Categorie Archief Debattechnisch

doorJoris Graff

Moeten milieuactivisten sabotage en vernieling tegen grote vervuilende bedrijven stimuleren?

Deze kamer gelooft dat organisaties van milieuactivisten een campagne van sabotage en vernieling tegen grote vervuilende bedrijven moeten beginnen

Ronde 3 – Utrecht Online Open 2021

Deze stelling werd gezet in ronde drie van Utrecht Online Open 2021 en was het meest interessante debat dat ik dit toernooi mocht jureren. Wanneer een stelling het klimaatprobleem betreft, heb je mij sowieso al mee. De stelling is wat mij betreft daarnaast interessant omdat deze zowel ruimte biedt voor principiële argumenten (hebben milieuactivisten een recht op of zelfs een plicht tot zelfverdediging, ook wanneer deze gewelddadige vormen aanneemt?) als voor analyse van een groot aantal stakeholders (milieuactivisten zelf, grote bedrijven, het algemene publiek, de overheid). Hierbij is het voor teams noodzakelijk om in detail in te gaan op de beweegredenen die deze verschillende stakeholders hebben en de manier waarop deze beweegredenen door de stelling worden beïnvloed. Hieronder zal ik kort enkele argumenten voor de voor- en tegenstanders bespreken en de manier waarop deze tegen elkaar kunnen worden afgewogen. Omdat in mijn debat nauwelijks aandacht was voor principiële argumenten zal ik deze achterwege laten, waarmee niet gezegd is dat deze argumenten niet effectief kunnen zijn.

Eén van de redenen waarom ik denk dat deze stelling interessant is, is dat het wellicht meest intuïtieve argument voor de voorstanders in mijn ogen ook een van de minst effectieve is. Dit argument luidt dat grote bedrijven een winstoogmerk hebben en wanneer ze voor vervuilende activiteiten meer kosten aan beveiliging en reparatie moeten besteden, eerder overstappen op duurzame productiemodellen. Het is echter lastig om te bewijzen dat deze kosten zo hoog zullen zijn dat ze opwegen tegen diepgaande transformaties in de bedrijfsvoering. Hoe realistisch is het dat radicale milieuactivisten, die waarschijnlijk relatief weinig middelen hebben, multinationals zo’n significante klap kunnen toebrengen?

Een meer veelbelovende route voor de voorstanders is om te focussen op de gevolgen van de stelling voor politieke en publieke perceptie van milieuactivisme en -vraagstukken. Het team dat in mijn debat de tweede propositie was, deed dat het meest effectief aan de hand van de – voor mij onbekende – “radical flank theory”. Deze theorie stelt dat, wanneer een flank van een activistische beweging radicaliseert, dit positieve effecten heeft voor de gematigde meerderheid van de beweging. Ten eerste maakt dit het voor gematigde activisten mogelijk om zichzelf als redelijk alternatief te presenteren. Milieuactivisten worden vaak sowieso als radicaal gezien, ongeacht hun acties. Wanneer ze kunnen wijzen op een meer radicale flank, helpt dit om hun eigen imago te verbeteren. Ten tweede leidt het ertoe dat gematigde activisten een meer aantrekkelijke samenwerkingspartner worden voor autoriteiten. De overheid wil geweld natuurlijk zoveel mogelijk tegengaan en één van de manieren om dit te doen is om meer samenwerking te zoeken met de gematigde flank van de beweging, waardoor de onvrede die het radicalisme voedt wordt weggenomen en de gematigde beweging de radicale activisten gaat overvleugelen. Dit maakt het makkelijker om van de overheid concessies los te krijgen wat betreft ecologische regelgeving.

De tegenstanders proberen natuurlijk het tegengestelde frame op te zetten dat de perceptie van een deel van de milieuactivisten als radicaal overslaat op de gehele beweging, inclusief de meer gematigde delen ervan. Wanneer dit zo is, volgen uiteraard negatieve gevolgen. De eerste tegenstanders in mijn debat probeerden bijvoorbeeld te bewijzen dat de overheid door deze perceptie minder geneigd is samen te werken met milieubewegingen, omdat ze niet open willen staan voor de kritiek samen te werken met radicalen. De tweede tegenstanders probeerden te bewijzen dat individuen minder snel geneigd zijn hun consumptiegedrag meer ecologisch verantwoord te maken, omdat ze niet geassocieerd willen worden met een beweging die als radicaal wordt gezien.

De kern van de clash omtrent de maatschappelijke en politieke impacts van deze stelling komt er dus op neer hoe het algemene publiek deze acties precies zal opvatten en hoe dit overslaat op gematigde activisten. Het is voor teams moeilijk om deze clash te winnen omdat “het algemene publiek” een vrij diverse actor is en verschillende leden ervan waarschijnlijk op verschillende manieren reageren. Daarom is nuance belangrijk. Welke delen van het publiek zijn het meest geneigd om positiever of juist negatiever te staan tegenover de milieubeweging? Waarom zijn deze delen van het publiek het meest belangrijk voor ecologische besluitvorming? Uiteindelijk wonnen de tweede voorstanders het debat dat ik jureerde omdat ze twee punten van nuance aanbrachten die bij de tegenstanders (en de eerste voorstanders) ontbraken: a) dat de manier waarop een groep zich gedraagt voor de meeste mensen meer invloed heeft op hun perceptie van die groep dan de standpunten van de groep, wat betekent dat gematigde activisten waarschijnlijk positiever op hun gedrag beoordeeld worden dan ze negatief beoordeeld worden op hun ideologische associatie met radicalen en b) dat mensen die geneigd zijn deze acties op de gehele milieubeweging te betrekken, waarschijnlijk sowieso al niet zo’n hoge pet op hebben van milieuactivisten en daarom voor het gedrag van deze groep (en daarmee hun invloed op de overheid) waarschijnlijk weinig verandert. De beslissing om de tweede voorstanders te laten winnen was echter niet unaniem, wat aangeeft hoeveel ingewikkelde discussie nodig was om deze centrale clash te winnen.

Deze stelling is een goed voorbeeld waarom het voor teams belangrijk is om voorbij de voor de hand liggende argumenten te kijken (“Bedrijven willen geld verdienen!” en “Mensen houden niet van geweld!”) en dieper in te gaan op de vraag hoe beweegredenen van verschillende (sub)groepen doorspelen in hun gedrag. Zoals vaker gebeurt in debatteren, wordt deze stelling niet gewonnen door de meest intuïtieve punten in te brengen, maar door de punten het best te koppelen aan een overtuigende analyse van de psychologie van de verschillende stakeholders. Deze stelling heeft mij gesterkt in mijn overtuiging dat een groot deel van debatteren eigenlijk toegepaste psychologie is.

doorRoel Becker

Argumenten: Mensen moeten bij hun pensionering het volledige pensioen ontvangen

De volgende stelling was het onderwerp van debat in de tweede ronde van de Nijmegen Open 2020.

Infoslide: Een eenmalige pensioenbetaling is wanneer werknemers hun volledige pensioen ontvangen bij het begin van hun pensionering. Een gespreide pensioenbetaling is wanneer ze hun pensioen maandelijks krijgen uitbetaald.

Stelling: DK staat het werknemers toe om een ​​keuze te maken tussen een eenmalige pensioenbetaling en een gespreide pensioenbetaling.

Ronde 2 – Nijmegen Open 2020

Deze stellinganalyse is mede gebaseerd op de discussies en testen die zijn uitgevoerd binnen het CA-team van de Nijmegen Open: Fabian Beitsma, Gigi Gil, Hadar Goldberg, Lucy McManus, Parth Pandya, Marta Vasić & Roel Becker. Ik bedank alle co-CA’s voor hun harde werk. Uiteraard ben ik alleen verantwoordelijk voor eventuele fouten.

Meer lezen
doorRyoji Yoshisada

Argumenten: Zouden we inkomensverdelingsovereenkomsten toe moeten staan?

Let op: dit is een vertaling van het originele artikel in het Engels. Door de vertaling kan de toon veranderd zijn.

Op de Amsterdam Open 2020 werd de volgende stelling besproken:

Informatiedia: In het kader van dit debat is een inkomensverdelingsovereenkomst (in het Engels: Income Sharing Agreement, ISA) een contract waarbij een persoon geld van investeerders ontvangt. In ruil daarvoor nemen de investeerders beslissingen over hun carrièrekeuzes en behouden een deel van hun inkomen.

Stelling: Deze Kamer staat mensen toe om inkomensverdelingsovereenkomsten (ISA’s) te ondertekenen.

Amsterdam Open 2020 – Ronde 3

Als we deze stelling zien, zijn er twee conclusies waar we aan moeten denken.

  1. Is het toestaan ​​van een ISA gunstig of schadelijk?
  2. Is het toestaan ​​van een ISA legitiem of niet?

Deze stelling is een heel goed voorbeeld om in beide vragen te duiken.

Meer lezen
doorFabian Beitsma

Debatten over ouderschap

Bron coverafbeelding: Eckerd Connects

Ik ben Fabian, 23, en bijna afgestudeerd in de klinische psychologie. In de vierde klas van de middelbare school begon ik met debatteren, en het fascineerde me meteen. Debatteren bevat een combinatie van een competitief element, plus het ontwikkelen van vele vaardigheden als analytisch en kritisch denken, verwerkingssnelheid en abstract denken . Debatteren heeft mij naast deze intellectuele vaardigheden nog een stuk meer gebracht: part time werk als debattrainer voor politici, het maken van vele vrienden en kennissen en een accepterende omgeving voor LHBT’ers en identiteitsvorming.

Meer lezen
doorFabian Beitsma

Tiger Parenting: goed of slecht?

Bron coverafbeelding: New York Times

In dit artikel heb ik verschillende ouderschapsstijlen besproken en deze kennis zal ik nu toepassen op een stelling die vaak voorbij komt, namelijk:

Deze Kamer steunt Tiger Parenting.

Dit is een vorm van opvoeden waarbij de ouders hoge eisen stellen aan hun kind, maar ook belonen voor het behalen van een resultaat.

De oplettende lezer zal hebben opgemerkt dat het simpelste argument voor de stelling is dat Tiger Parents in een zekere zin autoritatieve ouders zijn. Ze stellen zowel hoge eisen, maar zijn ook betrokken en belonen voor goed resultaat. Dit zorgt dat het kind voldoende positieve bekrachtiging krijgt maar ook positieve cognitieve schema’s ontwikkeld als “ik kan alles bereiken als ik hard werk”. Ze zien de waarde in van moeite doen voor iets waar je pas op lange termijn een beloning voor krijgt (zoals het studeren voor een diploma), wat belangrijk is voor latere vaardigheden zoals financiële verantwoordelijkheid. 

Een argument tegen de stelling is dat ouders zich onvoldoende bewust zijn, of willen zijn, wanneer hun kind niet aan de hoge standaarden kan voldoen. Veel mildere vormen van ontwikkelingsstoornissen zoals een non-verbale leerstoornis of het Klinefeltersyndroom worden soms pas laat of zelfs nooit opgemerkt. Hierdoor worden kinderen gestraft voor het niet voldoende kunnen plannen of behalen van hoge prestaties. Door herhaaldelijk negatief bekrachtigd te worden zonder te begrijpen waar het probleem vandaan komt, ontwikkelen kinderen negatieve schema’s als “ik faal altijd”. Deze schema’s blijven niet alleen beperkt tot het leren, maar bepalen tevens hoe ze omgaan met sociale relaties en andere situaties.

doorGigi Gil

Moeten we Kunstmatige Intelligentie in strafrechtzaken verbieden?

Dit is het laatste deel in de serie “Kunstmatige Intelligentie in Debatteren”. Lees hier deel 1 en deel 2!

In de vorige twee artikelen heb je kunnen lezen wat er wordt bedoeld als er wordt gesproken van kunstmatige intelligentie (AI). Mike heeft het lastige werk gedaan. In dit artikel is aan mij de eer om een voorbeeld te geven van de toepassing van deze kennis bij debatteren, aan de hand van de volgende stelling:

Deze Kamer verbiedt het gebruik van statistische risicobeoordelingen voor het bepalen van de strafmaat in strafrechtzaken

Meer lezen
doorMike Weltevrede

Kunstmatige Intelligentie in Debatteren (Deel 2)

In het vorige artikel hebben we besproken wat kunstmatige intelligentie (AI) eigenlijk is. Kort gezegd is AI een methode welke input data gebruikt om een bepaalde taak te voltooien door menselijk denkgedrag te imiteren. In dit artikel ga ik kijken naar toepassingen van AI in de echte wereld, zoals deep fakes. Bovendien ga ik het hebben over black-box algoritmes: waarom worden deze gebruikt en wat zijn de ontwikkelingen rondom “verklaarbare AI”?

Meer lezen
doorMike Weltevrede

Kunstmatige Intelligentie in Debatteren (Deel 1)

Een type stelling dat steeds vaker op toernooien aan de orde komt, is kunstmatige intelligentie (AI). Omdat AI zo’n complex en nieuw onderwerp is (zowel in de werkelijkheid als in debatteren), slagen veel debaters er niet in om veel verder te gaan dan hellend vlak-argumenten die een soort van kwaadwillende ondergang impliceren en worstelen om genuanceerde argumenten te maken. Voorbeelden waar AI bij betrokken is, zijn onder meer routeplanning, Alexa/Siri en spamfiltering van je e-mails.

Dit artikel is bedoeld als de eerste van een tweedelige gids voor het debatteren over AI, waarbij de basisprincipes van kunstmatige intelligentie worden besproken; deze week beginnen we met wat definities over AI, machine learning (ML) en deep learning (DL). Volgende week zal ik het hebben over voorbeelden van toepassingen van AI, ML en DL in de echte wereld (en waarom ze worden gebruikt). Tenslotte zal Gigi Gil deze kennis gaan gebruiken in de context van debatteren door een debatstelling te bespreken over kunstmatige intelligentie in het strafrechtssysyteem. Eventuele aanvullingen of vragen? Laat me het weten in de reacties!

Meer lezen
doorNederlandse Debatbond

Principled arguments in debating

Written by Ybo Buruma

Principled argumentation is arguably no longer as prevalent as it was when I first started debating. Back in those days (long, long ago) proposition teams were basically required to bring at least some principled justification for their plans. Sometimes, these justifications were rather short. For instance, when the government already had very similar policies in place, or when a prisoner’s dilemma occurred. However, quite often, the principled discussion was the more important one in the debate: is the government allowed to protect you from yourself to this extent? Is the government allowed to torture someone to save millions of innocents? Those questions happen less and less frequently in the debates I’ve seen over the last few months and I think that’s a shame: principled arguments are both extremely interesting and can be very compelling.

In this short piece I’m going to look at the three things I believe are needed for a principled argument to stand, on top of that, I’m going to look at a few different ways for principled arguments to be used in the current ‘meta’ of debating.

Meer lezen

doorNederlandse Debatbond

Knowledge in debates: Motion Review Amsterdam Open

by Matt Hazell

Many motions in debating will have proper nouns in them, and examples are always useful in these cases. However, you can never win or lose in BP debating via example alone. The purpose of outside knowledge in debates is to illustrate the arguments you are making. Importantly this means that facts, without good logical analysis underpinning them, are of little merit. In this article we will look at one specific motion set at the Amsterdam Open 2018, and look at how to approach this seemingly technical debate without knowing much at all. The motion is as follows:

Info slide:

Structural adjustment programmes (SAPs) consist of loans provided by the International Monetary Fund (IMF) to countries that experienced economic crises. The IMF requires borrowing countries to implement certain policies (e.g austerity measures, reducing trade tariffs etc) in order to receive these loans (or to lower interest rates on existing ones).

Motion:

This House Believes that the IMF should pay reparations to countries that experienced severe economic hardship as a consequence of IMF restructuring programs

Meer lezen