Opiniestukken

doorBionda Merckens

Debaters na de break laten jureren?

In de internationale debatwereld wordt er nu een discussie gevoerd die bij tijd en wijlen ook wel eens in Nederland opkwam: is het een goed idee om niet-gebroken debaters op een toernooi wel te laten breaken als jurylid?

Het speelt vooral op toernooien met een minder diepe poule van topjuryleden. Ervaren debaters halen dan de break niet omdat ze bijvoorbeeld met een onervaren debater gingen. Ze kunnen dan nog wel van grote waarde zijn voor de jurering van de rondes na de break. In het verleden is dit op Nederlandse toernooien ook wel eens gedaan. Maar moeten we dit willen?

Meer lezen

doorBionda Merckens

Brits Parlementair: echt het ideale format voor beginners?

In de afgelopen jaren is het aantal Nederlandse studenten dat debatteert flink toegenomen. Deze ontwikkeling vond plaats in dezelfde tijd als de verschuiving van simpelere debatvormen naar de Brits-Parlementaire-vorm als huisstijl van de meeste debatverenigingen. Maar is BP wel het juiste format om beginnende debaters te enthousiasmeren? Of schrikt de stijl beginners af vanwege de complexe regels, de daaruit volgende onbegrijpelijke jurering en de lange duur?

De voordelen van het Brits-Parlementaire format zijn helder: met twee propositie- en twee oppositieteams is BP het format waarin de meest heterogene argumentatie kan worden gebracht. Daarnaast biedt de extra dimensie van “extensies” een intellectuele uitdaging waar de meeste ervaren debaters van smullen. Maar juist die extra uitdaging is vaak behoorlijk contraproductief als het op het aantrekken van beginners aankomt.

Wanneer debatverenigingen hun nieuwelingen in september welkom heten ligt de nadruk vanaf het begin op de ingewikkelde wedstrijdvorm. In plaats van een middel wordt Brits Parlementair een doel. Debatverenigingen hebben veel potentie vanwege de aard van hun activiteiten: het bijbrengen van retorische en analytische vaardigheden. Dat BP daaraan bijdraagt is moeilijk te ontkennen. Het is echter nogal een omschakeling van de praktijk of debat op tv naar Brits-Parlementair. Dat verschil zelf is niet slecht. Als universitair debater is het je plicht om de retoriek van opiniemakers en politici te overstijgen. Maar de plotse omschakeling jaagt veel debatfans weg en maakt het spel teveel een bezigheid voor een incrowd.

BP versus Beginners

Een mooi voorbeeld is de beginnersworkshop-cyclus van de Erasmus Debating Society, die afgelopen september begon. Ruim 100 studenten woonden de workshops bij die vooral in het teken stonden van public speaking. Na afloop was men razend enthousiast en tientallen studenten schreven zich spontaan in bij de EDS. Des te harder was de klap toen direct na de cyclus overgegaan werd op de orde van de dag: BP-debat. In plaats van de beginners op te warmen met tussenvormen, die weliswaar meer formele argumentatie van hen eisen dan ze gewend zijn, maar veel simpeler zijn dan BP, ging het bij EDS van de ene op de andere dag van public speaking over naar een uiterst complexe debatvorm.

De complexiteit van de regels is dan ook het eerste probleem van BP vs. Beginners. Een beginnend debater weet nog niet goed hoe hij een argument op moet zetten voordat hem gevraagd wordt om een extension speech te geven. De overgrote meerderheid heeft geen flauw benul van wat van hen wordt verwacht. Zij willen leren spreken en argumenteren en dat is al lastig genoeg, ook zonder alle moeilijke nieuwe regels. Vergelijk het met nieuwkomers bij een atletiekvereniging. Je zult toch echt eerst moeten leren lopen voordat je later ooit een meerkamp kunt winnen.

Ingewikkelde jureringen

Het tweede probleem bestaat uit de onbegrijpelijkheid van jury-uitslagen. Hoewel er bij veel verenigingen, zoals bij EDS, genoeg goede juryleden zijn die hun uitslagen relatief helder toelichten, is het voor veel beginners toch moeilijk te bevatten waarom één team wint en het andere team verliest terwijl dat volledig indruist tegen hun verwachtingen. Beginners moet überhaupt al worden uitgelegd waarom geboren public speakers het vaak afleggen tegen minder eloquente sprekers en dat is aleen behoorlijke taak. Waarom zou je dat willen compliceren met de BP-regels, waarin het ook nog eens een kwestie van de eerst helft tegen de tweede helft is, terwijl bijvoorbeeld AP al die bezwaren wegneemt?

De laatste reden waarom de BP-vorm niet geschikt is voor beginners is de lange duur. Eén heel uur, zolang duurt een BP-debat. Dat betekent dat debaters maximaal 2 keer op een avond kunnen debatteren. Gezien de vaak ongelukkig gekozen stellingen die beginners wordt voorgeschoteld (“DK straft de gemeenschappen van eerwraak”) komen ze meestal ook in hun eigen ogen niet lekker uit de verf. Twee stellingen op één avond betekent nou eenmaal geen heterogeniteit van onderwerpen. En dat stelt mensen teleur.

Pleidooi voor slow love

Dus, hoe moet het dan wel? Begin in de Lagerhuis-vorm en schakel na korte tijd over op Amerikaans-Parlementair. Leg eerst de essentie van formeel debat (analyse) uit en begin pas veel later aan Brits-Parlementair. Zo maak je mensen eerst enthousiast over debat en dan komt enthousiasme voor BP later wel, wanneer de nieuwigheid van AP voorbij is en de debaters op zoek zijn naar een nieuwe uitdaging. Misschien zal een groter deel van de 100 mensen die volgend jaar bij EDS op de stoep staan er dan voor kiezen om vaker langs te komen…

doorBionda Merckens

Durf eens buiten de Kamer te kijken

Debatstellingen die niet beginnen met “Deze Kamer” zijn heel goed mogelijk.

Één van de leukste dingen aan studeren op een internationale opleiding, en wonen op een internationaal campus, is de contacten die je maakt met veel andere culturen en daarbij behorende gewoontes. Debatgewoontes zijn daar geen uitzondering op. Bij ons op het Leiden University College zijn er bijvoorbeeld veel mensen die de middelbare school in Australië hebben afgerond. Daar kennen zij een andere debatvorm, Australs geheten. Dit lijkt een beetje op het Amerikaans Parlementair met een extra spreker na de twee opbouwende beurten, wiens taak het is om heel diep uit te weiden over de kernpunten binnen het gevoerde debat. Ook apart aan deze vorm is dat de stellingen daar niet beginnen met “Deze Kamer” of “This House”, maar kortweg met “That”. Toen ik met een vriendin sprak over het eerste debat dat zij ooit voerde, vertelde ze me dat deze ging over de stelling “That chivalry is dead”. Een interessant debat, dat andere thema’s aansnijdt dan waar wij het gewoonlijk over hebben. En een debat dat heel anders gevoerd zou zijn als de stelling “This House would declare chivalry to be dead” zou zijn.

De beperkingen van Deze Kamer

Als debaters proberen wij goed onderlegd te zijn over zo veel mogelijk verschillende onderwerpen, omdat heel veel zaken voorbij kunnen komen op een toernooi. Op mijn eerste toernooi (het Amsterdam Open 2009) waren er stellingen over het toestaan van experimentele behandelingen, immigranten toegang verlenen tot sociale voorzieningen, de casus Al Bashir tegen het Internationaal Strafhof, of het wenselijk was om families junks in afkickklinieken te laten zetten en de morele rechtvaardiging van oorlogvoeren voor energiezekerheid. Al deze uiteenlopende thema’s hebben echter één gemene deler: ze veronderstellen een actie van de overheid. Hierdoor blijft de rechtvaardiging van overheidsingrijpen een terugkerend thema in elk debat. En hoewel overheden heel vaak een belangrijke rol hebben, zien we dat ook heel veel andere actoren unieke visies of interessante belangen hebben bij een bepaald onderwerp. Deze blijven echter vaak onderbelicht, omdat het punt van overheidsbemoeienis zo’n belangrijk punt is in dit soort debatten. Bovendien veronderstellen stellingen met “Deze Kamer” vaak een wijziging van de status quo, terwijl sommige morele debatten helemaal niet zo’n positieve actie hoeven te erkennen om de moeite waard te zijn.

Op het afgelopen BP-toernooi in Rotterdam ging het daarom ook in veel kamers mis. De stelling “DK vindt kunstmatige conceptie immoreel, zolang er nog kinderen op adoptie wachten” werd – ondanks hints van het juryteam – door veel propositieteams als een overheidsactie geïnterpreteerd: daarom hadden zij het vaak over het verbieden van IVF-behandelingen zolang er nog adoptiekinderen waren. Hierdoor konden veel oppositieteams met succes aantonen dat dit een zeer basale aantasting is van het recht op vrije keuze voor de ouders. Wanneer de stelling gevoerd zou worden in de een vorm als “Dat ouders niet voor kunstmatige conceptie zouden moeten kiezen, zolang er nog adoptiekinderen zijn” gaat het veel meer over de keuzes die ouders maken wanneer zij een kind willen opvoeden. Een heel ander, en verfrissend debat!

Een andere vorm is gekozen als finale van het Bristol Intervarsity: “This House, which is you, as a catholic, would, confronted with evidence that the Vatican was involved with and tried to cover up evidence of child abuse, renounce your faith”. Door als juryteam “de Kamer” voor de debaters te definiëren voorkom je opnieuw een hele hoop argumenten over overheidsinmenging, en kun je het hebben over andere interessante onderwerpen: in dit geval, wat geloof voor een persoon kan betekenen.

Vergeet als laatste niet dat “Deze Kamer” weglaten niet betekent dat debatteren a-politiek word. Immers, een stelling als “Dat dierentuinen verboden moeten worden” veronderstelt nog steeds een actie van een overheid.

Conclusie

Hoewel het thema ‘rol van de overheid’ een heel interessant en belangrijk thema is bij veel politieke onderwerpen, kan ze soms bepaalde argumentenlijnen overheersen, waardoor het lastig is om het als team over andere zaken te hebben in een debat. Daarom zouden juryteams bij het vormen van hun stellingen rekening kunnen houden met welk debat ze zouden willen voeren. Een optie voor juryteams die nieuwe invalshoeken willen onderzoeken met hun stellingen zou kunnen zijn om “Deze Kamer” strikt te definiëren, of zelfs helemaal weg te laten. In Australië kunnen ze er al jaren inventieve debatten mee voeren en wereldkampioenen mee opleiden. Nu Europa nog!

doorBionda Merckens

Nieuw informatiekanaal: SevenTwenty

Vanaf vandaag, 1 februari, heeft de Debatbond een geheel vernieuwde website inclusief een nieuw informatiekanaal: SevenTwenty. Het is een van de nieuwe onderdelen die we hebben toegevoegd om de site extra functioneel te maken. We hebben een voltallige redactie om aan de slag te gaan met het publiceren van nieuws, achtergronden, verslagen en opinie over het wedstrijddebat. Maar ook bijdragen van gastauteurs worden op dit nieuwe platform SevenTwenty zeer gewaardeerd. Ons doel: een nieuw thuis bieden voor iedereen die in Nederland debatteert, wil debatteren of interesse heeft in debat.

Toegankelijke informatie

Met SevenTwenty en onze andere features (een bibliotheek en real-time debatranglijst) hopen we in een groeiende behoefte aan toegankelijke informatie en opinie te voorzien, relevant voor alle wedstrijddebaters:  beginnende debaters en ervaren kampioenen van alle verenigingen. Veel debaters hebben een enorme behoefte aan antwoorden op vragen als: naar welke toernooien te gaan, welke workshops te volgen en welke literatuur te lezen om optimaal voorbereid naar een Europees Kampioenschap of Wereldkampioenschap te gaan? Actief in het bestuur van een vereniging of in de organisatiecommissie van een toernooi? Ook dan moeten belangrijke knopen worden doorgehakt. Welke debatvorm past het beste bij de doelgroep van je toernooi? Kiest een organisatie vooral voor spanning en competitie op een toernooi of is inhoudelijke feedback na de rondes ook belangrijk? Welke keuzes moeten er gemaakt worden in de tabroom van een groot toernooi?

Een centrale plaats

De afgelopen jaren is het wedstrijddebat in Nederland enorm gegroeid in populariteit. Toen ik begon met debatteren in 2003 waren er drie grote verenigingen (EDS, UDS en Bonaparte) die de dienst uitmaakten in Nederland en een paar kleinere verenigingen zoals Cicero en het Hoogste Woord. Inmiddels zijn er veel verenigingen bijgekomen. Verenigingen die in 2003 nog niet bestonden (GDS Kalliope, NSDV Trivium, UCU) of in de kinderschoenen stonden (Leiden Debating Union) hebben inmiddels al een grote (inter)nationale successen geboekt. Er bestaan geen kleintjes meer: op internationale toernooien wordt tegenwoordig met teams van alle Nederlandse verenigingen rekening gehouden.

Dit succes van de laatste jaren is natuurlijk alleen maar mogelijk geweest dankzij het delen van kennis met beginnende debaters en nieuwe verenigingen.  Maar bij een groeiende en bloeiende debatgemeenschap past ook professionalisering van nieuws, achtergronden, verslagen en opinies over al die aspecten van het wedstrijddebat: de debatten zelf, de wijze van jurering, de dilemma’s waar organisaties  voor staan enzovoort. Op een centrale plaats, gemakkelijk toegankelijk voor iedereen. Meer uitwisseling van informatie en kritische opinie houdt verenigingen en organisaties scherp en draagt bij aan een hoger niveau van wedstrijddebatteren in Nederland.

Nieuwe features

Natuurlijk hebben verenigingen ook hun eigen informatiekanalen zoals nieuwsbrieven en internetfora.  Met name het forum van ASDV Bonaparte geldt als een belangrijke nieuwsbron voor de meest actieve debaters en verenigingsbesturen. Je zou het een vorm van parasiteren op de serverruimte van Bonaparte kunnen noemen. Maar met onze nieuwe features – SevenTwenty, de bibliotheek en de real life debatranglijst – hopen we vooral een nog breder publiek beter te bedienen.  We hopen dat mensen zich hier snel thuis zullen voelen.

doorBionda Merckens

Waarom een jury zonder deskundigen fundamenteel oneerlijk is

Het debattoernooi dat jaarlijks wordt georganiseerd in Veenendaal heeft in tegenstelling tot veel andere debattoernooien geen deskundige jury. Het zijn leken die geen kennis hebben over argumentatietechnieken of –wat dat betreft – de toepassing van de regels van het wedstrijddebat.

Het bovenstaande maakt het debattoernooi van Veenendaal enerzijds tot een leuk toernooi, want nergens anders speelt presentatie zo’n grote rol. Maar aan de andere kant, maakt het een dergelijk toernooi ook rijp voor kritiek van debaters die zich onterecht beoordeeld voelen.

Meer lezen

doorBionda Merckens

Wedstrijddebat: voor wie eigenlijk?

Het vooroordeel leeft nog steeds: studenten die debatteren willen de politiek in of ambieren de advocatuur als beroep. Maar niks is minder waar. Steeds vaker zie je dat (voormalig) wedstrijddebaters het bedrijfsleven in gaan en de topmanagers van morgen willen worden. Waarom is het wedstrijddebat een cruciale voorbereiding op een carrière in het bedrijfsleven?

Debatteren traint cruciale managementvaardigheden. Een debater moet razendsnel een probleem kunnen analyseren, daarvoor mogelijke oplossingen bedenken en de inherente voor- en nadelen van die oplossing kunnen inzien. Zeker bij grote bedrijven moeten veel belangrijke beslissingen gemaakt worden op een dag en heb je een voordeel als een goed afgewogen beslissingen snel kan maken.

Meer lezen