drie maanden van hun leven voor een groot deel in te vullen.

De sessies

Wekelijks werd de groep intellectueel bijgespijkerd door toppers uit het studentendebat. Dank voor de inhoudelijk sterke trainingen gaat o.a. uit naar Reinier de Adelhart Toorop, Victor Vlam en Leela Koenig, die volledige weekenddagen opgaven om de scholieren masterclasses te geven over rechten, paternalisme en de verhouding ouders, kinderen en de staat. Ondertussen werd er hard gedebatteerd, met zelfs een tweedaagse bootcamp, waarin de debaters van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat hun kwaliteiten én hun goede humeur lieten zien. De hulp van coaches werd zeer gewaardeerd, maar maakte de selectie er niet altijd makkelijker op. Iedere coach had zijn eigen visie. Elke coach viel iets anders op aan de leerlingen en allen hadden ze – zoals het ware debaters betaamt – ijzersterke argumenten om hun standpunten mee te staven.

De keuze

Naast de meningen van verschillende coaches moest er ook rekening gehouden worden met de rollen binnen het debat. Op het WSDC zijn er namelijk niet twee, maar drie verschillende sprekersrollen, die elk hun eigen kwaliteiten vereisen. Strategische sprekers zijn het beste op hun plaats als Prime Minister, terwijl de analytische debaters liever een derde plek innemen. De tweede plek blijft voorbehouden aan flexibele manusjes van alles, die gemakkelijk kunnen switchen tussen weerlegging en constructief materiaal. Een andere hobbel was samenwerking. Uit één-op-één gesprekken met debaters kwamen vaak hele positieve verhalen, terwijl het trio waarvan ze onderdeel waren onder hun gebruikelijke niveaus presteerde. Dat zette de coaches ertoe om nauwkeurige notities van observaties te maken bij teamvoorbereiding, om samenwerkingspatronen op te merken en de meest effectieve teams te spotten. Debaters kregen feedback op hun teamgedrag en ook daar traden verschuivingen op.

De blik vooruit

Voor het WK aanbreekt moet er nog aardig wat gebeuren. Er zal nog veel getraind worden met de vierkoppige selectie en flink gewerkt worden aan de voorbereide stellingen van de voorronde. Ook wordt er natuurlijk aan team building gedaan. Maar er staan bovendien veel praktische zaken op de agenda. Denk hierbij aan het vinden van goede, externe trainers, maar ook aan het zoeken naar sponsors om de kostendruk voor de arme scholieren te verlichten. De stichting DSDC wil graag groeien om het studentendebat onder scholieren te verspreiden. Daarbij is het essentieel dat er relaties met scholen in heel Nederland onderhouden worden. Op die manier vooruitblikken kan niet zonder buiten de stichting te kijken. DSDC is daarom op zoek naar enthousiaste, ervaren debaters om de organisatie (het liefst als bestuursleden) te versterken. Deze bestuursleden zullen per maand gemiddeld één of twee dag(en) besteden aan het werk voor de stichting en daarmee een belangrijke bijdrage leveren aan de debatcultuur op Nederlandse scholen en in het bijzonder aan de ontwikkeling van het Nederlandse team.

Als het jou leuk lijkt om een dergelijke bijdrage te leveren, of als je vragen hebt, neem dan contact met DSDC op. Dat kan door een e-mail te sturen naar darweesh.dsdc@gmail.com

Debat en de waarheid

Telt de waarheid in een debat? Het voor de hand liggende antwoord is “ja”. Als een debater de jury vertelt dat de Taliban volledig verslagen zijn neemt de jury hem niet serieus en verliest hij het debat. Maar als dezelfde debater claims maakt over de kosten van een kerncentrale houdt de jury zich afzijdig en vertrouwt men op de onjuiste “analyse” van het kostenplaatje. Gevolg: onterechte uitslagen en liegende debaters. De manier om dit te voorkomen is om van te voren fact sheets waarop de belangrijkste feiten staan opgesomd aan juryleden uit te delen. Juryleden moet geïnstrueerd worden om feiten die in strijd zijn met de inhoud van het fact sheet af te straffen in de jurering om de jurering beter en eerlijker te maken.

Bonapartiaanse casus
Op het Bonapartiaans Debattoernooi vond onlangs een debat plaats over het doden van Joseph Kony, een Afrikaanse rebellenleider. Eén van de teams gaf een feitelijk juiste weergave van de passieve rol van Kony binnen zijn “Lord’s Resistance Army”. Het andere team hield zich niet aan de feiten en won het debat. Had de stelling dan niet gekozen moeten worden? Nee. Natuurlijke vergde de stelling specialistische kennis, maar dat is onvermijdelijk omdat belangrijke kwesties nou eenmaal op de agenda moeten komen en er in ieder debat kennisverschillen tussen debaters zijn. Bovendien is één van de doelen van de debatsport om algemene kennis uit te breiden. Het zou onterecht zijn om Afrikaanse crises niet te bespreken omdat de gemiddelde debater er toevallig niet zoveel van af weet. Wel is oneerlijk dat juryleden met weinig kennis over het onderwerp beslissingen nemen over de uitslag.

Gemiddelde krantenlezer
In het bepalen van wat een jurylid wel en niet als waarheid mag meewegen wordt uitgegaan van de kennis van de “gemiddelde krantenlezer”: als die zou weten dat iets niet waar was zou de jury het niet mee mogen meetellen, maar in alle andere gevallen wel. Zelfs wanneer het jurylid weet dat iets gelogen is mag hij die informatie niet laten meewegen in de jurering. Tegenstrijdige informatie van twee teams wordt in dergelijke gevallen tegen elkaar afgestreept. De reden dat een jurylid dat onjuistheden herkent alsnog credits voor die punten geeft is dat een ander jurylid in een andere kamer die onjuistheden misschien niet zou herkennen en er niet te grote verschillen mogen bestaan in de jurering tussen verschillende kamers. Als iedereen uitgaat van de gemiddelde krantenlezer blijven de juryverschillen beperkt, is de gedachte. Die gedachtegang is onlogisch.

Falen van huidig beleid
Het huidige beleid faalt op drie vlakken. Ten eerste is het ineffectief: de gemiddelde krantenlezer bestaat niet en verschillende juryleden accepteren verschillende niveaus van onjuistheden. Een jurylid met meer kennis van zaken zal in veel gevallen de juistheid van gegevens toch laten meewegen en een ander jurylid niet. Ten tweede stimuleert de policy toekomstige decision makers om door middel van leugens hun gelijk te halen. Debaters zijn rationeel en zullen liegen (middel) om te winnen (doel), wanneer ze daar geen nadelen aan ondervinden. Het toestaan van onjuistheden is dus een gedragsprikkel. Ten derde maakt het huidige beleid mensen dommer . Wanneer teams niet afgestraft worden op feitelijke onjuistheden vertrekt men na een debat dommer dan toen men binnenkwam, omdat men onwaarheden voor waar aanneemt. Dat is niet in lijn met het doel van debat om een “market place of ideas” te zijn en beter geïnformeerde beslissingen te stimuleren. Met een vertekent beeld van feiten lukt dat niet.

Info Slides
Een voor de hand liggende optie is een  “info-slide-presentatie”, waarin wordt aangekaart waar het debat om draait. Het problematische daarvan is dat niet alleen juryleden maar ook de debaters op die manier geïnformeerd worden. Dat neemt het competitieve voordeel van algemene kennis weg, terwijl het nieuws bijhouden een deugd is en mechanistische kennis wel beloond wordt. Info slides over de Amerikaanse vloot in Bahrein zijn even kwalijk als info slides over basisfilosofie in een debat over het recht op leven. Daarnaast stuurt het verschaffen van informatie aan debaters het debat een bepaalde richting op en wordt de inhoud van debatten teveel geleid door het CA-team.

Hoe het ook kan
Gelukkig is een betere oplossing voorhanden: geef juryleden de tools om de juiste beslissingen mee te nemen en verplicht ze om die kennis te gebruiken in de jurering. Laat de CA A4tjes uitdelen aan juryleden tijdens de voorbereidingstijd waar bijvoorbeeld staat opgesomd hoeveel het bouwen van een nucleaire reactor in het verleden gekost heeft of hoeveel vluchtelingen er in Kongo in kampen zitten. Juryleden instrueren om de kennis in de jurering te laten gebruiken zorgt voor eerlijkere uitslagen en voor consistentie in jurering tussen verschillende kamers. Bovendien worden de debatten beter. Gewapend met fact sheets zullen juryleden niet langer belaagd worden door feitelijke onjuistheden. Debaters weten namelijk dat ze er niet langer mee weg komen. Debatten zullen gestoeld zijn op feiten, in plaats van op onzin. Natuurlijk zullen er nog steeds gevallen zijn waarin debaters met leugens wegkomen, maar de kans daarop wordt aanzienlijk kleiner en de kans op betere debatten neemt behoorlijk toe.

The Road to World Schools Debating Championships ’11!

Afgelopen zondag namen de 13 beste scholierendebaters van het land het in hartje Rotterdam tegen elkaar op in een zinderende strijd om een plek bij de laatste zeven voor de Nederlandse delegatie op het World Schools Debating Championships 2011. De zeven, wiens talenten in januari in Utrecht gespot werden en die zich dit weekend bewezen hebben, zijn er nog lang niet! Het geluksgetal is slechts een tijdelijk getal: slechts vier debaters zullen zich uiteindelijk tot de gelukkigen mogen scharen en de Nederlandse Leeuw in Dundee hooghouden! Totdat de definitieve selectie in mei bekend wordt gemaakt, staan er al acht volle dagen in het weekend gepland om de onschuldige middelbare scholieren om te smeden tot kritische, genadeloze debaters.

Het doel van de trainingen is simpel: te bepalen welke leerlingen in augustus zullen afreizen naar Schotland, om namens hun vaderland te debatteren en om deze debaters voor te bereiden. Op het WSDC debatteren teams namelijk niet namens hun school, maar namens hun land. De competitie heeft zijn oorsprong in Australië, waar het toernooi in 1988 voor het eerst gehouden werd en heeft zich inmiddels uitgebreid tot 57 teams in 2010 in het exotische Qatar. In Nederland werd de traditie ingezet door Jeannette Baljeu en Ard van der Steur, twee oude bekenden in de debatwereld, wiens drukke carrières als politici hen er toe bewogen om een rol op de achtergrond van het WSDC-landschap te zoeken. Nederland neemt al sinds 1995 deel en doet dat steevast in de felle oranje das en met Rood-Wit-Blauw in de hand.Lees Verder

Brits Parlementair: echt het ideale format voor beginners?

In de afgelopen jaren is het aantal Nederlandse studenten dat debatteert flink toegenomen. Deze ontwikkeling vond plaats in dezelfde tijd als de verschuiving van simpelere debatvormen naar de Brits-Parlementaire-vorm als huisstijl van de meeste debatverenigingen. Maar is BP wel het juiste format om beginnende debaters te enthousiasmeren? Of schrikt de stijl beginners af vanwege de complexe regels, de daaruit volgende onbegrijpelijke jurering en de lange duur?

De voordelen van het Brits-Parlementaire format zijn helder: met twee propositie- en twee oppositieteams is BP het format waarin de meest heterogene argumentatie kan worden gebracht. Daarnaast biedt de extra dimensie van “extensies” een intellectuele uitdaging waar de meeste ervaren debaters van smullen. Maar juist die extra uitdaging is vaak behoorlijk contraproductief als het op het aantrekken van beginners aankomt.

Wanneer debatverenigingen hun nieuwelingen in september welkom heten ligt de nadruk vanaf het begin op de ingewikkelde wedstrijdvorm. In plaats van een middel wordt Brits Parlementair een doel. Debatverenigingen hebben veel potentie vanwege de aard van hun activiteiten: het bijbrengen van retorische en analytische vaardigheden. Dat BP daaraan bijdraagt is moeilijk te ontkennen. Het is echter nogal een omschakeling van de praktijk of debat op tv naar Brits-Parlementair. Dat verschil zelf is niet slecht. Als universitair debater is het je plicht om de retoriek van opiniemakers en politici te overstijgen. Maar de plotse omschakeling jaagt veel debatfans weg en maakt het spel teveel een bezigheid voor een incrowd.

BP versus Beginners

Een mooi voorbeeld is de beginnersworkshop-cyclus van de Erasmus Debating Society, die afgelopen september begon. Ruim 100 studenten woonden de workshops bij die vooral in het teken stonden van public speaking. Na afloop was men razend enthousiast en tientallen studenten schreven zich spontaan in bij de EDS. Des te harder was de klap toen direct na de cyclus overgegaan werd op de orde van de dag: BP-debat. In plaats van de beginners op te warmen met tussenvormen, die weliswaar meer formele argumentatie van hen eisen dan ze gewend zijn, maar veel simpeler zijn dan BP, ging het bij EDS van de ene op de andere dag van public speaking over naar een uiterst complexe debatvorm.

De complexiteit van de regels is dan ook het eerste probleem van BP vs. Beginners. Een beginnend debater weet nog niet goed hoe hij een argument op moet zetten voordat hem gevraagd wordt om een extension speech te geven. De overgrote meerderheid heeft geen flauw benul van wat van hen wordt verwacht. Zij willen leren spreken en argumenteren en dat is al lastig genoeg, ook zonder alle moeilijke nieuwe regels. Vergelijk het met nieuwkomers bij een atletiekvereniging. Je zult toch echt eerst moeten leren lopen voordat je later ooit een meerkamp kunt winnen.

Ingewikkelde jureringen

Het tweede probleem bestaat uit de onbegrijpelijkheid van jury-uitslagen. Hoewel er bij veel verenigingen, zoals bij EDS, genoeg goede juryleden zijn die hun uitslagen relatief helder toelichten, is het voor veel beginners toch moeilijk te bevatten waarom één team wint en het andere team verliest terwijl dat volledig indruist tegen hun verwachtingen. Beginners moet überhaupt al worden uitgelegd waarom geboren public speakers het vaak afleggen tegen minder eloquente sprekers en dat is aleen behoorlijke taak. Waarom zou je dat willen compliceren met de BP-regels, waarin het ook nog eens een kwestie van de eerst helft tegen de tweede helft is, terwijl bijvoorbeeld AP al die bezwaren wegneemt?

De laatste reden waarom de BP-vorm niet geschikt is voor beginners is de lange duur. Eén heel uur, zolang duurt een BP-debat. Dat betekent dat debaters maximaal 2 keer op een avond kunnen debatteren. Gezien de vaak ongelukkig gekozen stellingen die beginners wordt voorgeschoteld (“DK straft de gemeenschappen van eerwraak”) komen ze meestal ook in hun eigen ogen niet lekker uit de verf. Twee stellingen op één avond betekent nou eenmaal geen heterogeniteit van onderwerpen. En dat stelt mensen teleur.

Pleidooi voor slow love

Dus, hoe moet het dan wel? Begin in de Lagerhuis-vorm en schakel na korte tijd over op Amerikaans-Parlementair. Leg eerst de essentie van formeel debat (analyse) uit en begin pas veel later aan Brits-Parlementair. Zo maak je mensen eerst enthousiast over debat en dan komt enthousiasme voor BP later wel, wanneer de nieuwigheid van AP voorbij is en de debaters op zoek zijn naar een nieuwe uitdaging. Misschien zal een groter deel van de 100 mensen die volgend jaar bij EDS op de stoep staan er dan voor kiezen om vaker langs te komen…