Debatteren

Het wedstrijddebat is debatteren in competitief verband. Het gaat om het zo overtuigend mogelijk verdedigen of aanvallen van een stelling. Een jury bepaalt na afloop wie gewonnen heeft op basis van de overtuigingskracht van de debaters. Daarbij gaat het dus niet om de eigen mening van de jury; die telt niet mee. Het gaat wel om argumentatie, presentatie en strategie.

Het wedstrijddebat is een goede manier om te werken aan cruciale vaardigheden zoals het krachtig overbrengen van een boodschap en het snel analyseren van het verhaal van een ander. Tevens dwingt het de beoefenaar om kritisch te kijken naar maatschappelijke vraagstukken.

Anders dan een verkiezingsdebat

De meeste mensen kennen het debat vanuit de politiek of VARA’s Het Lagerhuis. Er zijn echter hele belangrijke verschillen tussen dergelijke debatten en het wedstrijddebat:

  • Deelnemers mogen zelden hun positie vóór of tegen de stelling kiezen. Deelnemers worden willekeurig ingedeeld door de organisatie. Zo mogelijk moeten ze dus een mening verkondigen die niet overeenkomt met hun eigen mening.
  • Deelnemers krijgen beperkte voorbereidingstijd. Op de meeste toernooien wordt per debat een voorbereidingstijd gehanteerd van 15 minuten en vaak mogen ze daarbij geen gebruik maken van het internet. Dat zorgt ervoor dat de competitie niet draait om wie het beste informatie over een onderwerp kan opzoeken, of wie het meest gepassioneerd over een bepaald onderwerp is, maar om wie het beste een overtuigend verhaal kan brengen op basis van eigen inzicht en kennis.
  • De jurering vindt over het algemeen plaats op basis van ‘speltechnische’ criteria. Meestal bestaat de jury uit mensen die vroeger debatteerden of dit nog steeds doen. Zij kennen de regels van het spel dus goed.

Waar wordt het beoefend?

Het wedstrijddebat wordt hoofdzakelijk beoefend op scholen, hogescholen en universiteiten. Tevens zijn er in heel Nederland debatverenigingen waarbij jij je kan aansluiten om het wedstrijddebat beter in de vingers te krijgen.