Opiniestukken

doorBionda Merckens

Over het functioneren van jury’s (I: Informatie)

Nu de juryaccreditatie zal worden besproken op de eerstvolgende Bondsraad, aankomende vrijdag, en begin dit jaar door Reinier de Adelhart Toorop een pleidooi voor jurering zonder overleg besproken is in het verenigingsblad van ASDV Bonaparte, is de manier waarop debatten worden gejureerd weer een hot topic. Daarom presenteert SevenTwenty in twee delen een uitgebreide analyse van huidig Nederlands Kampioen Daniël Springer over jureren. Vandaag verschijnt een analyse over juryoverleg op deze site, en donderdag voltooien we dit artikel met het thema ‘reputatiejurering’.

Over het functioneren van jury’s

Vrijwel geen enkel onderwerp heeft zoveel aandacht getrokken in discussies over de debatsport als hoe om te gaan met de jurering van debatten. Amsterdammer Reinier de Adelhart Toorop (verder: Reinier) schreef enige tijd geleden een uitstekend stuk hierover in het maandblad van zijn vereniging. De vraag die hij vooral wenste te behandelen was: welk jureringssyteem zorgt voor de “beste” uitslagen.

De “beste uitslag”

Om maar te beginnen met een wellicht controversieel onderdeel uit het stuk van Reinier: bestaat er zoiets als “de juiste uitslag”? Nee, zegt Reinier, uiteindelijk is het jureren van een debat vaak een kwestie van persoonlijke smaak en daarmee samenhangende wegingsfactoren. Hoe belangrijk vind je in BP consistentie met de eerste helft? Is een extreem consistent filosofisch argument geweldig of praktisch onhoudbaar? Is een arrogante stijl overtuigend of hinderlijk? Allemaal vragen die per persoon zullen verschillen en die invloed hebben op de uitslag van een debat.

Ik ga dan ook zonder meer mee in Reinier’s redenering dat zeggen dat iemand “een goed jurylid is, omdat hij/zij de juiste uitslag had” vaak zal betekenen dat de spreker simpelweg op zoek is naar juryleden met gelijksoortige preferenties als hij/zij. Als we Reinier’s theorie accepteren, dan had deze persoon hooguit mogen zeggen: “zijn/haar onderbouwing van de uitslag was ondermaats”. Immers, Reinier’s stelling houdt niet in dat er geen kwalitatief verschil kan zijn tussen verschillende uitslagen, maar dat er verschillende kwalitatief gelijkwaardige uitslagen kunnen bestaan.

Wat mij betreft betekent bovenstaande niet dat er geen kwalitatief verschil kan bestaan tussen juryleden, zelfs als ze allemaal een zekere mate van expertise hebben. Als we accepteren dat parlementaire debatten (vooral) gejureerd moeten worden op inhoud, dan is een jurylid dat snel logische constructies kan ontrafelen en de onderlinge samenhang van argumenten correct en snel doorziet een goed jurylid. Tegelijkertijd hangt de validiteit van argumentatie vrijwel altijd samen met het impliciet accepteren van een aantal premissen (zoals: vrijheid is gaaf), waar ook redelijke juryleden over van mening kunnen verschillen.

We moeten daarom af van het idee dat er altijd één goede uitslag is in een debat en dat er bepaalde jurygoden/godinnen zijn die ons kunnen vertellen wat die uitslag is. Juist het meewegen van veel verschillende wegingsfactoren kan de jurering ten goede komen.

Stemmen of overleggen?

De belangrijkste vraag die behandeld moet worden als we kijken naar hoe we jury’s vormgeven om de kwalitatief best onderbouwde jurering te bereiken, is of de uitslag het aggregaat moet zijn van de individuele meningen van de juryleden (stemmen) of dat er à la juryrechtspraak een uitgebreid overleg en onderhandelingsproces aan vooraf hoort te gaan. Reiniers antwoord is helder: stemmen. Laten wij eens kijken naar de voor- en nadelen van beide vormen.

Informatie

De reden dat vaak wordt teruggegrepen naar groepsbesluitvorming is het idee dat “twee mensen meer zien dan één”. Laten we een heel simpel voorbeeld nemen om iets formeler naar deze stelling te kijken. Stel je voor dat we drie juryleden hebben. Tijdens een debat wordt een enorme hoeveelheid feiten en argumenten op je afgevuurd als jurylid, waardoor het vrijwel onmogelijk is dat je alle relevante informatie hebt meegekregen. Daarnaast kan het zijn dat jij privé informatie hebt over bijvoorbeeld de situatie in een bepaald gebied, waardoor jij argumenten beter kunt plaatsen of valideren dan andere juryleden.

Laten we dus aannemen dat elk van de drie juryleden een signaal ontvangt over wie het debat heeft gewonnen. Om zaken eenvoudig te houden nemen we aan dat de kans dat een bepaald signaal correct is 70% is. We hebben net gezien waarom het aannemelijk is dat juryleden niet allemaal hetzelfde signaal ontvangen, formeel: de correlatie tussen signalen is minder dan 1. Het is nu redelijk eenvoudig om te zien dat het combineren van de drie signalen altijd een hogere waarschijnlijkheid geeft dan 70% dat de “correcte” uitslag wordt gekozen (lees: best onderbouwde, meest logische uitslag). Zie de appendix voor formeel bewijs.

We lijken hier dus een duidelijk nadeel van Reiniers systeem te hebben ontdekt: door te stemmen zonder overleg verlies je immers de kans om als jury relevante “signalen” uit te wisselen om zo tot een kwalitatief betere jurering te komen! Hoe kan Reinier zoiets verschrikkelijks toestaan?!

Gelukkig zijn er goede redenen om te vermoeden dat het geschetste plaatje niet klopt. Zo blijkt uit onderzoek naar collectief brainstormen dat individueel ideeën genereren vele malen efficiënter is dan in groepsverband (zij bijv. Stroebe & Diehl, 1994). De verklaring daarvoor is ook relevant voor ons. Zodra je als jurylid aanneemt dat een ander jurylid écht goed oplet, dan ervaar je een verminderde persoonlijke verantwoordelijkheid om zelf zo scherp mogelijk te zijn tijdens het debat (in feite is dit free-riding). Dit zal vooral spelen bij juryleden die zichzelf als minder inschatten dan bijvoorbeeld de chair.

Een ander probleem dat optreedt in groepen is dat “unieke” informatie (dus: het deel van het signaal dat uniek is) vaak niet wordt gedeeld (Larson et al, 1998). Mogelijke verklaringen zijn sociale validering (als andere dezelfde informatie hebben moet het wel waar zijn) en de angst om negatief geëvalueerd te worden (bijvoorbeeld door een belangrijk ander jurylid). Daarnaast wordt juist in groepen informatie die ingaat tegen een initieel bereikte conclusie vaak niet meer genoemd (Frey et al., 1996). Groepsleden hechten vaak veel waarde aan een gevoel van eensgezindheid en hebben daarom de neiging informatie die tegen de groepsconclusie in gaat niet te noemen, om onenigheid te voorkomen.

In principe zou overleg er dus toe moeten leiden dat de kwaliteit van de jurering omhoog gaat. Er zijn echter bepaalde groepsprocessen die ertoe kunnen leiden dat dit voordeel wegvalt. Juist als er geen objectief criterium voor de “juiste” uitkomst is scoren groepen in onderzoeken consistent slechter dan het aggregaat van individuen (Tindale, 1993).

Het tweede en laatste deel verschijnt donderdag op SevenTwenty.

doorBionda Merckens

Vergeet Eloquentia. Het is tijd voor Argumental Dutch Edition

Sommige debaters kennen het al; sommige debaters staan op het punt om iets fantastisch te ontdekken op YouTube. Argumental. Wat is het en waarom moet er een Nederlandse versie komen?

Wat is het?

Argumental is een Brits tv-concept waarbij twee comedians samen met twee gasten debatteren over uiteenlopende onderwerpen onder leiding van een presentator met het publiek als jury.

In verschillende rondes moeten de debaters/comedians stellingen verdedigen en aanvallen, een speech improviseren aan de hand van getoonde foto’s, en U-bochten maken in hun speech als er een bel gaat. Het format van een debat is hier rechts schematisch weergegeven.

Vaste spreektijden zijn er niet, al duurt een individuele bijdrage zelden langer dan drie minuten. De tweede sprekers van ieder team maken meestal slechts één a twee korte opmerkingen. Er wordt gedebatteerd over een mengeling van serieuze en leuke onderwerpen: verdienen ouderen meer respect, ijsberen zijn het niet waard om gered te worden, Duitsland is beter dan Frankrijk enzovoort.

Om een impressie te geven van Argumental een paar links naar bijzonder grappige fragmenten:

Hoe verschilt een ‘Argumental’ debat van een ‘gewoon’ eloquentia-debat?

Veel.

Het eloquentia-format is een problematisch format. Daar waar het format tot doel heeft om welsprekendheid te belonen in plaats van doorwrochte argumentatie – en hiermee werd oorspronkelijk bedoeld welsprekendheid in de meest brede zin van het woord – is eloquentia in de praktijk vaak behoorlijk slechte comedy. In Amsterdam wordt sinds jaar en dag het officieuze “NK” eloquentia-toernooi georganiseerd als afsluiter van het debatseizoen. Maar gezien de problemen met het format is de vraag meer dan gerechtvaardigd waar de winnaar van dit toernooi nu precies in uitblinkt. Deelnemers blijven vaak behoorlijk strikt binnen de mores van het parlementair debat.

Dat betekent in de praktijk:

  • Vaste spreektijden 3-3-2 (voor stand-up comedy begrippen behoorlijk lange spreektijden)
  • 15 minuten voorbereidingstijd
  • Debaters die gebruik (blijven) maken van parlementaire spreekstructuur (‘’Ik ga het in deze speech hebben over drie punten..’’)
  • Debaters die behoorlijk blijven hangen in serieuze argumentatiemodus (is eloquentia nu wel of niet een format waarin deelnemers grappig moeten zijn?) en successtrategieën die werken in parlementaire debatten (‘’Maar laat ik eerst uitleggen hoe ik de stelling definieer…’’)

Argumental onderscheidt zich daarvan qua stijl:

  • Debaters in dit format kondigen zelden aan ‘’I’ve got ten jokes in this speech..’’
  • Debaters doen geen concessies of gebruiken definitietrucs; ‘commitment & determination’ staan op hun voorhoofd getatoeëerd.
  • Geen vaste spreektijden.

En Argumental onderscheidt zich daarvan qua aanpak:

  • De meeste optredens (behoudens de fotorondes en de U-bocht ronden) zijn aanzienlijk minder ‘stand-up’ dan het zich laat aanzien. Het publiek hoort het onderwerp weliswaar voor het eerst maar de sprekers in kwestie kennen hun positie en hebben een team van schrijvers achter zich staan.
  • Geen vaste spreektijden
  • Stellingen worden vaak niet ingestoken vanuit een soort ‘governing actor’ maar vanuit persoonlijke beleving. Geen gedebatteer dus over effectiviteit van beleid.

Waarom Argumental debatteren leuker is dan eloquentia

  1. Argumental is duidelijker in de verwachtingen die het publiek heeft van een debat.
  2. Er is geen – ik herhaal geen – reden om vast te houden aan (heel) strikte spreektijden in een format dat draait om comedy en welsprekendheid. Het equal arms-principe van gelijke spreektijden is bedacht voor het inhoudelijke debat waarbij inhoudelijke argumentatie centraal staat. Waarom sprekers die on fire zijn afbreken na drie minuten? Of debaters die door hun (sterke) materiaal heen zijn dwingen om hun spreektijd vol te maken?
  3. Het publiek beslist. Een publiek met duidelijke verwachtingen is de beste jury die er is.
  4. Verschillende formats benadrukken verschillende debat- of spreekvaardigheden. Argumental is echt anders dan parlementair debat zodat deelnemers ook echt anders te werk moeten gaan.
  5. Meedoen aan Argumental is waarschijnlijk gemakkelijker dan ‘pure’ stand-up comedy maar moelijker dan meedoen aan een eloquentia-debat.
  6. In veel steden is er een matig aanbod om jezelf te bekwamen in public speaking en comedy. Er zijn erg weinig comedyclubs in Nederland. Ze zijn of heel erg incrowd of ze leiden een zieltogend bestaan. Dit voegt echt wat toe.

Hoe moet zo’n Argumental Dutch Edition eruit zien?

Zou het niet leuk zijn om iets dergelijk in Nederland te organiseren? Er zijn verschillende mogelijkheden om een dergelijk evenement in te steken. Een Argumental kan beginnen als intermezzo binnen een bestaand evenement, of direct als een zelfstandig evenement. Het kan gecombineerd worden met een of meerdere comedy-workshops verzorgd door (bekende) comedians & debattrainers.

In dat laatste zie ik persoonlijk veel potentieel. Toegegeven: er is lef voor nodig, maar wie wil er nou niet een goed én grappig debater zijn?

doorBionda Merckens

Debaters na de break laten jureren?

In de internationale debatwereld wordt er nu een discussie gevoerd die bij tijd en wijlen ook wel eens in Nederland opkwam: is het een goed idee om niet-gebroken debaters op een toernooi wel te laten breaken als jurylid?

Het speelt vooral op toernooien met een minder diepe poule van topjuryleden. Ervaren debaters halen dan de break niet omdat ze bijvoorbeeld met een onervaren debater gingen. Ze kunnen dan nog wel van grote waarde zijn voor de jurering van de rondes na de break. In het verleden is dit op Nederlandse toernooien ook wel eens gedaan. Maar moeten we dit willen?

Meer lezen

doorBionda Merckens

Brits Parlementair: echt het ideale format voor beginners?

In de afgelopen jaren is het aantal Nederlandse studenten dat debatteert flink toegenomen. Deze ontwikkeling vond plaats in dezelfde tijd als de verschuiving van simpelere debatvormen naar de Brits-Parlementaire-vorm als huisstijl van de meeste debatverenigingen. Maar is BP wel het juiste format om beginnende debaters te enthousiasmeren? Of schrikt de stijl beginners af vanwege de complexe regels, de daaruit volgende onbegrijpelijke jurering en de lange duur?

De voordelen van het Brits-Parlementaire format zijn helder: met twee propositie- en twee oppositieteams is BP het format waarin de meest heterogene argumentatie kan worden gebracht. Daarnaast biedt de extra dimensie van “extensies” een intellectuele uitdaging waar de meeste ervaren debaters van smullen. Maar juist die extra uitdaging is vaak behoorlijk contraproductief als het op het aantrekken van beginners aankomt.

Wanneer debatverenigingen hun nieuwelingen in september welkom heten ligt de nadruk vanaf het begin op de ingewikkelde wedstrijdvorm. In plaats van een middel wordt Brits Parlementair een doel. Debatverenigingen hebben veel potentie vanwege de aard van hun activiteiten: het bijbrengen van retorische en analytische vaardigheden. Dat BP daaraan bijdraagt is moeilijk te ontkennen. Het is echter nogal een omschakeling van de praktijk of debat op tv naar Brits-Parlementair. Dat verschil zelf is niet slecht. Als universitair debater is het je plicht om de retoriek van opiniemakers en politici te overstijgen. Maar de plotse omschakeling jaagt veel debatfans weg en maakt het spel teveel een bezigheid voor een incrowd.

BP versus Beginners

Een mooi voorbeeld is de beginnersworkshop-cyclus van de Erasmus Debating Society, die afgelopen september begon. Ruim 100 studenten woonden de workshops bij die vooral in het teken stonden van public speaking. Na afloop was men razend enthousiast en tientallen studenten schreven zich spontaan in bij de EDS. Des te harder was de klap toen direct na de cyclus overgegaan werd op de orde van de dag: BP-debat. In plaats van de beginners op te warmen met tussenvormen, die weliswaar meer formele argumentatie van hen eisen dan ze gewend zijn, maar veel simpeler zijn dan BP, ging het bij EDS van de ene op de andere dag van public speaking over naar een uiterst complexe debatvorm.

De complexiteit van de regels is dan ook het eerste probleem van BP vs. Beginners. Een beginnend debater weet nog niet goed hoe hij een argument op moet zetten voordat hem gevraagd wordt om een extension speech te geven. De overgrote meerderheid heeft geen flauw benul van wat van hen wordt verwacht. Zij willen leren spreken en argumenteren en dat is al lastig genoeg, ook zonder alle moeilijke nieuwe regels. Vergelijk het met nieuwkomers bij een atletiekvereniging. Je zult toch echt eerst moeten leren lopen voordat je later ooit een meerkamp kunt winnen.

Ingewikkelde jureringen

Het tweede probleem bestaat uit de onbegrijpelijkheid van jury-uitslagen. Hoewel er bij veel verenigingen, zoals bij EDS, genoeg goede juryleden zijn die hun uitslagen relatief helder toelichten, is het voor veel beginners toch moeilijk te bevatten waarom één team wint en het andere team verliest terwijl dat volledig indruist tegen hun verwachtingen. Beginners moet überhaupt al worden uitgelegd waarom geboren public speakers het vaak afleggen tegen minder eloquente sprekers en dat is aleen behoorlijke taak. Waarom zou je dat willen compliceren met de BP-regels, waarin het ook nog eens een kwestie van de eerst helft tegen de tweede helft is, terwijl bijvoorbeeld AP al die bezwaren wegneemt?

De laatste reden waarom de BP-vorm niet geschikt is voor beginners is de lange duur. Eén heel uur, zolang duurt een BP-debat. Dat betekent dat debaters maximaal 2 keer op een avond kunnen debatteren. Gezien de vaak ongelukkig gekozen stellingen die beginners wordt voorgeschoteld (“DK straft de gemeenschappen van eerwraak”) komen ze meestal ook in hun eigen ogen niet lekker uit de verf. Twee stellingen op één avond betekent nou eenmaal geen heterogeniteit van onderwerpen. En dat stelt mensen teleur.

Pleidooi voor slow love

Dus, hoe moet het dan wel? Begin in de Lagerhuis-vorm en schakel na korte tijd over op Amerikaans-Parlementair. Leg eerst de essentie van formeel debat (analyse) uit en begin pas veel later aan Brits-Parlementair. Zo maak je mensen eerst enthousiast over debat en dan komt enthousiasme voor BP later wel, wanneer de nieuwigheid van AP voorbij is en de debaters op zoek zijn naar een nieuwe uitdaging. Misschien zal een groter deel van de 100 mensen die volgend jaar bij EDS op de stoep staan er dan voor kiezen om vaker langs te komen…

doorBionda Merckens

Durf eens buiten de Kamer te kijken

Debatstellingen die niet beginnen met “Deze Kamer” zijn heel goed mogelijk.

Één van de leukste dingen aan studeren op een internationale opleiding, en wonen op een internationaal campus, is de contacten die je maakt met veel andere culturen en daarbij behorende gewoontes. Debatgewoontes zijn daar geen uitzondering op. Bij ons op het Leiden University College zijn er bijvoorbeeld veel mensen die de middelbare school in Australië hebben afgerond. Daar kennen zij een andere debatvorm, Australs geheten. Dit lijkt een beetje op het Amerikaans Parlementair met een extra spreker na de twee opbouwende beurten, wiens taak het is om heel diep uit te weiden over de kernpunten binnen het gevoerde debat. Ook apart aan deze vorm is dat de stellingen daar niet beginnen met “Deze Kamer” of “This House”, maar kortweg met “That”. Toen ik met een vriendin sprak over het eerste debat dat zij ooit voerde, vertelde ze me dat deze ging over de stelling “That chivalry is dead”. Een interessant debat, dat andere thema’s aansnijdt dan waar wij het gewoonlijk over hebben. En een debat dat heel anders gevoerd zou zijn als de stelling “This House would declare chivalry to be dead” zou zijn.

De beperkingen van Deze Kamer

Als debaters proberen wij goed onderlegd te zijn over zo veel mogelijk verschillende onderwerpen, omdat heel veel zaken voorbij kunnen komen op een toernooi. Op mijn eerste toernooi (het Amsterdam Open 2009) waren er stellingen over het toestaan van experimentele behandelingen, immigranten toegang verlenen tot sociale voorzieningen, de casus Al Bashir tegen het Internationaal Strafhof, of het wenselijk was om families junks in afkickklinieken te laten zetten en de morele rechtvaardiging van oorlogvoeren voor energiezekerheid. Al deze uiteenlopende thema’s hebben echter één gemene deler: ze veronderstellen een actie van de overheid. Hierdoor blijft de rechtvaardiging van overheidsingrijpen een terugkerend thema in elk debat. En hoewel overheden heel vaak een belangrijke rol hebben, zien we dat ook heel veel andere actoren unieke visies of interessante belangen hebben bij een bepaald onderwerp. Deze blijven echter vaak onderbelicht, omdat het punt van overheidsbemoeienis zo’n belangrijk punt is in dit soort debatten. Bovendien veronderstellen stellingen met “Deze Kamer” vaak een wijziging van de status quo, terwijl sommige morele debatten helemaal niet zo’n positieve actie hoeven te erkennen om de moeite waard te zijn.

Op het afgelopen BP-toernooi in Rotterdam ging het daarom ook in veel kamers mis. De stelling “DK vindt kunstmatige conceptie immoreel, zolang er nog kinderen op adoptie wachten” werd – ondanks hints van het juryteam – door veel propositieteams als een overheidsactie geïnterpreteerd: daarom hadden zij het vaak over het verbieden van IVF-behandelingen zolang er nog adoptiekinderen waren. Hierdoor konden veel oppositieteams met succes aantonen dat dit een zeer basale aantasting is van het recht op vrije keuze voor de ouders. Wanneer de stelling gevoerd zou worden in de een vorm als “Dat ouders niet voor kunstmatige conceptie zouden moeten kiezen, zolang er nog adoptiekinderen zijn” gaat het veel meer over de keuzes die ouders maken wanneer zij een kind willen opvoeden. Een heel ander, en verfrissend debat!

Een andere vorm is gekozen als finale van het Bristol Intervarsity: “This House, which is you, as a catholic, would, confronted with evidence that the Vatican was involved with and tried to cover up evidence of child abuse, renounce your faith”. Door als juryteam “de Kamer” voor de debaters te definiëren voorkom je opnieuw een hele hoop argumenten over overheidsinmenging, en kun je het hebben over andere interessante onderwerpen: in dit geval, wat geloof voor een persoon kan betekenen.

Vergeet als laatste niet dat “Deze Kamer” weglaten niet betekent dat debatteren a-politiek word. Immers, een stelling als “Dat dierentuinen verboden moeten worden” veronderstelt nog steeds een actie van een overheid.

Conclusie

Hoewel het thema ‘rol van de overheid’ een heel interessant en belangrijk thema is bij veel politieke onderwerpen, kan ze soms bepaalde argumentenlijnen overheersen, waardoor het lastig is om het als team over andere zaken te hebben in een debat. Daarom zouden juryteams bij het vormen van hun stellingen rekening kunnen houden met welk debat ze zouden willen voeren. Een optie voor juryteams die nieuwe invalshoeken willen onderzoeken met hun stellingen zou kunnen zijn om “Deze Kamer” strikt te definiëren, of zelfs helemaal weg te laten. In Australië kunnen ze er al jaren inventieve debatten mee voeren en wereldkampioenen mee opleiden. Nu Europa nog!

doorBionda Merckens

Nieuw informatiekanaal: SevenTwenty

Vanaf vandaag, 1 februari, heeft de Debatbond een geheel vernieuwde website inclusief een nieuw informatiekanaal: SevenTwenty. Het is een van de nieuwe onderdelen die we hebben toegevoegd om de site extra functioneel te maken. We hebben een voltallige redactie om aan de slag te gaan met het publiceren van nieuws, achtergronden, verslagen en opinie over het wedstrijddebat. Maar ook bijdragen van gastauteurs worden op dit nieuwe platform SevenTwenty zeer gewaardeerd. Ons doel: een nieuw thuis bieden voor iedereen die in Nederland debatteert, wil debatteren of interesse heeft in debat.

Toegankelijke informatie

Met SevenTwenty en onze andere features (een bibliotheek en real-time debatranglijst) hopen we in een groeiende behoefte aan toegankelijke informatie en opinie te voorzien, relevant voor alle wedstrijddebaters:  beginnende debaters en ervaren kampioenen van alle verenigingen. Veel debaters hebben een enorme behoefte aan antwoorden op vragen als: naar welke toernooien te gaan, welke workshops te volgen en welke literatuur te lezen om optimaal voorbereid naar een Europees Kampioenschap of Wereldkampioenschap te gaan? Actief in het bestuur van een vereniging of in de organisatiecommissie van een toernooi? Ook dan moeten belangrijke knopen worden doorgehakt. Welke debatvorm past het beste bij de doelgroep van je toernooi? Kiest een organisatie vooral voor spanning en competitie op een toernooi of is inhoudelijke feedback na de rondes ook belangrijk? Welke keuzes moeten er gemaakt worden in de tabroom van een groot toernooi?

Een centrale plaats

De afgelopen jaren is het wedstrijddebat in Nederland enorm gegroeid in populariteit. Toen ik begon met debatteren in 2003 waren er drie grote verenigingen (EDS, UDS en Bonaparte) die de dienst uitmaakten in Nederland en een paar kleinere verenigingen zoals Cicero en het Hoogste Woord. Inmiddels zijn er veel verenigingen bijgekomen. Verenigingen die in 2003 nog niet bestonden (GDS Kalliope, NSDV Trivium, UCU) of in de kinderschoenen stonden (Leiden Debating Union) hebben inmiddels al een grote (inter)nationale successen geboekt. Er bestaan geen kleintjes meer: op internationale toernooien wordt tegenwoordig met teams van alle Nederlandse verenigingen rekening gehouden.

Dit succes van de laatste jaren is natuurlijk alleen maar mogelijk geweest dankzij het delen van kennis met beginnende debaters en nieuwe verenigingen.  Maar bij een groeiende en bloeiende debatgemeenschap past ook professionalisering van nieuws, achtergronden, verslagen en opinies over al die aspecten van het wedstrijddebat: de debatten zelf, de wijze van jurering, de dilemma’s waar organisaties  voor staan enzovoort. Op een centrale plaats, gemakkelijk toegankelijk voor iedereen. Meer uitwisseling van informatie en kritische opinie houdt verenigingen en organisaties scherp en draagt bij aan een hoger niveau van wedstrijddebatteren in Nederland.

Nieuwe features

Natuurlijk hebben verenigingen ook hun eigen informatiekanalen zoals nieuwsbrieven en internetfora.  Met name het forum van ASDV Bonaparte geldt als een belangrijke nieuwsbron voor de meest actieve debaters en verenigingsbesturen. Je zou het een vorm van parasiteren op de serverruimte van Bonaparte kunnen noemen. Maar met onze nieuwe features – SevenTwenty, de bibliotheek en de real life debatranglijst – hopen we vooral een nog breder publiek beter te bedienen.  We hopen dat mensen zich hier snel thuis zullen voelen.

doorBionda Merckens

Waarom een jury zonder deskundigen fundamenteel oneerlijk is

Het debattoernooi dat jaarlijks wordt georganiseerd in Veenendaal heeft in tegenstelling tot veel andere debattoernooien geen deskundige jury. Het zijn leken die geen kennis hebben over argumentatietechnieken of –wat dat betreft – de toepassing van de regels van het wedstrijddebat.

Het bovenstaande maakt het debattoernooi van Veenendaal enerzijds tot een leuk toernooi, want nergens anders speelt presentatie zo’n grote rol. Maar aan de andere kant, maakt het een dergelijk toernooi ook rijp voor kritiek van debaters die zich onterecht beoordeeld voelen.

Meer lezen

doorBionda Merckens

Wedstrijddebat: voor wie eigenlijk?

Het vooroordeel leeft nog steeds: studenten die debatteren willen de politiek in of ambieren de advocatuur als beroep. Maar niks is minder waar. Steeds vaker zie je dat (voormalig) wedstrijddebaters het bedrijfsleven in gaan en de topmanagers van morgen willen worden. Waarom is het wedstrijddebat een cruciale voorbereiding op een carrière in het bedrijfsleven?

Debatteren traint cruciale managementvaardigheden. Een debater moet razendsnel een probleem kunnen analyseren, daarvoor mogelijke oplossingen bedenken en de inherente voor- en nadelen van die oplossing kunnen inzien. Zeker bij grote bedrijven moeten veel belangrijke beslissingen gemaakt worden op een dag en heb je een voordeel als een goed afgewogen beslissingen snel kan maken.

Meer lezen