Categorie Archief Opiniestukken

doorRoel Becker

Argumenten: Mensen moeten bij hun pensionering het volledige pensioen ontvangen

De volgende stelling was het onderwerp van debat in de tweede ronde van de Nijmegen Open 2020.

Infoslide: Een eenmalige pensioenbetaling is wanneer werknemers hun volledige pensioen ontvangen bij het begin van hun pensionering. Een gespreide pensioenbetaling is wanneer ze hun pensioen maandelijks krijgen uitbetaald.

Stelling: DK staat het werknemers toe om een ​​keuze te maken tussen een eenmalige pensioenbetaling en een gespreide pensioenbetaling.

Ronde 2 – Nijmegen Open 2020

Deze stellinganalyse is mede gebaseerd op de discussies en testen die zijn uitgevoerd binnen het CA-team van de Nijmegen Open: Fabian Beitsma, Gigi Gil, Hadar Goldberg, Lucy McManus, Parth Pandya, Marta Vasić & Roel Becker. Ik bedank alle co-CA’s voor hun harde werk. Uiteraard ben ik alleen verantwoordelijk voor eventuele fouten.

Meer lezen
doorRyoji Yoshisada

Argumenten: Zouden we inkomensverdelingsovereenkomsten toe moeten staan?

Let op: dit is een vertaling van het originele artikel in het Engels. Door de vertaling kan de toon veranderd zijn.

Op de Amsterdam Open 2020 werd de volgende stelling besproken:

Informatiedia: In het kader van dit debat is een inkomensverdelingsovereenkomst (in het Engels: Income Sharing Agreement, ISA) een contract waarbij een persoon geld van investeerders ontvangt. In ruil daarvoor nemen de investeerders beslissingen over hun carrièrekeuzes en behouden een deel van hun inkomen.

Stelling: Deze Kamer staat mensen toe om inkomensverdelingsovereenkomsten (ISA’s) te ondertekenen.

Amsterdam Open 2020 – Ronde 3

Als we deze stelling zien, zijn er twee conclusies waar we aan moeten denken.

  1. Is het toestaan ​​van een ISA gunstig of schadelijk?
  2. Is het toestaan ​​van een ISA legitiem of niet?

Deze stelling is een heel goed voorbeeld om in beide vragen te duiken.

1. Is het toestaan ​​van ISA gunstig of schadelijk?

Dit is een zogenaamde praktische clash; in de argumentatietheorie is het een waardeoordeel gebaseerd op consequentialisme. In dit raamwerk moet de propositie laten zien wat de gunstige gevolgen zijn (impact) en waarom ze waar zijn (mechanisme). Realistisch gezien hebben rijke mensen de investering in de eerste plaats niet nodig en degenen die voor de ISA zouden kiezen, zijn waarschijnlijk niet-rijke (relatief arme) individuen. Op basis van die karakterisering wil de propositie laten zien hoe het voor hen gunstig is om ISA’s te hebben. Bijvoorbeeld omdat arme mensen een investering kunnen krijgen via een ISA-aanbod, waardoor ze hun carrière kunnen ontwikkelen (zoals studeren in het hoger onderwijs of een startup beginnen). De hoogte van de investering en de mogelijkheid om een ​​manier te vinden om te bereiken wat ze willen, is waardevoller dan het niet hebben van een ISA-optie. Zonder ISA’s zijn er nog steeds openbare leningen maar het is onwaarschijnlijk dat de armen het geld kunnen lenen omdat ze moeten aantonen dat ze financieel in staat zijn om ze terug te betalen op basis van de huidige financiële status. Daarom is dit voordeel voor de armen uniek beschikbaar.

De oppositie wil aan de andere kant beweren dat ISA’s de schade eerder vergroten en waarom dit waarschijnlijker zijn. Voor degenen die geld nodig hebben, zal het bijvoorbeeld zeer waarschijnlijk het risico zijn van het accepteren/negeren van de voorwaarden die aan de ISA zijn verbonden. Bijvoorbeeld, zelfs als ze kunnen studeren aan een universiteit door de ISA’s, kunnen zij zelf niet meer hun loopbaan besluiten en kunnen ze een grotere schuld hebben dan gewone leningen voor studenten, die hun verdere loopbaan kan vernietigen na het afstuderen. Waarom het contract oneerlijker is, kan ook verklaard worden door het analyseren van de prikkel van de beleggers en de omgeving waarin de overeenkomst is besloten. De meest waarschijnlijke stimulans van de beleggers is om het voordeel te maximaliseren voor het verkrijgen van arbeidskrachten en/of geld, want als er geen voordeel zou zijn, zou niemand hun geld willen riskeren. Dat wil zeggen, ze zouden proberen om

  1. Reclame voor de overeenkomst om het aantrekkelijk maken/minder oneerlijk te laten klinken,
  2. De slechte aspecten aan de onderhandelingstafel te verbergen,
  3. Druk op de armen opvoeren om het aanbod te nemen door te zeggen “als je niet deze kans grijpt, hebben we heel veel andere arme mensen die de voorwaarden wel accepteren.”

Zo kan de oppositie ook proberen te beargumenteren dat de ISA’s de armen waarschijnlijk naar een slechtere toekomst zullen leiden.

De praktische clash op basis van utilisme zal waarschijnlijk worden beoordeeld op basis waar er meer mechanismen zijn om de clash op de waarheid te winnen en die een grotere, realistischere of meer exclusieve impact heeft.

2. Is het toestaan ​​van ISA legitiem of niet?

Parallel aan de praktische dichotomie is er een clash vanuit het principiële perspectief. De principes die hierbij betrokken zijn, zijn deugdethiek en deontologie, waarbij we specifiek kijken naar respectievelijk a) de persoon die de handeling uitvoert en b) de handeling zelf. Het is belangrijk om te onthouden dat deze twee morele oordelen (geclassificeerd als het belangrijkste waardeoordeel in een parlementair debat) onafhankelijk zijn van hoe goed of slecht de gevolgen zijn.

Het principiële argument van de oppositie is om aan te tonen dat de onvermijdelijke voorwaarden die voortvloeien uit deze privéovereenkomst onwettig zijn. Het is bijvoorbeeld onwettig voor de staat om een ​​onderhandse overeenkomst toe te staan ​​1) wanneer deze gemakkelijk oneerlijk kan worden en 2) wanneer één van beide partijen niet volledig geïnformeerd is. Deze kunnen worden verklaard door te laten zien hoe waarschijnlijk het is dat de overeenkomst oneerlijk en ongeïnformeerd zal zijn. Bovendien kan de oppositie analogieën geven waarin privéovereenkomsten verboden zijn, zoals private drugshandelingen en prostitutie die waarschijnlijk oneerlijk zijn en waarbij niet iedereen geïnformeerd zal zijn over het risico. Een andere mogelijke voorwaarde is 3) wanneer het de lichamelijke autonomie van andere mensen aanzienlijk beperkt. De structuur van de ISA is zo dat rijke mensen andere mensen kopen om meer rijkdom/arbeid voor de toekomst te creëren. Deze fundamentele structuur is precies hetzelfde als slavernij, waarbij de rijken arbeid krijgen terwijl ze in ruil daarvoor de kosten garanderen van levensonderhoud (wat ironisch genoeg een investering kan zijn). Hoe geïnformeerde slaven ook zijn en hoe eerlijk een individuele slaaf ook gelooft dat het contract is, dit contract zelf is moreel niet toegestaan ​​omdat het de lichamelijke autonomie aanzienlijk ontneemt. Aangezien een onderhandse overeenkomst om slaaf te worden illegitiem is voor een overheid om toe te staan, is de stelling ook illegitiem . Evenzo, om de illegitimiteit aan te tonen, wordt het team verondersteld vast te stellen wanneer een bepaalde handeling fout is.

Vanuit de propositie zijn er twee mogelijke tactieken:

  1. Een defensief principe en framing-out,
  2. Een offensief principe om de illegitimiteit van de status quo aan te tonen.

Voor het eerste kunnen we laten zien hoe legitiem het is voor individuen om een ​​privécontract te sluiten, ongeacht de eerlijkheid. Het betalen van collegegeld voor particuliere universiteiten kan in sommige gevallen onevenredig duur zijn, maar het is een particulier contract dat bestaat als een legitieme keuze in de status quo. Tegelijkertijd kiezen sommige mensen blindelings voor hun academische carrière. Het feit dat mensen onzeker zijn over de toekomst (dat wil zeggen dat mensen niet geïnformeerd zijn over het resultaat van een keuze) betekent namelijk niet dat een privécontract illegitiem is. Evenzo kan het feit dat mensen niet goed geïnformeerd zijn, geen reden zijn om het privécontract te verbieden.

Bovendien kunnen de argumenten van de oppositie worden afgezwakt door de voorwaarden van ISA’s te behandelen in plaats van volledige toegang tot ISA’s te schrappen. Dit is handig omdat het uitgangspunt van de oppositie is dat oneerlijke/ongeïnformeerde ISA’s niet mogen worden toegestaan. Dit wil niet zeggen dat alle ISA’s illegitiem zijn. Door de echte problemen rechtstreeks aan te pakken, passen ISA’s namelijk perfect binnen hun principe. Bijvoorbeeld: a) de overheid beperkt oneerlijke ISA’s door toe te staan ​​dat oneerlijke voorwaarden met terugwerkende kracht worden geschrapt via civiele rechtbanken en b) ISA’s moeten worden opgesteld op een vel papier en alle informatie over de risico’s en opbrengsten worden daar opgeschreven. Hierdoor is er verantwoordelijkheid om zichzelf te informeren wanneer mensen willen dat er in hen wordt geïnvesteerd. Wat ik hier deed, is de argumenten van de oppositie afzwakken door de mogelijkheid te bieden om de factoren waar ze zich zorgen over maken te verwijderen.

De tweede manier, het offensieve principe, is effectief in de top half, omdat het een bewijslast op de oppositie legt om daarmee om te gaan. Dit argument wil zeggen dat het onwettig is voor de staat om de lichamelijke autonomie te beperken tot een willekeurige maatstaf van oneerlijkheid. Verschillende mensen hebben verschillende normen van eerlijkheid en de staat weet niet wat goed/slecht is voor individuen. Dit is de reden waarom de regering keuzevrijheid geeft om kansen te maximaliseren en bestaande opties te benutten. Dit is precies de reden waarom je geld mag lenen op eigen risico, evenals waarom je eigen keuze is om een sugar baby te worden en om rijkdom over de liefde te kiezen, zelfs als deze acties je uiteindelijk zou kunnen schaden. Dat wil zeggen, als zowel investeerders als degenen waarin geïnvesteerd worden, instemmen met het contract, is het volkomen legitiem voor de staat om het contract toe te staan. Wat de oppositie doet, is dat ze een paar carrière- en financiële keuzes geven, en dit is de inbreuk van de overheid op de voorkeuren van mensen.

Coverafbeelding bron: Peterson’s

doorDaan Spackler and Rob Honig

Zo maakt Lagerhuis+ scholierendebat beter

Bron coverafbeelding: DebatUnie

Nederland kent vele debatvormen. In deze nieuwe serie vertellen debaters jou waarom zij een bepaalde debatvorm het beste vinden. Deze keer: Lagerhuis+, speciaal voor het scholierendebat. Wil je meer lezen over hoe Lagerhuis+ werkt? Klik dan hier.

In de discussies over de beste debatvorm wordt nog wel eens de grootste groep debaters vergeten: scholieren. In het vak Nederlands wordt op honderden scholen een “debat” gedaan in de bovenbouw als schoolexamen. Je hebt het waarschijnlijk ook zelf ooit zo meegemaakt. Tot voor kort kozen docenten Nederlands voor de klassieke Amerikaans parlementaire opzet; meestal met 2 tegen 2 sprekers. In de afgelopen jaren wordt steeds vaker overgeschakeld op de debatvorm “Lagerhuis+” (een variant van het “World Schools Format”), ook in debatclubs.

Meer lezen
doorFabian Beitsma

Tiger Parenting: goed of slecht?

Bron coverafbeelding: New York Times

In dit artikel heb ik verschillende ouderschapsstijlen besproken en deze kennis zal ik nu toepassen op een stelling die vaak voorbij komt, namelijk:

Deze Kamer steunt Tiger Parenting.

Dit is een vorm van opvoeden waarbij de ouders hoge eisen stellen aan hun kind, maar ook belonen voor het behalen van een resultaat.

De oplettende lezer zal hebben opgemerkt dat het simpelste argument voor de stelling is dat Tiger Parents in een zekere zin autoritatieve ouders zijn. Ze stellen zowel hoge eisen, maar zijn ook betrokken en belonen voor goed resultaat. Dit zorgt dat het kind voldoende positieve bekrachtiging krijgt maar ook positieve cognitieve schema’s ontwikkeld als “ik kan alles bereiken als ik hard werk”. Ze zien de waarde in van moeite doen voor iets waar je pas op lange termijn een beloning voor krijgt (zoals het studeren voor een diploma), wat belangrijk is voor latere vaardigheden zoals financiële verantwoordelijkheid. 

Een argument tegen de stelling is dat ouders zich onvoldoende bewust zijn, of willen zijn, wanneer hun kind niet aan de hoge standaarden kan voldoen. Veel mildere vormen van ontwikkelingsstoornissen zoals een non-verbale leerstoornis of het Klinefeltersyndroom worden soms pas laat of zelfs nooit opgemerkt. Hierdoor worden kinderen gestraft voor het niet voldoende kunnen plannen of behalen van hoge prestaties. Door herhaaldelijk negatief bekrachtigd te worden zonder te begrijpen waar het probleem vandaan komt, ontwikkelen kinderen negatieve schema’s als “ik faal altijd”. Deze schema’s blijven niet alleen beperkt tot het leren, maar bepalen tevens hoe ze omgaan met sociale relaties en andere situaties.

doorGijs Weenink

Waarom is Beleidsdebatteren de beste debatvorm?

Bron coverafbeelding: NK Beleidsdebatteren

Nederland kent vele debatvormen. In deze nieuwe serie vertellen debaters jou waarom zij een bepaalde debatvorm het beste vinden. Deze keer: beleidsdebatteren. In het artikel legt Gijs Weenink je uit wat beleidsdebatteren precies is.

Mijn naam is Gijs Weenink. Ik ben oprichter van de Tilburgse Debatvereniging Cicero in 1991, de Nederlandse Debat Vereniging in 1993 (de voorloper van de Nederlandse Debatbond), het Nederlands Debat Instituut in 1997 en de DebatAcademie in 1999. In 1995 won ik met Frank van der Salm het 5e Nederlands Kampioenschap Beleidsdebatteren en ben daarna toegetreden tot het Comité van Aanbeveling. In 1993 heb ik het vak Beleidsdebatteren aan de Universiteit van Leiden bij Taalbeheersing gevolgd. Ook bij Bestuurskunde in Enschede en bij vele hogescholen was jarenlang het vak Beleidsdebatteren te volgen. In 1995 (Cork) en 1997 (Athene) heb ik deelgenomen aan het WK Debatteren. Met de DebatAcademie heb ik 2.500 Lagerhuisdebatten mogen leiden met 250.000 deelnemers in 21 landen van Europa. Daarnaast heb ik ongeveer 2500 debat- en speechtrainingen gegeven aan 25.000 deelnemers. Ik heb drie boeken geschreven; één over debatteren in organisaties (Durf te kiezen, april 2018), een boek over crisis en leiderschap (Never waste a good crisis, april 2020) en één boek, samen met Richard Engelfriet, over online vergaderen en presenteren (Ben ik in beeld?, mei 2020).

Meer lezen
doorJonathan Kellogg

Waarom is WSDC de beste debatvorm?

Bron coverafbeelding: DebatUnie

Nederland kent vele debatvormen. In deze nieuwe serie vertellen debaters jou waarom zij een bepaalde debatvorm het beste vinden. Deze keer: WSDC. Wil je meer lezen over hoe WSDC werkt? Klik dan hier.

Ik ben Jonathan Kellogg, een oud DSDC-debater. Inmiddels studeer ik aan LUC (ik ben me bewust van het cliché). Als schoolie heb ik mee gedaan aan talloze WSDC-format toernooien in zowel het Nederlands als Engels. Verder heb ik ook deelgenomen aan tal van BP toernooien. Ik betwijfel of er een objectief “beste” debatvorm bestaat; het is grotendeels een kwestie van persoonlijke preferenties. Maar het WSDC-format is onder studenten wel één van de meest ondergewaardeerde formats en verdient meer aandacht dan het op dit moment krijgt.

Meer lezen
doorGigi Gil

Moeten we Kunstmatige Intelligentie in strafrechtzaken verbieden?

Dit is het laatste deel in de serie “Kunstmatige Intelligentie in Debatteren”. Lees hier deel 1 en deel 2!

In de vorige twee artikelen heb je kunnen lezen wat er wordt bedoeld als er wordt gesproken van kunstmatige intelligentie (AI). Mike heeft het lastige werk gedaan. In dit artikel is aan mij de eer om een voorbeeld te geven van de toepassing van deze kennis bij debatteren, aan de hand van de volgende stelling:

Deze Kamer verbiedt het gebruik van statistische risicobeoordelingen voor het bepalen van de strafmaat in strafrechtzaken

Meer lezen
doorNoah van Dansik

Waarom is Eloquentia de beste debatvorm?

Nederland kent vele debatvormen. In deze nieuwe serie vertellen debaters jou waarom zij een bepaalde debatvorm het beste vinden. Deze keer: Eloquentia. Wil je meer lezen over hoe Eloquentia werkt? Klik dan hier.

Ik ben Noah, twintig jaren jong en de voorzitter van ASDV Bonaparte. Daarnaast ben ik gemeenteraadslid voor GroenLinks en studeer ik rechten aan de Universiteit van Amsterdam.

Bij Bonaparte debatteren we in zowel AP als BP format, maar mijn absolute favoriet is toch wel eloquentia (afgekort: elo). In dit format staan retoriek en welbespraaktheid centraal. Je wint niet met louter goede argumentatie, maar je moet je publiek ook daadwerkelijk overtuigen.

Meer lezen
doorSilke Zwart

Waarom is Brits Parlementair de beste debatvorm?

Nederland kent vele debatvormen. In deze nieuwe serie vertellen debaters jou waarom zij een bepaalde debatvorm het beste vinden. Deze keer: Brits Parlementair (BP). Wil je meer lezen over hoe Brits Parlementair werkt? Klik dan hier.

Mijn naam is Silke Zwart en ik studeer momenteel politicologie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Een krappe anderhalf jaar geleden heb ik de Utrecht Debating Society ontdekt. Dit jaar mag ik ook de rol van vicevoorzitter van de vereniging op me nemen! In deze anderhalf jaar heb ik ontzettend veel leuke debatten meegemaakt over veel diverse onderwerpen. Ik heb gedebatteerd over of koekiemonster op dieet moest, of we onze partner op de EUDC op zouden offeren aan een Azteekse God en of we lean-in feminisme ondersteunen. Hoewel deze debatten soms plaats vonden in het AP-format, heb ik sinds mijn lidmaatschap een voorliefde ontwikkelt voor BP-debatten. In dit artikel zal ik uiteenzetten waarom dit het geval is!

Meer lezen
doorJoeri Willems

Waarom is Amerikaans Parlementair de beste debatvorm?

Nederland kent vele debatvormen. In deze nieuwe serie vertellen debaters jou waarom zij een bepaalde debatvorm het beste vinden. Deze keer: Amerikaans Parlementair (AP). Wil je meer lezen over hoe Amerikaans Parlementair werkt? Klik dan hier.

Mijn naam is Joeri Willems. Ik ben werkzaam als arbeidsdeskundig consultant en heb gedebatteerd bij de Erasmus Debating Society. De Amerikaans versus Brits Parlementair (BP) discussie was een groot thema toen ik begon met debatteren, maar een gevecht dat AP helaas verloren heeft. Voor mij is deze discussie een soort valse tegenstrijdigheid; zoiets als een discussie tussen chocola en pizza. De meesten leven het liefst in een wereld waar zowel pizza als chocola bestaat. AP is de debatsmaak die uniek en lekker is en ik zou het niet willen missen.

Meer lezen